Werklozenwerk

Het Sociaal en Cultureel Planbureau is zeker niet de eerste instantie die signaleert dat het beleid om werklozen en arbeidsongeschikten weer in het arbeidsproces op te nemen slechts mondjesmaat resultaat oplevert. Een soortgelijke conclusie werd ook reeds twee jaar geleden getrokken door een uit ambtenaren van diverse departementen samengestelde onderzoeksgroep. Er was sinds 1995 weliswaar sprake van een spectaculaire groei van de werkgelegenheid, maar deze is slecht zeer gedeeltelijk ten goede gekomen aan mensen met een werkloosheids- of arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het merendeel van de nieuwe banen werd bezet door schoolverlaters, herintreders of mensen die van baan wilden wisselen. Dit is een logisch verschijnsel van de markt: nieuw werk zorgt ook voor nieuw aanbod. De forse toename van het aantal werkende vrouwen is bijvoorbeeld mede veroorzaakt door de economische hoogconjunctuur.

Natuurlijk hebben ook werklozen en arbeidsongeschikten geprofiteerd van de economische opleving: eerst de `makkelijk bemiddelbaren', later ook mensen uit de moeilijker categorieën. Hier komt dan ook het reïntegratiebeleid aan de orde. Waarbij geldt dat naarmate men dichterbij de harde kern van de groep inactieven komt, de effectiviteit van algemene maatregelen minder wordt en de oplossing meer zal moeten worden gezocht in het meer tijdrovende en veelal ook duurdere maatwerk.

Met dit beleid is los van de `Melkert-banen' jaarlijks 1,2 miljard euro gemoeid. Onder de paarse kabinetten die het motto `werk, werk, werk' hoog in het vaandel hadden staan is er een ware arbeidsmarktindustrie ontstaan. De deze week verschenen studie van het Sociaal en Cultureel Planbureau toont nog eens aan dat de besteding van de werkgelegenheidsgelden in geen verhouding staat tot het uiteindelijke resultaat. In de eerste helft van de jaren negentig – de jaren zonder beleid – stroomde jaarlijks 52 procent van de mensen met een werkloosheidsuitkering door naar een gehele of gedeeltelijke baan. Na 1995 – de jaren met beleid maar ook met forse economische groei – steeg dit percentage tot slechts 57. Nu weer sprake is van oplopende werkloosheid, zal de groep moeilijk bemiddelbaren daarvan direct de gevolgen ondervinden. Dit stelt extra eisen aan het reïntegratiebeleid. Daarvoor biedt het rapport van het SCP enkele nuttige aanknopingspunten. Veruit het belangrijkste is dat de bureaucratie waarmee de herintredingsactiviteiten zijn omgeven wordt teruggedrongen. Nog altijd geldt: hoe korter werkloos, hoe eerder weer aan de slag. Voorkomen moet worden dat een nieuw contingent langdurig werklozen ontstaat dat bij een oplevende conjunctuur nog maar moeilijk aan de slag komt. Maar juist op dit punt zijn de bevindingen van het SCP weinig hoopgevend.