De Zeven plagen van Portugal

De Portugese bosbranden woeden nog voort. Hoe konden ze uitgroeien tot een nationale ramp?

Brandweercommandant Miguel Cardia van Chamusca wrijft door zijn baard. Hoe het met hem gaat, heeft president Jorge Sampaio zojuist gevraagd. Cardia krabt nog wat onder zijn rode baseballpetje, kucht wat, steekt een sigaret op. ,,Presidente, ik heb nog niet geslapen, en het vuur brandt weer'', zegt hij uiteindelijk met een hese stem.

President Sampaio kijkt naar de kaart van het gebied rond Chamusca, die een halve muur van de brandweerkazerne beslaat. Met viltstift staat aangegeven waar de brand aan drie kanten het dorp bedreigde. Zestig procent van het bosgebied, 40.000 hectare, is in vuur opgegaan, in heel Portugal zeker 162.000 hectare. Vijftien mensen kwamen om het leven. Verzekeraars schatten de schade op vijf miljoen euro. De vuren zijn vrijwel allemaal onder controle, zegt Sampaio en geeft Cardia een schouderklopje.

Wat rest is de vraag hoe de bosbranden dit jaar in Portugal konden uitgroeien tot een nationale ramp. Het Middellandse Zeegebied wordt jaarlijks door branden geteisterd, maar dit jaar ging er extreem veel bosgebied in vlammen op.

De oorzaken zijn wat sommigen `de zeven plagen' noemen. Al begin juni waarschuwden meteorologen voor hoge temperaturen, nauwelijks neerslag en een harde, warme wind die vanuit Afrika Europa zou bereiken. Daarbij komen de slechte staat waarin de Portugese bossen zich bevinden – veelal verwaarloosd, eenzijdig en dicht beplant en geërodeerde grond – en de slechte gewoonten van de Portugezen die gedachteloos een brandende sigaret vanuit de auto wegflikken en bij de zomerse dorpsfeesten flink veel vuurwerk afsteken.

,,Mediterrane vegetatie kan een brand doorstaan. Zelfs als een struik geheel verbrandt, zullen de wortels het vuur overleven en komt de plant een jaar later gewoon weer op'', zegt José Paulo Martins, van de milieuorganisatie Quercus. ,,Maar één van de problemen is dat de branden die nu in het centrale gedeelte van Portugal woeden, dennen- en eucalyptusbossen vernietigen.'' Deze soorten kwamen oorspronkelijk niet in Portugal voor. De eucalyptusbomen zijn pas vorige eeuw in het landschap geïntroduceerd.

,,En ze branden goed'', zegt Martins met een lach. Dat is in Serra de São Mamede, tussen Portalegre en de Spaanse grens, goed te zien. Een eenzame weg kronkelt omhoog tussen zwarte maanlandschappen, met wit verkoolde dennenbomen aan weerszijden. Hier en daar zijn mannen bezig nog smeulende karkassen van auto's, bushaltes en landbouwmachines weg te halen.

De enige bomen die nog fier overeind staan, zijn kurkeiken. In het district Alto Alentejo, waarvan Portalegre de hoofdstad is, is kurk een van de belangrijkste producten, en Portugal is met 162 miljoen ton kurk per jaar wereldmarktleider. Maar ,,kurk plant je voor je kleinkinderen'', zegt Amazal Neto, gezeten onder een van zijn kurkbomen.

Hij wil er mee aangeven dat de eiken zeker veertig jaar nodig hebben om te groeien, en dat het economisch steeds minder interessant is om de kurk te verbouwen. Wijnproducenten gaan over op kleurige, plastic kurken. De vraag naar échte kurk is afgenomen. ,,Als de vraag nog verder terugloopt, gaan de bomen zeker weg. Boeren hebben ook recht op een inkomen, en als dat er niet met kurk is dan met eucalyptusbomen of dennenbomen'', zegt Neto. Het zou rampzalig zijn voor Portugal, en zeker voor Alto Alentejo. De kurkeik is niet alleen relatief vuurvast – na deze week kan de verbrande bast worden afgepeld, en groeit de boom gewoon verder – maar houdt de dunne aarde vast en zorgt dat grondwater in het gebied blijft. Zonder de bomen wordt het gebied woestijn, of brandbaar, homogeen dennen- of eucalyptusbos.

Dat kan met beter beheer worden voorkomen, zeggen Martins en Andrés Falo, onderzoeker naar bosbeheer in Portugal aan de universiteit van Lissabon. Boeren hebben vaak geen informatie over de noodzaak van diversificatie, en er is geen overkoepelende overheidsinstantie die toezicht houdt op de verhouding tussen commerciële bosbouw en natuurlijke bos. De regering zegt dat het aan de eigenaren – 78 procent van het Portugese bosgebied is in particuliere handen – is om hun land goed te onderhouden.

Bij dit alles komt dit jaar ook nog dat veel van de branden zijn aangestoken, verzucht Martins. De Portugese regering schat zelfs 42,7 procent. Dertig brandstichters zijn aangehouden. Meer arrestaties worden in de komende weken verwacht. Boze tongen geven de schuld aan de eigenaars van de pulpfabrieken. Zij zouden bewust eucalyptusbossen in brand steken om zo een lagere prijs voor de bomen te hoeven betalen. Onderzoeker Falo noemt dat onzin: het geblakerde hout moet door de papierfabrikanten eerst weer gebleekt worden.

Een andere factor in de snelle verspreiding van de branden is het gebrek aan coördinatie door de overheid, zo menen de Portugese media. ,,Chaotisch'' noemde de krant Diario de Noticias de aanpak van de branden. Slechts 400 soldaten werden ingezet. Spanje en Italië moesten bijspringen met blusvliegtuigen, die echter al snel in eigen land nodig waren. Brandweercommandant Cardia van Chamusca vertelt president Sampaio hoe het dorp twee blushelikopters kreeg toegewezen. Maar nog voor dat deze goed en wel aan het werk konden gaan, werden de helikopters door het districtsbestuur in Santarém naar een ander dorp gedirigeerd.

Dorpsbewoners hebben met emmers water twee grote gastanks bij een benzinestation nat gehouden om te voorkomen dat deze de lucht in zouden gaan. In Castelo Branco vertellen Portugezen hoe ze met tuinslagen het vuur te lijf gingen, en rond Abrantes huurden pulpfabrieken eigen brandweerlieden in om het vuur te blussen.

,,De hitte en droogte gaan niet weg. We kunnen niet blijven rekenen op de hulp van Italië en Spanje, of van commerciële brandweerlieden. En het vuur gaat niet vanzelf uit'', zegt Martins. Hij hoopt dat de regering afziet van de aankoop van twee nieuwe onderzeeërs, en blusvliegtuigen zal aanschaffen.

President Sampaio luistert in Chamusca aandachtig naar de verhalen van de burgemeester, de brandweercommandant en gemeenteraadsleden. Hij maakt aantekeningen, stelt vragen en maakt uiteindelijk een snelle rondrit door het dorp. ,,De verhouding met het bos moet anders. We zijn er economisch van afhankelijk, dus we moeten er goed mee leren omgaan'', wil hij nog kwijt. Verder geeft de president geen commentaar. Nu gaat het om het geven van steun aan de bevolking, daarna zal hij zich buigen over de preventie van nieuwe bosbranden.