Doodsverachting

De Achterpagina is deze zomer op zoek naar extremen. Vandaag de snelste motor.

Sommige mensen verafschuwen ze, anderen zijn erdoor gefascineerd: supersnelle motoren. Lawaaiige, milieuvervuilende monsters zijn het, zeggen de motorhaters, en nog levensgevaarlijk ook. Vooral op dat laatste argument valt weinig af te dingen. In het eerste mooie lenteweekend van dit jaar stierven zeven motorrijders. Ieder jaar zijn er weer jongemannen die, opgejaagd door testosteron en zelfoverschatting, de onbegrensde mogelijkheden van die eerste mooie dagen niet aankunnen. En ook daarna is de kans op een dodelijk verkeersongeluk voor een motorrijder vele malen groter dan voor andere verkeersdeelnemers.

De motorrijders kennen dit gevaar, zoals de meeste rokers de gerede kans op longkanker aanvaarden, maar ook verdringen. Wie te lang stilstaat bij de gedachte dat er in een bocht een olieplasje kan liggen, stapt niet meer op de motor.

Natuurlijk, er zijn ook `nette' motorrijders. Rustige lieden op een 500cc'tje die de motor vooral prefereren om minder last te hebben van de files. Maar er is ook een onverbeterlijke groep die het om snelheid is te doen. Waar de filerijder het welletjes vindt en de gashandel dichtdraait, begint voor de snelheidsduivel het spel pas. De argumenten van de motorhater hoort hij dan al niet eens meer.

Voor deze groep hebben diverse Japanse en Italiaanse merken verleidelijk speelgoed op de markt gebracht. Motoren met het vermogen van een flinke personenauto, en dat met een gewicht van soms niet meer dan 190 kilo. De snelste motor met kenteken ter wereld is de Kawasaki ZX-12R, met een vermogen van 195 pk en ook in Nederland te koop. De eretitel is enigszins arbitrair, want zijn naaste concurrent, de Suzuki Hayabusa, doet nauwelijks voor hem onder, terwijl de Suzuki GSX-R 1000 geldt als de motor waarmee op het circuit de snelste tijden worden geklokt. Maar de `Kawa' heeft het grootste vermogen en als zijn berijder voldoende durf heeft – en voldoende vrij asfalt – bereikt deze binnen 28 seconden een top van ruim 300 kilometer per uur.

Hoe voelt dat? Met slechts vijf rijlessen op de motor moet de verslaggever het doen met een rit als duopassagier. Het begin is rustig. De bestuurder moet eerst weten hoe zijn passagier zich gedraagt, want vooral in de bochten kunnen onverwachte bewegingen fataal zijn. Na een kilometer of tien komen de eerste plaagstootjes: een sprintje naar het volgende stoplicht, waarbij de teller even de 140 aantikt. En dan, als berijder en passagier aan elkaar gewend zijn, is het tijd om de schandaligste snelheidsovertredingen te begaan.

Een volle acceleratie met écht snelle motoren als de ZX-12R is een overweldigende en tegelijk verbazend lichte ervaring. Het geloei van de 1200 cc is op de motor zelf nauwelijks hoorbaar, er is alleen maar kracht en versnelling. Al na zeven seconden is een snelheid van 200 kilometer per uur bereikt. De motor jaagt in volle acceleratie door een lange bocht, en de wereld draait een kwartslag om. Zonder een spoor van uitputting sleurt de ZX-12R op het rechte stuk verder vooruit, lenig en soepel als een jachtluipaard. De horizon vernauwt zich tot een punt in de verte, lantarenpalen flitsen voorbij als in versneld afgespeelde film. Wanneer de motor in de zesde versnelling zijn laatste aanval inzet en de teller 270 aangeeft, moet er krachtig worden geremd voor die onbegrijpelijk langzame auto's.

Na de rit stapt de verslaggever enigszins beduusd af. Hij is niet bang geweest. Hij heeft iets heel anders ervaren, het landschap leek te krimpen en de tijd te versnellen. Nu de rit voorbij is, lijken de oude verhoudingen weer hersteld, maar helemaal hetzelfde als daarvoor zullen ze nooit meer worden.