Het hoofddoekje af

Het lijkt op het eerste gezicht op een beknotting van de persoonlijke vrijheid, een school die haar leerlingen verbiedt hoofddoekjes te dragen. Het St. Gregorius College in Utrecht heeft die maatregel niettemin getroffen en heeft er gisteren de zegen voor gekregen van de Commissie Gelijke Behandeling. De commissie baseert zich op artikel 7 van de AWGB, de Algemene wet gelijke behandeling. Dit artikel bevat een uitzonderingsbepaling op het algemene uitgangspunt dat onder meer onderwijsinstellingen verbiedt onderscheid te maken. Daardoor is het aan het bijzonder onderwijs toegestaan met een beroep op zijn identiteit ,,bij de toelating en ten aanzien van de deelname aan het onderwijs eisen te stellen, die gelet op het doel van de instelling nodig zijn voor de verwezenlijking van haar grondslag''. Onderscheid op grond van seksuele gerichtheid, ras of nationaliteit wordt van deze uitzonderingsbepaling nadrukkelijk uitgesloten.

Het St. Gregorius College is een 130 jaar oude, rooms-katholieke school met op diverse plaatsen kruisbeelden, die helder is over haar identiteit. De Commissie Gelijke Behandeling wijst er in haar oordeel op dat het college zowel in de schoolgids, het leerlingenstatuut als in de schoolleercontracten zijn katholieke signatuur duidelijk heeft vastgelegd. Godsdienstlessen zijn voor de leerlingen verplicht, evenals katholieke vieringen en gebedsdiensten. Van leerlingen wordt niet geëist dat ze zelf katholiek zijn; wel dat hun ouders de grondslag van de school onderschrijven.

Al eerder heeft de Commissie Gelijke Behandeling uitgesproken dat dragen van een hoofddoek door een moslimvrouw of -meisje als een uiting van haar geloofsovertuiging kan worden gezien. In dit verband deed een eerdere uitspraak van de commissie – dat een rechter in toga met hoofddoek zou moeten kunnen – vreemd aan.

De uitspraak die de commissie gisteren heeft gedaan is realistischer. Dit oordeel impliceert verder geen enkele beperking voor het dragen van hoofddoekjes in openbare ruimten of op openbare scholen. Het sanctioneert wel een verbod in specifieke situaties waarin dergelijke kledingstukken in zekere zin een provocatief karakter hebben en in elk geval strijdig zijn met afspraken. In een bijlage bij het leerlingenstatuut van het St. Gregorius College staan kledingvoorschriften opgenomen die een verbod bevatten voor kledingstukken die met een niet-katholieke of niet-christelijke levensovertuiging kunnen worden geassocieerd. Met name worden genoemd: een cap, pet, hoofddoekje, burqa, chador, djelleba en niqaab.

Met andere woorden: moslimmeisjes (en hun ouders) die het rooms-katholieke St. Gregorius College bezoeken, weten waaraan ze beginnen. Ze horen het hoofddoekje thuis te laten. Of ze bezoeken een school waar ze mét hoofddoekje welkom zijn.