Merrie baart haar eigen kloon

Een Italiaanse merrie heeft haar eigen kloon gebaard. Daarmee is voor het eerst een paard gekloond en – bijzonderder – het is ook voor het eerst dat een kloonmoeder draagmoeder van haar eigen kloon is. De moeder van het gekloonde veulen is dus tegelijkertijd de oudere tweelingzus van het jonge dier.

Het veulen werd op 28 mei geboren op het Laboratorio di Tecnologie della Reproduzione in Cremona, woog 36 kilo en is de kloon, dochter en zus van een Haflinger merrie. Het veulen is Prometea genoemd. De geboorte is vandaag bekend gemaakt in het Britse wetenschappelijke tijdschrift Nature. Een Franse paardenfokker heeft al verontrust gereageerd: hij voorziet verlies van dekgelden.

Prometea is gegroeid uit een jonge huidcel (fibroblastcel) van haar kloonmoeder. De fibroblast is gefuseerd met een paardeneicel waar de celkern met erfelijke informatie (DNA) uit was verwijderd. De eicel was gewonnen uit de eierstok van een geslacht paard. Uit zo'n fusiecel tussen een fibroblast en een lege eicel kan in het lab een embryo groeien dat in een draagmoeder kan worden geplaatst.

Het gekloonde veulen is het resultaat van experiment dat met 841 embryo's begon, ruim 500 waren klonen van een Arabische hengst, de ruim 300 andere waren gekloonde embryo's van de Haflinger merrie. In het laboratorium groeiden slechts 22 getransplanteerde eicellen door tot implanteerbare embryo's. Uiteindelijk zijn negentien embryo's in draagmoeders geplaatst. De kloonmoeder die draagmoeder werd kreeg twee embryo's geïmplanteerd. Vier van de negentien teruggeplaatste embryo's leidden tot een waarneembare zwangerschap. Drie gingen door een miskraam verloren. Erg succesvol is de procedure van de Italiaanse onderzoekers dus nog niet.

Tot nu toe dachten onderzoekers dat een moederdier dat wordt gekloond (de kloonouder) niet de draagmoeder van haar kloon kan zijn. Een zwangerschap zou alleen kunnen ontstaan als het afweersysteem van de moeder de zwangerschap waarneemt door een afweerreactie op de foetus. Die herkenning lukt alleen als moeder en foetus genetisch verschillen, wat bij geslachtelijke voortplanting wel het geval is, maar bij een kloon niet.