Groot Hegel-kenner

Maandag is na een korte ziekte op 88-jarige leeftijd de filosoof Jan Hollak overleden. Hollak werd beschouwd als de grootste Hegel-kenner van Nederland. Hij heeft vele studentengeneraties beïnvloed met zijn kritische interpretaties van Marx en de Frankfurter Schule. Hoewel hij van zijn toehoorders het uiterste vergde, werden zijn colleges massaal bezocht en genoten zij lange tijd een cult-status.

Hollak doceerde vanaf 1946 aan de Universiteit van Amsterdam. Na zijn promotie op het proefschrift De structuur van Hegels wijsbegeerte werd hij in 1965 aan de Universiteit van Nijmegen benoemd tot hoogleraar in de moderne wijsbegeerte. Daarnaast bleef hij in Amsterdam als hoogleraar hetzelfde vak doceren. Veeleisend als hij – ook voor zichzelf – was, heeft hij maar weinig gepubliceerd. Een bundeling van zijn artikelen wees hij van de hand, omdat hij zijn vroegere publicaties niet meer tot in alle details kon onderschrijven.

De grootste invloed heeft Hollak uitgeoefend via zijn colleges en zijn promovendi, van wie slechts een enkeling de eindstreep haalde. Hollak was een docent die men tijdens het lesgeven kon zien denken, vanuit een encyclopedische kennis van de filosofie waarvan hij alle grote auteurs uit de eerste hand kende. ,,Door hem sprak de filosofie'', heeft schrijver A. F. Th. van der Heijden ooit over hem geschreven.

Kritisch als Hollak stond tegenover de moderne wijsbegeerte, werd zijn denken op de achtergrond beïnvloed door de middeleeuwse scholastieke filosofie. Hij hield zijn katholieke geloofsovertuiging streng gescheiden van zijn filosofische inzichten, maar benadrukte wel dat de mens zijn eindigheid kan begrijpen wanneer hij daarnaast ook de oneindigheid in het vizier houdt. Vanuit deze overtuiging bekritiseerde hij niet alleen Hegel en Marx, maar ook Nietzsche, wiens boodschap van de dood van God hij niettemin ernstig nam.

Hollak heeft zich intensief bezig gehouden met hedendaagse vraagstukken, die volgens hem echter alleen maar vanuit een metafysisch standpunt goed konden worden begrepen. Zo zijn de Rechten van de Mens méér dan alleen toevallig afgekondigde principes. Ze doen een beroep op onaantastbare waarden en moeten dan ook in hun absoluutheid worden doordacht.

Hetzelfde geldt voor de techniek en de automatisering, waarover Hollak al in 1963 het artikel Hegel, Marx en de cybernetica publiceerde. Intelligente machines vormen volgens hem een nieuwe fase in de ontwikkeling van de menselijke geest. Het denken is daarmee niet alleen meer iets van de mens, maar staat nu ook tegenover hem. Daarmee wordt hij op een nieuwe manier met zichzelf geconfronteerd.

De blindheid van de moderne filosofie voor de betekenis van deze ontwikkelingen was Hollak een doorn in het oog. Sarcasme drong dan door in zijn typische manier van spreken, dat door opnieuw Van der Heijden treffend werd weergegeven: ,,U kunt zich voorstellen, nietwaar, zo'n stel Engelsen bij elkaar in hun club, nietwaar, die dan voor hun discussie over causaliteit geen ander voorbeeld weten te bedenken, nietwaar, dan het biljart dat daar al eeuwen staat.''

    • Ger Groot