`Ik denk enkel nog aan mijn zoon'

Benedict Sawyer (29) is een van de drieduizend Liberiaanse vluchtelingen die domicilie vonden in Nederland. ,,Ik werk alleen maar voor mezelf. Waar is de familie waarvoor ik werk?''

Benedict Sawyer heet eigenlijk Wettee Nyemah, zegt hij. Maar toen zijn ouders gingen werken voor de elite people, afstammelingen van vrijgelaten slaven uit Amerika die in 1847 Liberia stichtten, werden ze gekerstend en kregen ze een andere naam. Nu kennen de meeste mensen hem als `Ben'. De 29-jarige Liberiaan, die zes jaar geleden naar Nederland vluchtte, is eigenaar van de Amsterdamse bar Weah Tee. De naam komt uit het Grebo, de taal die zijn stam spreekt, en betekent `onze tijd', vertelt hij.

Ben volgt de gebeurtenissen in Liberia op de voet. Iedere dag stemt hij af op CNN en BBC World. Voor Ben zelf begon de oorlog in december 1989. In zijn café in de Amsterdamse wijk De Baarsjes beschrijft hij de kindsoldaten die gewapend en onder invloed van verdovende middelen schietend door de straten trokken. Achter die kinderen zitten ,,mensen die macht willen'', zegt hij. ,,Het is makkelijk om kinderen te werven. Ze zeggen: `Als jullie winnen, krijgen jullie een goede scholing. Maar als je niet vecht of de oorlog verliest, zullen ze je vermoorden.''' Volgens Ben weten de oorlogskinderen vaak niet wat ze doen, zo stoned zijn ze. ,,Ik heb ze over straat zien lopen, helemaal naakt en met wijd opengesperde ogen.''

Een jonge, zwarte vrouw die een plastic tasje met warm eten voor een klant brengt, zegt dat de kinderen `tintin' kregen. Er ontstaat een kort gesprek tussen Ben, de vrouw en een jongen die zich later voorstelt als Earl Sinnah (19). ,,Het moet sterker zijn dan tintin'', zegt Ben. ,,Je gaat er van hallucineren en dan worden het beesten.'' Niemand spreekt dit tegen.

Ben herinnert zich dat er in het begin van de oorlog slechts sporadisch kortdurende schermutselingen waren, verspreid over het land. Maar geleidelijk duurde de onveilige situatie steeds langer en bestreek steeds grotere delen van het land. Waren het eerst alleen twee stammen, de Manu en de Gio, die onder leiding van `Prince Johnson' tegen het toenmalige gezag vochten, gaandeweg werd het conflict ,,groter en ingewikkelder''.

Is de huidige politieke werkelijkheid ondoorzichtig voor een Liberiaan als Sawyer, wetenschappers worstelen met de etnische en linguïstische werkelijkheid. Zo bestaat er geen overeenstemming over aard en aantal van de etnische groeperingen in Liberia. Ook over de vraag of sommige talen dialecten zijn of afzonderlijke talen, verschillen de meningen. ,,In dit café komen mensen van alle tribes'', zegt Earl. ,,En dan spreken we Engels.''

Housemuziek, afgewisseld door Afrikaanse klanken, klinkt door Weah Tee. Het is een schoon en opgeruimd café. Aan de muren hangen foto's van internationale voetbalsterren en in een wand zit een aquarium. Is hij niet blij dat hij een mooi en groot café heeft en veilig in Nederland zit?

Sawyer, een hulk van een man die ooit in het Liberiaanse voetbalelftal speelde, heft in een machteloos gebaar zijn indrukwekkende armen. Terwijl opeens tranen in zijn ogen staan, zoekt hij naar woorden. ,,Gisteren ging ik naar een eethuis hier in de buurt. Toen het eten voor me stond, dacht ik: zou mijn moeder nu iets te eten hebben? Zou mijn kind geen dorst hebben? Ik kreeg geen hap door mijn keel.''

Benedict heeft Weah Tee gekregen van zijn vriend en eertijdse voetbalteamgenoot, `King' George Manneh Oppong Ousman Weah, speler van het jaar 1995 en volgens sommigen de beste voetballer van Afrika aller tijden. ,,George vroeg aan me: `Je hebt een mooi café en nog ben je niet gelukkig, hoe kan dat nou?' Ik zei: `Wat, als ik al het geld van de wereld heb en mijn zoon is dood?'''

Sawyer is ook bang dat áls hij zijn zoon levend terugvindt, dat deze zal vragen: `Vader, waar was je? Waarom heb je me achtergelaten in de oorlog?' ,,En als ik hem wil meenemen naar Nederland, wat zal hij dan zeggen? `Vader, ik heb de oorlog overleefd zonder jou. Ga maar alleen terug.''' De oorlog is een obsessie voor hem geworden, zegt Ben. Hij denkt meer dan dat hij werkt. ,,'s Ochtends kijk ik in de spiegel en denk: Ik werk alleen maar voor mezelf. Waar is de familie waarvoor ik werk?''

Benedict was vijftien en zijn schoolvriendinnetje veertien toen hun zoon Sam Tito Nyemah werd geboren. De moeder van Tito is met een andere man getrouwd en naar het buitenland gegaan. Tito is bij de moeder van Ben ondergebracht. ,,Ik ben zes jaar in Nederland'', zegt Ben, ternauwernood zijn woede onderdrukkend. ,,Ik heb nog nooit een misdaad begaan. Ik heb geen bijstand getrokken en ik heb de Nederlandse nationaliteit, maar de vreemdelingenpolitie doet er alles aan om te verhinderen dat ik mijn zoon naar Nederland haal.'' Zal zijn zoon wel geloven dat hij er alles aan heeft gedaan om hem in veiligheid te brengen, vraagt hij zich af.

Op boze toon nu: ,,De vreemdelingenpolitie weet niet wat oorlog is. Ik heb moeten vluchten met mijn moeder en toen ze niet meer kon, heb ik haar gedragen. Dat is oorlog.''

Earl Sinnah luistert zwijgend aan tafel mee. Wanneer Ben wegkijkt, zegt hij zachtjes: ,,Ik zit nog in de procedure. Ik heb twee zusters en twee broers en ik weet ook niet waar ze zijn.'' Ben: ,,Veel landgenoten zitten met dit probleem. Zij zijn hier, maar ze mogen hun kinderen niet naar Nederland halen. We hopen dat jullie koningin een keer zal zeggen dat buitenlanders die Nederlander zijn geworden, zich mogen verenigen met hun familie.''

    • Hans Moll