`Wij blijven binnen en vooral bij elkaar'

Het dagelijks leven in de Iraakse hoofdstad is drie maanden na de val van het regime nog niet veel veranderd. Er is nauwelijks werk en de kinderen moeten goed in de gaten gehouden worden.

Op de oprijlaan van het huis van de familie Savad staat een geïmporteerde Opel Astra. Het is een van de vele Europese auto's die sinds kort door de Iraakse hoofdstad rijden. Dankzij de ineenstorting van het regime hoeft niemand in Irak meer importbelasting te betalen. Bijna vier maanden geleden, medio april, stond er nog een gloednieuwe pick-up truck op de plaats waar nu de Opel staat.

,,Die is gestolen op mijn werk'', zegt Dana Savad(47) teleurgesteld. Voor de oorlog parkeerde hij zijn wagen altijd in de buurt van het landbouwbureau waar hij werkte, maar nu gaat dat niet meer. ,,Tegenwoordig ga ik in mijn Renaultje 4 door de stad, want die wil niemand hebben'', zegt hij lachend.

Na de val van Bagdad trok ik vanuit het noorden naar de Iraakse hoofdstad. Een Koerdisch-Duitse collega nodigde mij en mijn vrouw uit om bij zijn familie, die in de buurt van het internationale vliegveld woonde, te slapen. Vanwege de veiligheid logeerden alle zestien familieleden in het grote huis van oma. `s Nachts keken ze gezamenlijk naar de satellietzenders, eindelijk zonder angst voor een inval door de politie op zoek naar illegale ontvangstapparatuur.

Buiten waren nog steeds vuurgevechten gaande. Oma bereidde onverstoord de heerlijkste gerechten en de talrijke kinderen staarden met grote ogen naar de buitenlanders. Bij vertrek lieten wij onze generator achter. Er was geen stroom en de oude generator van de familie stond op instorten. ,,Die hebben we straks heus niet meer nodig'', riepen de Savads uit beleefdheid.

Maar nu, ruim drie maanden na het beëindigen van grote gevechtsoperaties, staat de blauwe `Tiger'-generator nog steeds te draaien. Ook de kogels vliegen de Savads soms om de oren. Deze ochtend is honderd meter van hun huis een Amerikaanse tank opgeblazen. De familieleden slapen nog steeds bij elkaar in één huis. ,,Tegenwoordig worden er mensen gedood, en het kan niemand iets schelen'', vertelt Dana Savad. ,,We blijven bij elkaar, dat is het enige wat je in dit soort tijden kan doen.''

Een Amerikaanse patrouille rijdt langs. Alle kinderen rennen naar het begin van de grote tuin om met de soldaten te kunnen praten. Hun ouders roepen hen boos terug. ,,Je weet niet wanneer ze gaan schieten'', zegt Dana Savad streng tegen zijn kroost. Terwijl helikopters overvliegen en in de verte schoten klinken, drinken de Savads buiten thee op witte plastic stoelen.

,,Hoe kan het toch dat de hele stad geplunderd is, behalve een paar plaatsen?'', vraagt één van de mannelijke Savads, Mahmoud, een neef van Dana, zich af. Hij somt de gebouwen op, die niet zijn gestript van al hun bezittingen. Het ministerie van Olie, de militaire installaties en de grote hotels. Voor de ingangen van deze gebouwen stonden vanaf de eerste `bevrijdings/bezettingsdag' grote Amerikaanse tanks.

,,Ik hoorde dat ze zevenhonderd Arabieren in België hebben getraind om hier de boel op stelten te zetten. De Amerikanen hebben de saboteurs moedwillig hun gang laten gaan. Meestal waren zij het die de deuren voor de dieven openden. De Amerikanen willen alleen onze olie'', besluit de neef grimmig.

Oom Ahmed, die tot nu toe stil is gebleven, begint een lange monoloog. ,,De Amerikanen kunnen wel een regime veranderen, maar een administratie opzetten, dat kunnen ze niet'', concludeert hij boos. ,,Kijk naar Bagdad: wat een bende. Ieder rechtschapen mens die hier komt moet spontaan huilen.'' De rest van de familie kijkt wat bedremmeld. De oom wil niet zeggen wat voor werk hij voor de oorlog deed. ,,Voor de overheid'', vertelt hij uiteindelijk. De andere Savads slaan hun ogen neer. ,,Onder Saddam was het veel beter'', zegt de oom. ,,Niet voor iedereen, Ahmed'', voegt een tante daar fluisterend aan toe.

Na de zorgen voor de veiligheid en woede over de chaos vragen de Savads zich af of het ooit nog wel goed komt met de economie. Dana Savad is alweer aan de slag bij zijn landbouwbureau, maar werken doet hij niet. ,,De Amerikanen betalen me honderd dollar per maand, dat is veel minder dan ik vroeger kreeg. Ik ben maar twee dagen per week op mijn werk maar er is helemaal niets te doen.'' Zijn familieleden knikken instemmend. Zij hebben ook niets te doen, ondanks alle inspanningen om werk te vinden.

Dan sleept oma zich naar buiten. Ze heeft griep en is depressief geworden van de constante angst, zegt ze. ,,Ik zit vooral binnen'', krast grootmoeder en ploft neer op een van de stoelen. Dana Savad vraagt zich af wat het gezin straks moet gaan doen als de scholen weer beginnen. ,,We kunnen onze kinderen niet zo maar over straat laten gaan, dat is veel te gevaarlijk. We zullen ze moeten brengen en halen'', besluit hij.

Als de zon achter de palmbomen verdwijnt, is het tijd om te gaan. ,,Na achten kun je beter binnen zijn, er zijn te veel bandieten in Bagdad, Ali Baba's'', zegt Dana Savad. Zijn broer reed onlangs in de nieuwe Opel en zag hoe een man in een BMW door bandieten werd aangehouden. ,,Ze sleurden hem uit zijn auto en namen de wagen mee. Dat dit kan gebeuren in Irak! Wat moet er van ons terecht komen?''

Als tante Hamra hoort dat de gasten binnenkort naar Nederland gaan, snelt ze naar boven om een pakketje klaar te maken voor haar zus die in Amersfoort woont. Een paar minuten komt ze met een plastic zak vol kleren naar beneden. ,,Een beetje hulp voor onze familie in Nederland'', verklaart tante monter. ,,We moeten ze toch proberen te steunen daar in dat verre land.''