Een kunstdorp voor de `Vinex-vrijheid'

Op `Parasite Paraside' bij de Vinex-wijk Leidsche Rijn dragen kunstenaars oplossingen aan om de buurt te verlevendigen.

`We schrokken wel bij de inspraakavonden.'

In minder dan een week is Parasite Paradise uit de grond gestampt. En, indien nodig, kan het in nog veel minder tijd weer worden afgebroken en verplaatst. Het kunstdorp is amper een halve kilometer lang. Het telt een hoofdstraat, een plein en een rotonde. Maar het heeft alles. Aan het begin van de straat logeren gasten in het konijnenhok-hotel van Joep van Lieshout. Vertier kan worden gezocht in de minibioscoop met éénminutenfimpjes of in het uit kratten opgebouwde theater, dat met zijn golvende rood-roze gevel doet denken aan het Windpaleis in het Indiase Jaipur. Op de rotonde staat een raketvormige bar waar een norse Russische barvrouw wodka met augurk serveert. En op het plein, het hart van de nederzetting, mag natuurlijk geen restaurant, café of skateramp ontbreken.

Parasite Paradise houdt het midden tussen kermis, tentenkamp en beeldentuin. Het is een stuk opwindendender dan het spiksplinternieuwe Leidsche Rijn, waar de bussende bezoeker onderweg doorheen wordt geleid. Toch is Nederlands grootste Vinex-wijk meer dan alleen een decor voor deze uitstalling van mobiele architectuur. Zij is de directe aanleiding. In een wijk waar de voorzieningen niet verder reiken dan dierenarts en supermarkt, doet Parasite Paradise allerlei alternatieve oplossingen aan de hand. ,,Ik schrok wel even bij de inspraakavonden'', zegt Tom van Gestel, artistiek leider van Stichting Kunst in de Openbare Ruimte en samensteller van de tentoonstelling. ,,Bewoners wilden scholen en winkels. Maar dat soort problemen kunnen wij niet oplossen. Wij tonen alleen een andere manier van benaderen, waarbij je soms moet gedogen om de dynamiek van een stad te verbeteren. En we hopen dat planologen dat overnemen.''

Het gaat erom de steriliteit van de met Hubo-schuttingen afgezette kavels te doorbreken, van Leidsche Rijn een levendige wijk te maken en haar te behoeden voor het lot van slaapstad en tuindorp. Het grote voordeel van parasites is dat het gebouwen zijn zonder fundament, die veel even snel en makkelijk zijn op te bouwen als een tent en waar geen aparte bouwvergunning voor nodig is. ,,Er mag veel meer dan in permanente bouw met al z'n restricties en regels'', zegt kunstenaar Bik van der Pol, terwijl hij wijst op de drie ophaalbruggen van zijn Nomads in Residence. In deze zwarte doos, die met een paar zwaaien aan de takel verandert in een hermetisch gesloten oester, komt een gastatelier voor jonge kunstenaars uit tweede fase-opleidingen die zich per toerbeurt gaan verdiepen in de `Vinex-vrijheid'.

Van der Pols creatie is een van de drie parasites waarvoor een semi-permanente plek is gevonden in Leidsche Rijn. Ook de spierwitte skateramp van het Eindhovense Maurer United Architects, ontwikkeld in samenwerking met professioneel skater Maarten van Viegen, krijgt een plaatsje in de wijk. De Mobile unit-shed van de Duitsers Daniel Milohnic en Dirk Paschke, twee sobere containers voorzien van bamboe terras en overkapping van Aziatische parasols, gaat dienst doen als buurthuis. Het is de bedoeling ieder jaar een kunstenaar of architect uit te nodigen om te reageren op de typisch Nederlandse woningbouw van de buurt. Van Gestel: ,,Dat levert in tien jaar tijd zo'n vijftien mobiele bouwsels op.''

Parasite Paradise moet gezien worden als het startschot van dat meerjarenproject. Het pretendeert geen uitputtend overzicht te geven van nomadische architectuur. Het gaat om een doorsnee, wat Van Gestel een ,,gekke verzameling invalshoeken'' noemt. Sommige parasites blijven dicht bij de klassieke containervorm. Maar er is ook een tot verrolbare trommel op te vouwen demonstratiepodium, een tot bioscoop omgebouwde vluchtelingentent, een uit wasmachineonderdelen opgetrokken ruimtestation en een kas op wielen.

Uiteraard ontbreken klassiekers uit het genre niet, zoals de zelden tentoongestelde Mobile Linear City van Vito Acconci. De zes woonruimtes die telescopisch in elkaar kunnen worden geschoven van veertig meter tot vrachtwagenlengte, zijn kaal en niet erg functioneel. Maar ze geven wel precies weer waar het bij parasites om gaat. Van Gestel: ,,Het is een huis als slakkenschulp. En het zet vraagtekens bij de scheiding tussen privé en openbaar.''

Hetzelfde doet eigenlijk beeldhouwer Dré Wapenaar, die voor de gelegenheid een Dodenbivak ontwierp, de morbide pendant van zijn eerdere Baartent. Veel frivoler is de CampingFlat van Kevin van Braak. Op een vier verdiepingen tellende steiger kunnen bezoekers in tentjes slapen omgeven door een plastic kampvuurtje, kunstgras, opgezette waakhond en het geluid van synthetische krekels. Hier kan de verstokte stadsmens op geheel artificiële wijze de laatste restjes natuur van Leidsche Rijn genieten. Voordat de graafmachines van de projectontwikkelaar komen.

Parasite Paradise: t/m 28/9 op terrein achter informatiecentrum, Verlengde Vleutenseweg 32, Utrecht. Open: di-do-zon 13-19u, vrij-za

13-22u.