Frans-Marokkaanse ruzie over alimentatie

Een Franse Marokkaan is in een curieus juridisch gevecht gewikkeld tegen de betaling van alimentatie voor een kind dat bewijsbaar niet van hem is.

,,Ik verfoei de dag dat ik haar ontmoet heb.'' Mohammed Bellakhdim zegt het uit de grond van zijn hart bij het verlaten van het advocatenkantoor. Even tevoren, binnen, in het bijzijn van zijn advocaat, was hij formeler. De zaak loopt immers nog. Hij zei dus slechts ,,diep gekwetst'' te zijn door een ,,onrechtvaardig vonnis''.

Bellakhdim (36) is door een Marokkaanse rechtbank veroordeeld tot het vaderschap van de dochter van zijn ex-vrouw Laïla Ijourk. Hoewel in Frankrijk uitgevoerd DNA-onderzoek heeft uitgesloten dat hij de verwekker is van het nu zevenjarige meisje Anissa, zijn de rechtbank en het hof van beroep in de Marokkaanse stad El Jadida van mening dat hij wél de vader is. Letterlijk stelt de rechtbank dat een op bloedonderzoek gebaseerd vonnis ,,in strijd [is] met de Marokkaanse wet en de islamitische traditie'' en dat ,,volgens islamitische gebruiken [...] de vader alleen kan ontkennen dat het meisje zijn dochter is door dit te zweren''.

De uitspraken zijn het voorlopige einde van een al zeven jaar durende juridische strijd, belichaamd door een forse stapel processtukken op het bureau in het kantoor van Bellakhdims advocaat Jean-Charles Darey in de Oost-Franse stad Belfort. In dezelfde stad ontmoette Bellakhdim zijn ex-echtgenote Laïla op een nu door hem verfoeide dag, eind 1994. Ondanks ,,kwade voorgevoelens'' van zijn kant trouwden ze een jaar later, in Marokko, waar zij beiden vandaan komen.

Twee maanden na hun huwelijk en na terugkeer in Frankrijk verlaat Bellakhdim zijn vrouw. ,,Op 11 november 1995, ik weet het nog precies'', zegt hij nu. Hij neemt kort daarna ontslag als technisch tekenaar bij een ingenieursbureau en keert terug naar El Jadida. Volgens de regels van het Marokkaanse familierecht, de moudouana, verstoot hij in februari 1996 zijn echtgenote, bij notariële akte. Omdat hij in Marokko geen werk kan vinden, keert hij al snel terug naar Frankrijk, waar zijn oude werkgever hem opnieuw in dienst neemt.

Elf maanden nadat Bellakhdim zijn ex-vrouw verlaten heeft, bevalt deze van Anissa, in september 1996. Een half jaar later, als zijn ex-vrouw alimentatie opeist voor het kind, hoort hij voor het eerst van Anissa's bestaan. ,,Het was een raadsel voor me.''

Bellakhdim raadpleegt ,,alle vroedvrouwen en apotheken van Belfort''. Die zeggen allemaal dat een zwangerschap van elf maanden uitgesloten is. Bovendien herinnert hij zich dat zijn ex-vrouw hem op de dag dat hij haar verliet had gezegd ongesteld te zijn.

In november 1997 laat Bellakhdim de zaak voor de rechter komen. Die gelast een DNA-onderzoek, dat in februari 2000 plaatsheeft. Het is de enige keer dat Bellakhdim zijn vermeende dochter ziet. Het onderzoek sluit zijn vaderschap uit. In juli 2000 vonnist de rechtbank van Mulhouse, dat Bellakhdim niet de vader is en dat de achternaam van het kind, dat zijn naam draagt, veranderd moet worden in die van zijn ex.

Net als zijn ex-vrouw, wier verblijfplaats nu onbekend is, had Bellakhdim in 1995 de Franse nationaliteit gekregen. Maar onder het motto `eens Marokkaan, altijd Marokkaan' – ook geldig voor Nederlanders van Marokkaanse afkomst – blijft Marokko geëmigreerde burgers als landgenoten beschouwen. Die dubbele nationaliteit ligt aan de basis van Bellakhdims probleem.

,,Omdat Laïla Ijourk niet in beroep ging, was de zaak in Frankrijk juridisch afgerond'', stelt Darey. ,,Maar als Marokkaans burger had zij intussen ook een eis ingediend bij de Marokkaanse rechtbank. In overeenstemming met een uit 1983 stammend convenant tussen Frankrijk en Marokko heeft de Marokkaanse rechtbank het vonnis van de eerste rechter, de Franse in dit geval, afgewacht. Probleem is echter dat niet expliciet gesteld wordt, dat de tweede rechter het vonnis van de eerste hoort te volgen. Impliciet is dat wel de bedoeling, om te voorkomen dat burgers met een dubbele nationaliteit hun recht gaan halen in het land met de voor hen gunstigste wetgeving.''

De Marokkaanse rechter week in maart vorig jaar ,,tot verbijstering'' van Bellakhdim af van het Franse vonnis en veroordeelde hem tot het betalen van een maandelijkse bijdrage aan Anissa's opvoeding, te verhogen met een extra toelage op twee jaarlijkse islamitische feestdagen. Ook moet hij `zijn' dochter aanmelden bij de burgerlijke stand en de proceskosten betalen.

De details van het arrest van het hof van beroep van eind vorige maand zijn nog niet bekend, maar zeker is dat het hof het vonnis heeft bevestigd. De enige juridische hoop wordt nu nog vertegenwoordigd door het Marokkaanse hooggerechtshof. Advocaat Darey: ,,Dat behandelt weliswaar slechts technische rechtsvragen, maar het accepteren van bloedonderzoek als bewijs is zo'n technische kwestie. In die zin kan deze zaak Marokko helpen te moderniseren.''

Darey zegt de voorkeur te geven aan een louter juridische benadering. ,,Maar ik ben me bewust van de cultuurverschillen, al gaat het me te ver om in dit geval te spreken van een botsing der beschavingen. Corruptie aan de zijde van de Marokkaanse rechter kan ook een rol spelen: in moordzaken accepteert de Marokko de uitslag van bloedonderzoek wel als bewijs.''

Diplomatieke druk zien Darey en zijn cliënt als een andere uitweg. De convenant tussen Frankrijk en Marokko schrijft voor dat een door de ministers van Justitie ingestelde commissie eventuele conflicten beslecht. Zo'n commissie is ondanks herhaald verzoek van Darey nog niet ingesteld door de Franse minister Perben. Daarom bracht Bellakhdim zijn zaak onlangs in de publiciteit: een brief van het kabinet van president Chirac was prompt één van de aanwijzingen dat ,,er nu beweging zit in de zaak''.

In Frankrijk heeft het Marokkaanse vonnis geen rechtskracht, maar een gevolg is wel dat Bellakhdim niet meer zijn familie in Marokko kan bezoeken zonder het risico te lopen in de gevangenis te belanden. Niet alleen daarom is hij bitter gestemd. ,,Het Marokkaanse vonnis is gedaan uit naam van de koning. Dat doet me pijn. Ik respecteer mijn koning, ik wil niet dat de waarheid uit zijn naam geweld wordt aangedaan. Ik hoop op de steun van de Marokkaanse minderheid in heel West-Europa om die schande te verhelpen.''

    • Pieter Kottman