De hond van mijn moeder

De hond van mijn moeder heet Bas. Haar vorige hond heette Tobias. Tobias was klein, hij was zwart met witte vlekken en hij had een jagersinstinct: bij onraad hief hij zijn rechterpootje op en gingen zijn oren omhoog.

Verder deed hij niets. Zijn instinct was al oud en een beetje versleten. Hij blafte wel als een razende tegen ongevaarlijke mensen, zoals postbodes of jongens op scooters die door de straat tuften. Maar 's nachts lag Tobias te ronken in zijn mand. ,,Als er een dief in huis komt, denkt hij: ha, gezellig'', zeiden wij dan.

Tobias werd erg oud, maar na zeventien mensenjaren ging hij toch dood. Hij had veel bulten en zag en hoorde haast niets meer. Hij had er ook wel een beetje genoeg van, dachten wij. Maar zonder hem was het stil in huis. Te stil, vond mijn moeder. Bij de buren op de hoek van de straat werd een nest vol puppy's geboren. Mijn moeders ogen begonnen te twinkelen. En toen kwam Bas.

Bas kwam als een kleintje. Zijn moeder is een labrador, zijn vader is een golden retriever. De mevrouw die het nest in huis had wees op de moeder en zei: ,,Zo groot wordt hij zeker!'' Dat was ongeveer tot mijn moeders middel. ,,Leuk!'' zei mijn moeder. ,,We noemen hem Bas.''

Ze ging met Bas op hondencursus, op een heuvel in het park met tien andere honden en hun baasjes. Bas moest opdrachten uitvoeren, zoals ,,Apport!'' (Breng, de stok bijvoorbeeld) en ,,Leg af!'' (Leg neer). Hij kon het een beetje, vooral omdat hij na elke opdracht een hondenkoekje kreeg. Maar thuis was hij het allemaal weer vergeten. Hij heeft geen diploma gehaald.

Hij werd groter en groter. Toen begon het kapotmaken. Bas verscheurde alles met zijn tanden: dekens, tafelkleden, plastic flessen, doosjes waar tennisballen inzaten. Hij begon aan de knuffelbeesten, maar die hebben we toen hoog op een plank weggezet. In de tuin wilde mijn moeder een klein vijvertje aanleggen, nou dat had hij al vier keer omgeploegd voor er water inkwam. ,,Ach, hij speelt'', zegt mijn moeder dan. Ze noemt hem ,,sweetie pie'' (liefje). ,,Dag sweetie pie!'' roept ze als ze binnenkomt. Als ze uitgaat, wil mijn moeder na drie uur terug naar huis, anders is Bas te lang alleen. En als ze hem meeneemt, hij ligt dan bijvoorbeeld aan de riem op de grond in een Chinees restaurant, is ze zó trots op hem. ,,Wat is hij toch rustig!'' zegt ze, en aait over zijn hoofd, dat groter is dan haar eigen hoofd. Bas verliest overal zijn zwarte haren en hij kan ook verschrikkelijk stinken, als hij in de sloot heeft gezwommen, of gewoon als hij weer eens aan zijn wereldrecord winden laten begint. ,,Het is helemaal niet zo erg'', zegt mijn moeder dan, of ze knijpt haar neus even dicht om het niet te ruiken.

Niet alleen mijn moeder, iederéén vindt Bas lief. Behalve ik. ,,Ach God'', zeggen de mensen als je met hem door het park loopt, en: ,,Da's een mooie'', en ze vragen: ,,Hoe oud istie nou?'' Ik weet het niet meer. Ik denk alleen dat hij nog wel tien jaar blijft leven.