`Kleur in de tuin leidt alleen maar af'

Via Jan des Bouvrie kwam tuinarchitect Dick Beijer in het circuit van bekende Nederlanders terecht. Strak en minimalistisch, daar houdt hij van. In zijn eigen tuin knipt Beijer de bloemen uit de rododendron. `Weg met de gezellige tuinen!'

Ik ben geen tuinier. Onkruid wieden, kantjes afsteken, ik vind het naar werk. Dat geklooi met plantjes is niks voor mij. Bloemen zijn voor mij geen noodzaak. Een bak met lavendel, prachtig. Een haag met rododendrons, ook mooi. Maar niet té veel bloemen alsjeblieft, kleur leidt alleen maar af. In mijn eigen tuin knip ik de knoppen uit de rododendrons. Hier en daar een paar bloemen, daar kan ik van genieten. Maar niet zo'n kleurenzee, dat is net vuurwerk.

,,In een tuin moet je de natuur temmen, anders neemt die een loopje met je. Gras is mooi als je het inkadert, het mag niet een eigen weg gaan. Hagen moeten kaarsrecht zijn, buxus laat ik altijd in bolvorm scheren. Anders heeft het voor mij geen waarde, dan raak ik het spoor bijster.

,,In een bos doe ik geen inspiratie op, daar is geen rust. Maar bloembollenvelden vind ik prachtig. En een boomgaard, met alle bomen recht in het gelid, mooier bestaat niet. En wat betreft kleur kan er voor mij niks op tegen een weiland vol bloeiend fluitenkruid. Helemaal wit, net Belgisch kant.

,,Andere tuinarchitecten, zoals mijn goede collega Piet Oudolf, willen alles laten golven, die houden van het organische. Ik wil graag ordenen. Ik hou van symmetrie, van strak en minimalistisch. Misschien heeft het iets dwangmatigs. Ik herinner me van vroeger hoe ik met sinterklaas een doos met potloden kreeg. Op kleur geordend, allemaal even lang, prachtig. Vreselijk vond ik het moment dat ik een van die potloden moest slijpen, dat ze niet allemaal even lang meer waren.

,,In mijn tuin moet ook alles recht staan, daar ben ik heel precies in. En er zijn maar een paar materialen die ik mooi genoeg vind om te gebruiken. Beton is voor mij de basis, dat is puur, eerlijk en eeuwig. En dan heb je nog antracietgrijs basaltsplit en Belgisch hardsteen. Daarmee houdt het voor mij wel op. Een terras van klinkertjes in waaierpatroon? Doe mij een lol, een terras van beton is veel mooier.

,,Less is more, dát is mijn credo. De kunst van het weglaten, daar draait het om. Ik beeldhouw met groen. Ik kies heldere, strakke lijnen en Mondriaan-achtige patronen. Ik vul graag grote vlakken met één soort plant. Het effect daarvan is veel groter dan van zo'n Perzisch tapijt, zo'n bloembed met allerlei soorten planten.

,,Een tuin beleef je het grootste deel van de tijd vanuit het huis. Daarom moet een tuin vanuit het huis mooi en rustig zijn. Maar niet als verlengstuk van het interieur. Dus niet binnen een bloemetjesgordijn en dan buiten ook. Ontwerpen vanuit de architectuur van het huis, dat is mijn uitgangspunt. De tuin moet als een maatpak rond het huis zitten.

,,Op de middelbare school had ik geen idee wat ik moest worden. De romans van Jan Wolkers hebben mijn keus bepaald. Door zijn natuurbeschrijvingen besloot ik tuinontwerper te worden. Ik heb een opleiding aan een Middelbare Tuinbouwschool gevolgd. Maar toen ik mijn diploma had, stond de rente op 13 procent en lag de economie op zijn gat. Bovendien was Mien Ruijs de grote heldin van tuinminnend Nederland. Zij stapelde bielzen op elkaar en hield van gewassen grindtegels en veel vaste planten. Zie daar als beginnend tuinontwerper met een voorliefde voor strakke tuinen maar eens doorheen te breken.

,,In Amsterdam kon ik een vaste baan krijgen bij Bakker & Bleeker, een bureau voor stadsontwikkeling. Daar heb ik veel geleerd – over verlichting, straatmeubilair en verharding. Met groen hielden we ons op dat bureau niet bezig. Een boom was een boom, daar zorgde de gemeente maar voor. Die periode bij Bakker & Bleeker is de basis van mijn loopbaan als tuinarchitect. Daar heb ik leren denken in grote lijnen. Niet een plantje hier en een plantje daar, maar een concept. Ook bij een dakterras of in een kleine tuin in een nieuwbouwwijk moet je in grote lijnen denken.

,,Op mijn 28ste vroeg een particulier in Zandvoort of ik voor hem een tuin wilde ontwerpen. Die kans heb ik met beide handen aangepakt. Ik heb mijn baan opgezegd en ben op zolder voor mezelf begonnen. Van de ene kleine opdracht rolde ik in de andere. Wat ik tekende, voerde ik met een aantal werklieden ook zelf uit. Dat heb ik vijf jaar volgehouden. Toen heb ik het uitvoerend gedeelte afgestoten en me geconcentreerd op het ontwerpen. Ik wilde doorgaan met wat ik het leukste vond.

,,Al snel ontdekte ik het belang van publiciteit. Over tuinieren werd nog niet zoveel geschreven. Ik was ambitieus en overtuigd van mijn visie. Ik had echt het idee, ik ga Nederland van de slingerpaadjes afhelpen. Weg met de gezellige tuinen! Met mijn fotoboek ging ik bij redacties langs. Bij VT Wonen stuurden ze me drie keer weg voordat ze een keer aandacht aan me schonken. Maar ik wist dat netwerken voor mij de enige manier was om boven te komen drijven. Anders had ik gewoon hovenier moeten blijven.

,,Jan des Bouvrie stuurde klanten naar me door, en later ik ook naar hem. Zo kwam ik in het circuit van bekende Nederlanders terecht. De tuinen die ik voor hen maakte, zijn mooie etalages. Mijn ontwerp voor Linda de Mol kreeg veel aandacht in de bladen. En als je werk in een glossy staat, krijg je vanzelf weer nieuwe opdrachten. Zo werkt dat. Laatst schonk de Amerikaanse Vogue aandacht aan mijn werk, en dan krijg je plotseling van een wildvreemde Amerikaan een opdracht.

,,Ik heb netwerken altijd hartstikke leuk gevonden. Een keer of drie per maand ga ik naar feesten en etentjes. Daar voel ik me als een vis in het water. Het is helemaal niet erg om regelmatig in Privé te staan. Onlangs werd op een groot gala een tuin van mij geveild voor een goed doel. Dat ontwerp werd gekocht door Gordon, de zanger. Nou, zoiets geeft veel publiciteit en dat vind ik helemaal niet erg.

,,Ik geef levenslange garantie op mijn ontwerpen. Het grind zal af en toe moeten worden aangevuld, en een grasmat is weleens aan vervanging toe. Maar als de gebruikers de lijnen respecteren en het basisplan aanhouden, zal mijn tuin nooit vervelen. Dat kan je niet zeggen van de meeste tuinen in Nederland. Die zijn zo modieus dat ze maar kort meegaan. Het ene jaar is dit weer in, en dan weer dat. Het is een race waar ik de kriebels van krijg. Ga op zaterdagmiddag eens bij Intratuin rondkijken. Wat in nieuwbouwwijken aan geïmpregneerd hout wordt weggedouwd, je wilt het niet weten. De commercie speelt handig in op die trends. Neem een tv-programma als Huis & Tuin. Hoe meer hoe beter, dat is daar het devies. Hoe meer kleur, hoe meer spulletjes, hoe gezelliger het wordt. Stapels pompoenen, omgevallen kruiwagens met heideplanten erin, eenden met strikken... Dat minder meer is, moeten nog veel mensen leren ervaren.

,,Maar ik ben een bevoorrecht mens. Wie bij mij aanklopt, gaat voor de strakke lijnen. Die positie heb ik na twintig jaar wel bereikt. En dat ik in de media soms word afgeschilderd als een jetsetontwerper, daar kan ik mee leven. Ik trek voor niemand mijn neus op. Of het nu om een Vinextuintje gaat of om een hoteltuin van vierduizend vierkante meter, ik behandel iedere klant met evenveel egards.

,,Van een kleine tuin kan je ook iets moois maken. Laatst heb ik voor de Louis Vuitton-vestiging in de P.C. Hooftstraat in Amsterdam het dakterras mogen doen. Vijftig vierkante meter waarop ik me helemaal mocht uitleven. Belgisch hardsteen op de grond, twee vierkante spiegelvijvers, twee kuipen met dakplatanen en wat buitenmeubels die ik zelf heb ontworpen. Allemaal met een kraan op zijn plek gehesen. Echt een plaatje. Dames die bij Louis Vuitton een nieuwe tas van een paar duizend euro hebben uitgezocht, kunnen daar op hun gemak even zitten.

,,Waar ik van droom? Van het Museumplein in Amsterdam. Dat is de afgelopen jaren totaal verknald. Waarom hebben ze daar nu een architect uit Zweden voor gehaald? Als je aan komt rijden, overzie je in één oogopslag het hele plein. Saaier kan toch niet? En de verlichting en het straatmeubilair zijn ook fout – hoe hebben ze het kunnen bedenken. Kijk eens naar het Hyde Park in Londen, of naar de tuinen in Parijs. Zoals het Museumplein vroeger was, met die grote weg in het midden, was het duizend keer beter. Op het plein zouden nu ook weer een paar grote lijnen moeten komen. Lanen met bomen, en fijne bankjes. Daar zou het enorm van opknappen.

,,Tuinen zijn in Nederland altijd nog een lullig gebiedje. En groen in de openbare ruimte, daar is weinig traditie in. Het kan allemaal op een veel hoger plan. Nu is het vaak nog de sluitpost op de begroting. Eerst komt de binnenhuisarchitect, en daarna pas de tuinarchitect.

,,Maar ik mopper niet. Met z'n drieën hier op kantoor zijn we altijd wel aan twee of drie nieuwe tuinen aan het tekenen. Mijn bedrijf hoeft niet zo nodig groter te worden. Ik ben heel gelukkig zo.

,,Als ik de afgelopen twintig jaar iets heb geleerd, is het dat ik het beste op mijn gevoel kan afgaan. Als architect moet je vooral niet te veel nadenken. Als een ontwerp op papier klopt, klopt het in de praktijk ook. De enige lastige dimensie is dat je als tuinarchitect moet werken met dingen die groeien, met vormen die veranderen. Maar ja, gelukkig kan je planten en heggen snoeien.

Dit is het laatste gesprek uit een serie interviews met smaakbepalende ondernemers. Eerdere afleveringen werden gepubliceerd op 10, 18, 24 en 31 juli en zijn te lezen op www.nrc.nl.