Noodplan ligt al klaar voor waterpoloërs

Slechts een wonder lijkt de Nederlandse waterpoloërs nog in Athene te kunnen brengen. Maar van wanhoop is een jaar voor de Olympische Spelen (nog) geen sprake. Achter de schermen is `Peking 2008' al aan de orde.

Wat bezielt een trainer-coach om zijn lot te verbinden aan een ploeg die zo langzamerhand door het leven gaat als de schlemiel van de Nederlandse topsport? Die vraag had Ron de Vogel wel verwacht. Dus wat zegt de kersverse bondscoach van de Nederlandse waterpoloploeg op bedaarde toon? ,,Ik deel het negativisme niet. Integendeel zelfs: ik zie mogelijkheden.''

Niet dat De Vogel (42) een potentieel olympisch kampioen onder zijn hoede heeft, verre van dat zelfs, maar: ,,De achterstand op de toplanden is minder groot dan iedereen denkt. Nederland verliest bij het laatste EK met één doelpunt verschil van de latere kampioen. Dat wetende zeg ik: zolang ik niet met eigen ogen heb vastgesteld dat we op alle fronten tekort schieten, geloof ik heilig in deze groep.''

Waartoe zijn selectie in staat is, zal de oud-trainer en -speler van hoofdklasser AZC over ruim twee weken ondervinden, wanneer Nederland in New York deelneemt aan de finale van de World League. In de voorronde stuit de nummer elf van Europa op Servië/Montenegro, een van de kanshebbers op de eindzege en dus op rechtstreekse olympische kwalificatie. Nederland zou het de voormalige Joegoslaven graag nazeggen.

Maar tot boude uitspraken laat De Vogel noch topsportcoördinator Cees van Hardeveld zich verleiden. Bescheidenheid en realisme zijn dezer dagen het parool langs de badrand.

,,Gelet op de internationale krachtsverhoudingen is de kans nihil dat wij ons via de World League plaatsen voor de Spelen'', beseft Van Hardeveld. ,,We willen in New York vooral vertrouwen en ervaring opdoen met het oog op het olympisch kwalificatietoernooi van begin volgend jaar'', zegt De Vogel.

Olympisch kwalificatietoernooi? Daar is Nederland niet welkom, na de teleurstellende elfde plaats bij het EK, waardoor deelname aan het WK, vorige maand in Barcelona, werd misgelopen. De Vogel en Van Hardeveld weten het, maar beiden rekenen op hetzelfde scenario als vier jaar geleden: een afmelding van de vertegenwoordiger uit het waterpolo-onkundige Afrikaanse continent. Daardoor zou `eerste reserve' Nederland, zij het via de achterdeur, alsnog toegang verkrijgen tot het plaatsingstoernooi, eind januari in Rio de Janeiro.

Het zou de laatste strohalm betekenen voor een ploeg die de afgelopen jaren in Zeist vaker bijeen was dan voorheen, de trainingsintensiteit opschroefde en de hoop verder vestigde op vijf in het buitenland (Frankrijk en Italië) spelende professionals. Tot aansprekende resultaten leidde het zogeheten `doorbraakprogramma' evenwel niet. Tot afgrijzen van bondscoach Johan Aantjes, die na de zeperd bij het EK in Slovenië zo gedesillusioneerd was dat hij vorige maand zijn ontslag indiende.

,,De groep is een spiegel en ik heb signalen opgevangen dat de magie verdwenen is'', zo verklaarde de oud-international zijn voortijdige vertrek.

Maar dat is slechts een deel van de waarheid. Volgens Van Hardeveld ligt de oorzaak van het aanhoudende geschutter dieper. ,,De situatie is zorgelijk, in de zin dat nu bij herhaling is gebleken dat de stappen die we met z'n allen hebben gezet telkens niet het gewenste effect sorteren. Bij het EK was gehoopt én ingezet op een doorstart, en dus een plaats bij de laatste acht. Eén onnodige nederlaag tegen Roemenië en vervolgens vind je jezelf terug op zo'n beetje dezelfde plaats (toen twaalfde, red.) als vier jaar geleden bij het EK in Florence.''

En stilstand is zo wil een van de vele platgetreden paden in de topsport achteruitgang, zeker in een sport die elders al lang en breed de omslag van semi- naar fullprofessionalisme heeft gemaakt. Maar zowel de zwembond (KNZB) als de sportkoepel NOC*NSF heeft de op de leeftijd geraakte selectie nog niet afgeschreven. Tot opluchting van Van Hardeveld. ,,Laat je niet van de wijs brengen door dat mislukte EK, blijf investeren in deze groep en hou vast aan het programma, was hun advies. Die mening deel ik. Nu drastisch gaan verjongen betekent dat je `Athene' op voorhand uit je hoofd zet en nu al aanstuurt op `Peking'.''

Het noodscenario ligt desondanks al klaar en heeft in de wandelgangen al een officieuze werktitel meegekregen: Bouwen op weg naar Peking. Daarbij gaan de gedachten niet uit naar een Bankras-model, het ooit door de volleyballers geïntroduceerde trainingsmodel waarbij de nationale ploeg uit de competitie werd gehaald. Van Hardeveld: ,,Wij kiezen voor samenwerking, voor een constructie waarbij een beperkt aantal clubs als basis dient van de nationale ploeg. Daar zullen en moeten volwaardige topsportprogramma's worden gedraaid, met meer trainingsuren, meer krachttraining ook en deelname aan Europese toernooien. Zodat bij de nationale ploeg alleen nog maar de puntjes op de i hoeven te worden gezet, en niet zoals nu de hele i nog eens moet worden gebouwd.''

Bij clubs als AZC en AZ&PC heeft Van Hardeveld ,,hoopvolle signalen in die richting'' opgevangen. ,,Vergelijk het maar met het zwemmen. Daar worden ook de beste zwemmers ondergebracht bij de beste clubs. Naar die structuur willen wij ook toe, met een voor de bond vooral ondersteunende rol in de vorm van zowel kennis als geld.''

Een eerste aanzet tot de beoogde kruisbestuiving tussen bond en club(s) is de `promotie' van AZ&PC-trainer Jan-Bram van Luit tot tijdelijk assistent van De Vogel. Van Hardeveld: ,,In New York kan hij met eigen ogen zien wat topwaterpolo is en vereist. Daar kan niet alleen hij, maar uiteindelijk het gehele Nederlandse waterpolo z'n voordeel mee doen.''

De Vogel juicht de koerswijziging toe, al was het maar omdat de opvolger van Aantjes niet gelooft in wat hij ,,het eindeloze gesleutel aan de basisvaardigheden in Zeist'' noemt.

,,Ik wijs die centrale trainingen niet af, alleen: daar moet het om de details gaan, niet om het schieten of het passen. Dat leren die gasten maar bij hun clubs. De polowereld moet ook af van het hokjesdenken. Iedereen beschermt angstvallig zijn eigen winkeltje, terwijl ze in feite niets te verbergen hebben en alleen maar beter zouden kunnen worden van elkaars kennis en kunde.''