Drentse rechter: uitzetting mag wél

Een asielzoeker uit Azerbajdzjan mag van de vreemdelingenrechter in Assen worden uitgezet, ook al heeft hij een beroep gedaan op de bevoegdheid van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken) om in specifieke gevallen af te wijken van de regels. Dat blijkt uit een vonnis van eind juli.

De rechter in Assen gaat met deze uitspraak in tegen zijn collega's in Maastricht en Den Haag. Zij bepaalden eerder dat de afwijzingsbrieven die de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft verstuurd aan asielzoekers die een beroep hebben gedaan op de `afwijkingsbevoegdheid' van de minister, onvoldoende waren gemotiveerd. Verdonks voorganger Nawijn zei begin dit jaar van deze bevoegdheid gebruik te willen maken voor `schrijnende gevallen'. Daarop kwamen duizenden aanmeldingen van asielzoekers die meenden hiervoor in aanmerking te komen. Enkele honderden van hen kregen onlangs een afwijzingsbrief, omdat zij volgens Justitie een ongemotiveerd verzoek hebben ingediend of om een andere reden evident niet in aanmerking zouden komen voor de status `schrijnend geval'.

Voor de rechter in Assen is zo'n afwijzingsbrief geen reden om de man niet uit te zetten. Ook beschouwt de rechter het beroep dat de man uit Azerbajdzjan heeft gedaan op de afwijkingsbevoegdheid van de minister niet als een nieuwe aanvraagprocedure, zo blijkt uit het vonnis. De man uit Azerbajdzjan zit al in vreemdelingenbewaring en staat op de nominatie om te worden uitgezet. Met het beroep op de afwijkingsbevoegdheid wilde hij de uitzetting afwenden.

Naast de categorie `schrijnende gevallen', waarvoor de minister in specifieke gevallen een uitzondering kan maken, is er een regeling in de maak voor asielzoekers die al langere tijd in Nederland zijn. Binnenkort komt minister Verdonk met criteria waaraan deze groep zou moeten voldoen. Het zou hierbij kunnen gaan om asielzoekers die langer dan vijf jaar in hun eerste procedure zitten, geen criminele antecedenten hebben en Nederlands spreken.