Deze man heeft geen nut meer

Het ideaal van vrijwel elke Nederlander: een rijtjeshuis, met voor- en achtertuintje en een puntig dak. De verteller in Vamba Sherifs nieuwe boek komt in zo'n huis terecht en kijkt er met bevreemding naar. De deuren, de ramen, de stenen: ze zijn overal identiek, in het hele rijtje, en de enige variatie zit in de keuze van de bloemen. Sherifs verteller zegt het leuker, in korte, laconieke en haast naïeve zinnen.

Hij heet Mansakeh en hij is negen als hij naar Nederland komt. Middenin de winter, met kleumende ouders en een zusje dat danst in de sneeuw. Het jaartal van de verhuizing krijgen we niet te horen, maar op de Nederlandse wc hangt een foto van de pas gekroonde koningin. Beatrix, zeer waarschijnlijk. Tussen het vertelde en de in het hier en nu levende verteller ligt dus al een hele tijd en die afstand zorgt voor een epische toon. De lezer merkt al snel dat hij nog vele jaren verteld zal krijgen en terwijl hij zich geduldig in zijn fauteuil installeert, haalt de verteller nog eens diep adem. Een sfeer van verwachting breidt zich uit, van gezellige spanning, zoals vroeger wanneer papa de tijd voor je nam om met verhalen uit te pakken. Hoe langer hij bij je zat, des te beter, en zo is het ook met de verteller van Vamba Sherif: algauw is hij een vertrouwd persoon die je bij je wilt houden.

Sherif, geboren in Liberia (1973) en sinds een aantal jaren woonachtig in Nederland, verstaat de kunst om vreemde mensen heel dichtbij te brengen. Mensen uit streken waar wij Nederlanders doorgaans weinig van willen weten, uit een cultuur die wij doorgaans verachten en een geloofsklimaat dat wij doorgaans vrezen. De familie Haidara in zijn nieuwe roman is Afrikaans, zwart en moslim: niet erg geruststellend voor de gemiddelde rijtjeshuisbezitter. Maar Sherif maakt hen bekender dan onze buren en het duurt niet lang of we kennen hun nukken en streken zelfs beter dan die van onze eigen huisgenoten. Meneer Haidara, in het begin, is nogal ongelukkig, mevrouw Haidara past zich aan en de kinderen maken ruzie.

Dat die meneer zijn angsten probeert te bestrijden door amuletten uit te delen en tovervloestof rond te sprenkelen en geestafwerende spreuken te mompelen maakt niet eens veel uit: een mens moet toch wát. Een komische en deerniswekkende figuur is de vader die eerste Nederlandse winter, een man zonder werk, zonder nut, zonder aanzien. De in Afrika zo gerespecteerde korangeleerde heeft in Holland alleen zijn kinderen om theologisch mee te disputeren, en dat doet hij dan ook hartstochtelijk. Zijn vrouw krijgt de zenuwen van hem. Ze gaat haar eigen weg – en ontwikkelt zich tot een feministisch politica, het sterke zwarte boegbeeld van de progressieve goegemeente in een Hollands provinciestadje.

Maar Het koninkrijk van Sebah gaat over meer dan over de emancipatie en machtsontplooiing van een Afrikaanse vrouw. Sebahs koninkrijk ligt vooral in een ver verleden. Haar macht is haar geheim, een geheim dat het gezin meer ontwricht dan de spanning van de emigratie. Het heeft iets te maken met mannen. En met een onwettig kind. Dat kind, dat is Mansakeh, en door zijn moeder nauwkeurig in de gaten te houden komt hij haar geheim op het spoor. Er is een scheiding nodig en een reis voordat alles bij de zoon op zijn plaats valt. Niet bij de lezer. Althans, niet helemaal. Een restje van het geheim laat Sherif voor ons over en gelukkig legt hij niet alles uit. Dit resterende geheim bestaat ook uit zijn vertelkunst. Terwijl wij steeds dachten dat Mansakeh zijn verhaal exclusief aan ons vertelde ontdekken we op het laatst een concurrent, een andere geadresseerde: de hele geschiedenis is gericht aan een man die de moeder in Afrika heeft gekend, een oude blanke pater.

Achter de eenvoudige taal, zoveel consequenter doorgevoerd dan in Sherifs weinig stijlvaste debuut Het land van de vaders, gaat het raffinement schuil van een schrijver die de touwtjes stevig in handen heeft. Met behulp van die gezellig-naïeve beschrijvingen die bij nader inzien scherpe observaties blijken, wordt de lezer gemanipuleerd. En hij laat zich gráág manipuleren. Door een kind in een rijtjeshuis dat volwassener is dan het zich voordoet.

Vamba Sherif: Het koninkrijk van Sebah. Uit het Engels vertaald door Hanka de Haas in samenwerking met de auteur. De Geus, 316 blz. €22,50