Choreografie in de open lucht

Op het 56ste filmfestival van Locarno is een bijprogramma gewijd aan de relatie tussen film en jazz. Openingsfilm is de vijftig jaar oude musical The Band Wagon.

Het woensdagavond begonnen 56ste filmfestival van Locarno lijdt ook onder de aanhoudende hittegolf. Tijdens de officiële opening werd de actie niet zozeer bepaald door de diverse toespraken van hoogwaardigheidsbekleders en festivaldirectie, als wel door het gewapper met programmaboekjes, uitnodigingen en andere voorhanden zijnde papieren die als waaier dienden. Met op de achtergrond het pittoreske kasteel Visconteo werd het onbedoeld een mooie choreografie en een uiterst filmisch begin van het festival.

Locarno staat bekend om zijn openluchtvoorstellingen waar avond aan avond zo'n zevenduizend man naar een immens wit doek – het grootste filmscherm van Europa – kunnen kijken. Ook daarop was een prachtige choreografie te zien. Omdat regisseur Vincente Minnelli honderd jaar geleden werd geboren, en omdat zijn musical The Band Wagon vijftig jaar oud is, was deze uitgekozen als openingsfilm van het festival. Er is zelfs nog een derde reden: onder de niet bijster originele noemer All That Jazz is een groot bijprogramma van Locarno gewijd aan de relatie tussen jazz en film. In The Band Wagon is dat het Girl Hunt-ballet, een prachtige parodie op de hardboiled detectiveverhalen van Mickey Spillane, met een hoofdrol voor een trompet en vele `blue notes'. In The Band Wagon wordt een strijd uitgevochten tussen hoge en lage cultuur, waarbij het publiek in Locarno hartstochtelijk klapte na elke dans en lachte om de pretentieuze regisseur in de film die graag een moderne muzikale versie van Faust wil maken. Zijn versie flopt gigantisch waarna Fred Astaire laat zien dat het maken van een musical toch heus een echt vak is. En terloops zijn beroemde adagium `ik dans, niet de camera' demonstreert in het prachtige, instrumentale nummer Dancing in the Dark, een pas de deux met Cyd Charisse.

Dat zelfs Japanners al naar jazz luisterden in 1931 bewees de film Madamu to Nyobo waarin een toneelschrijver door allerlei dingen wordt afgeleid in zijn schrijfproces: vogels, honden, zijn baby, maar ook de buren. Die maken namelijk jazz. Eerst wordt hij er nog doodnerveus van en gaat woedend bij ze op bezoek. Maar na wat drank en de Japanse uitvoering van het liedje My Blue Heaven is hij verkocht. In no time is zijn stuk voltooid en neuriet hij constant dixielandmelodieën. Japanners staan bekend als volk dat alles uit het westen imiteert, getuige deze film kan jazz daaraan worden toegevoegd.

Locarno heeft een competitie waarin twintig films strijden om de Gouden Luipaard. Van de vier tot nu toe vertoonde films maakt het Italiaanse Ora o mai più (Lucio Pellegrini) de meeste indruk. De film schetst een geestig beeld van het reilen en zeilen van een linkse studentenclub. Hoofdrolspeler David raakt daarbij betrokken omdat hij verliefd is op een meisje uit het clubje. Na een uur maakt de humor over ideologie, idealen en die goede jaren zeventig plaats voor iets grimmigers, het buitensporige politiegeweld tijdens de G8-top in Genua in 2001 waarbij een dode viel. In een politiecel worden David en zijn medestanders zonder reden vernederd en met politieknuppels afgetuigd.

De antiglobalisten-beweging komt ook ter sprake in de documentaire Skinhead Attitude van Daniel Schweizer uit het Cineaste del Presente-onderdeel. Schweizer documenteert hierin veertig jaar skinheadgeschiedenis: van arbeidersklasseprotest tot nazistische White Power-beweging. Skinhead Attitude probeert de vooroordelen over skinheads als neo-nazi's te ontzenuwen – wat voor een groot gedeelte lukt – maar spendeert het grootste deel van de anderhalf uur aan diverse extreem nationalistische splintergroepjes die raszuiverheid nastreven. Daardoor sneeuwt zijn boodschap een beetje onder. Toch is de film interessant genoeg om dit najaar vertoond te worden op het International Documentary Filmfestival Amsterdam. En zo zal Locarno de komende dagen wel meer films – documentair of fictie – vertonen die in Nederland zullen opduiken. Er lopen Nederlandse distributeurs en programmeurs rond die hun ogen, ondanks de bezwete voorhoofden, hopenlijk goed open hebben.