Goudvissen in shock

Vissen zijn regelmatig slachtoffer van artistieke experimenten van kunstenaars. Vijfde aflevering van een serie over dieren en kunst.

Laten we een willekeurige klassieke kunstenaar nemen. Leonardo da Vinci. Moderne kunstenaars hebben de neiging tegen dierenliefde in te gaan als voorbeeld van burgerlijke sentimentaliteit en bron van kitsch. Maar over Leonardo meldt een oude tekst: ,,Hij was verrukt van paarden en alle andere levende dieren, en ging daar met de grootst mogelijke liefde en oneindig geduld mee om. Als hij langs een marktplaats kwam waar vogels verkocht werden, placht hij ze uit hun kooien te nemen en liet ze, na de kooplui de gevraagde prijs te hebben betaald, in de lucht vliegen – hun de verloren vrijheid teruggevend.''

Da Vinci's houding is allang achterhaald. In het Stadsmuseum Woerden was dit jaar tot half juni het werk Goudvissen Schilderen van Theo van Meerendonk te zien. De kunstenaar doopte achttien goudvissen in verf, legde ze op papier en liet ze net zo lang spartelen tot ze dood waren. De verfafdrukken vormden zijn kunstwerken.

Op de tentoonstelling was ook een videokunstwerk te zien met de verf ademende vissen. De Dierenbescherming nam die na een klacht van een bezoeker in beslag. De kunstenaar, die als mens Theo en als zijn artistiek alter ego Van Meerendonk genoemd wil worden – samen wonnen ze in '98 een Prix de Rome – kon zich volgens een ANP-bericht wel iets voorstellen bij de twijfels van dierenvrienden. ,,Maar zo moet je moderne kunst niet zien. Je zou je ook kunnen afvragen: wat bedoelt de kunstenaar?''

Het geeft een boeiend kijkje op veranderende opvattingen. Het ouderwetse lijden voor de kunst laat je het liefst door anderen opknappen. En: als het moeilijk is je publiek te shockeren, kun je in ieder geval nog je materiaal een schok bezorgen. Maar inderdaad, dit is kunst die tot nadenken aanzet.

Er zijn meer kunstenaars met een eigenaardige kijk op vissen. Met de opvatting: `Het leeft, maar toch niet helemaal' kun je met een moeilijk aaibaar gevoelsdier veel vernieuwende grappen uithalen. De te vermalen goudvis is inmiddels bekend: in 2000 stelde de Chileense kunstenaar Marco Evaristti in Denemarken goudvissen op in tien blenders. Met een simpele druk op de knop kon de museumbezoeker beschikken over leven en dood. Die wetenschap was enkelen, bij de aanblik van de krap behuisde, hoopvol naar algen op de mesjes happende vissen, niet genoeg. Ze moest worden toegepast.

De verantwoordelijke museumdirecteur weigerde vervolgens een boete te betalen. `Uit naam van de artistieke vrijheid', sprak de dappere Deen, ons cultuurgoed hóóghoudend. Een aanklacht volgde. Pas onlangs werd hij vrijgesproken. Want, zo vond de rechter nadat hij een getuige-deskundige van Moulinex had gehoord, de vissen werden pijnloos en humaan gedood. Het is een mooi argument, waarmee hij de verdere rechtspraak vast nog een boeiende wending gaat geven.

Ondertussen is het geen wonder dat de gemiddelde vis weinig op heeft met kunst. Eerder al golden in de mode de guppenpump en guppenlaars als vernieuwend en aandachttrekkend design. In de perspex hak van een laars kun je langdurig guppen in leven houden, als je maar niet teveel loopt. En één vorm van design met levende vis is zo populair geworden dat die alweer bijna kunst-af is. Dat is de goudvislamp: een peertje omgeven door een strak vormgegeven kommetje voor één bewoner. Die lampen hoor je in kunstzinnig vormgegeven ruimten in rijen aan het plafond te hangen als visueel vertier met een snufje existentialisme. Vooral als die vissen, belletjes blazend van de stress, bezwijken.

Goudvissen zijn goedkoop, dat zal het zijn. Hogere en duurdere dieren, zoals zoogdieren, hebben minder te klagen over kunstenaars – zij het, dat ze, van marmot tot paard, nog weleens als conceptuele gimmick in het museum op moeten komen draven. Lager in het dierenrijk vallen de grenzen helemaal weg. Levende maden en volwassen vliegen zijn graag gebruikte figuranten in werkstukken. Het opsluiten van vliegen met een elektrische vliegenexecuteermachine is meerdere malen uitgevonden.

De vondstenaars onder de kunstenaars, om een vondst van Hofland te gebruiken, weten met dieren veel aan symboliek te verzinnen. Het leven is kwetsbaar. Uitzichtloos, want de dood volgt altijd. Die kan ieder moment intreden. Kan vervelend of pijnlijk zijn, heel langzaam, of alledrie tegelijk. Maar ziet, men gaat zijn gang, terwijl het elk moment afgelopen kan zijn.

Zeker, een eye-opener die we niet graag gemist zouden hebben. Het is maar goed dat er dieren zijn.

Op de totale schaal van wat met dieren wordt uitgehaald is zulke levende beeldende kunst natuurlijk te verwaarlozen. Toch zijn dit juist de dingen waarover buitenaardse onderzoekers die de staat van onze beschaving komen opnemen, zouden kunnen vallen. Want er spreekt een decadente hovaardij uit tegenover ander leven, stevig gemixt met een grensverleggend superioriteitsgevoel. Sommige mensen proberen al vegetarisch kunstconsument te worden. Leonardo was zo gek nog niet.