Het toetje moet troosten

De keukenprinses wil nogal wat, voor een kookboek. Het is gewijd aan een nieuw type `bevrijde' vrouw, zonder gezin maar met baan, die door auteur Sanderijn Cels bediend wordt met recepten en van wie tussen het koken door de sociologische en historische contouren worden geschetst. Cels schreef eerder het boekje Grrrls, over jonge vrouwen die zich niet aan banden laten leggen. De keukenprinses schrijft ze voor een onzekere, gehaaste dertiger, die `geen ankerpunt in haar bestaan' meer heeft en die aan tafel `luidkeels wil praten over de ellende die [haar] levensstijl natuurlijk met zich meebrengt'.

De keukenprinses woont alleen, maar krijgt in elk hoofdstuk iemand te eten: moeder, baas, schoonvader (hoe ze aan de laatste komt is onduidelijk), maar ook beroemdheden als Claudia Schiffer, Germaine Greer of de paus. Elke gast krijgt een driegangenmenu voorgezet, maar wordt eerst bladzijden lang afgebekt: moeder omdat ze ouderwets is, Schiffer omdat ze dun en mooi is, de paus omdat hij een vrouw als zijn opvolger zou moeten aanwijzen, enzovoort.

Na zo'n portie vaak onbegrijpelijk gescheld volgen de recepten. Die zijn leuk, maar doen de herinnering aan de tirades niet verbleken. Het gaat van modegerechten als pompoen- of wortelsinaasappelsoep naar ouderwetse, zware kost als een Schwarzwalder Kirschtorte of volkoren pannenkoeken met spek. Niets is speciaal snel of goedkoop, behalve misschien het `troosttoetje' van gesmolten Marsrepen. Pijnlijk ongrappig zijn de nieuwe namen voor standaardgerechten, zoals `Ally McBealsoep' voor een lichte runderbouillon.

In een paar hoofdstukken vormen inleiding en recepten een consistent geheel. Van yuppen wordt eerst het koopgedrag in de supermarkt gehekeld (het `pijnboompittenproletariaat', heten ze hier onder meer), dan wordt er een chique menu met cantucini (notenkoekjes) en risotto voor ze bereid. Het hoofdstuk `Marokkaanse collega' opent met een grappig pastiche-dagboek waarin een moslima-Bridget Jones zich door een dag ramadan heenworstelt – ze begint met hevige voedselfantasieën in bed en eindigt met veel te veel eten bij mama thuis, met schuldgevoel toe. Volgen drie goede recepten uit Marokko, zoals voor zoete muntthee.

Uitgerekend voor deze lichtpuntjes blijkt Cels hulp te hebben gehad. Martin Schravesande schreef (onder veel meer) over de yuppen, Naïma Azough over de ramadan-blues. En er zijn nóg twee auteurs voor dit boek in de weer geweest: Walter Koekoek bedacht `veel' van de vaak nogal melige drank- en muziektips bij de recepten, en Anne-Marie Prillevitz schreef een degelijk hoofdstuk over de mores van de koningin. Van deze vier helpers zijn er twee man. Waarom er dan niet een eerlijke co-productie van gemaakt en het thema uitgebreid naar, bijvoorbeeld, koken voor alleenstaanden? Zíj kunnen wel wat tips gebruiken, en hun aantal is vele malen groter dan dat van de `bevrijde' vrouwen.

Sanderijn Cels: De keukenprinses. Kookboek voor bevrijde vrouwen. Prometheus, 308 blz. €17,50