Afpersers eisten vijf miljoen van Ahold-concern

Twee Zwollenaren die worden verdacht van afpersing van Ahold, eisten 5 miljoen euro. Als het supermarktconcern niet zou betalen zouden er twee slachtoffers vallen en het geldbedrag verhoogd worden naar tien miljoen euro. Dat is gisteren gebleken tijdens de pro-formabehandeling van de rechtszaak voor de Zwolse rechtbank. De zaak wordt inhoudelijk op 25 september behandeld.

Justitie heeft de 32-jarige Edwin H. en de 29-jarige Jochem van Z. poging tot moord, afpersing en verboden wapenbezit ten laste gelegd. Nadat Ahold eerst niet reageerde, schoten zij in april enkele malen gericht op willekeurige woningen in Deventer, Zwolle en Meppel en op een filiaal van Albert Heijn in Zwolle. In Meppel raakte een vrouw gewond aan haar arm. De politie, die 180 rechercheurs op de zaak had gezet, hield de beide Zwollenaren begin mei aan.

Edwin H, een 32-jarige leraar natuurkunde op een christelijke school voor voortgezet onderwijs, heeft alle ten laste gelegde feiten bekend, met uitzondering van de schietpartij op de woning in Zwolle. Hier is volgens hem Van Z. voor verantwoordelijk. Van Z, een vertegenwoordiger, ontkent elke betrokkenheid bij de schietpartijen. Hij heeft wel toegegeven het vuurwapen te hebben bewaard. Dat Ahold het doelwit van de afpersing was, was hem naar eigen zeggen evenmin bekend. Voor de hand- en spandiensten had H. hem een beloning van 25.000 euro in het vooruitzicht gesteld.

Volgens justitie speelde Van Z. een grotere rol. Van Z. was bij de aankoop van het vuurwapen aanwezig en had op dagen dat er geschoten werd veel contact met H. Tegen vrienden en collega's had Van Z. verklaard ,,binnenkort rijk te zijn''. ,,Vanavond gaat het gebeuren'', had hij zich op 2 mei laten ontvallen. Op die dag had Ahold via een advertentie in De Telegraaf de afpersers gevraagd contact op te nemen. Edwin H. belde Ahold via een prepaid-kaart in zijn eigen mobiele telefoon, maar het gesprek kon via het identificatienummer van het toestel toch op hem worden teruggevoerd. Zijn 06-nummer was bij de politie bekend omdat hij een keer aangifte had gedaan.

Op het moment van de geplande geldoverdracht, een dag later, werden W. en Van Z. al door de politie geschaduwd. Bij de op- en afritten van de A28 in Zwolle stonden ze op de uitkijk, in afwachting van de komst van een witte Mercedes met knalrode skibox op het dak. De afpersers hadden Ahold opdracht gegeven om een koerier met deze auto van Zwolle naar Groningen te laten rijden. Het geld moest in plastic tassen van Albert Heijn verpakt zijn. Niet veel later werden Van Z. en H. aangehouden.

Het motief is nog onduidelijk. Volgens advocaat K. de Kock van Edwin H. wilde zijn cliënt ,,gewoon geld'' maar zat hij niet in financiële problemen. Er wordt een psychologisch onderzoek gedaan naar de geestesgesteldheid van H., die tijdens de zitting verklaarde spijt te hebben. Hij had ,,niet gericht'' op mensen geschoten.