Beste bommetje is een salto

Het NK Bommetje Springen telde gisteren 160 deelnemers, waaronder twee Australiërs. Zo'n gek kampioenschap kennen ze niet Down Under.

De onttroonde Nederlands kampioen Bommetje Springen schoot zijn opvolger gisteravond in het buitenbad Noord in Stadskanaal even aan. Roland Daalman (34) uit het Noord-Hollandse De Zilk vroeg de kersverse kampioen Edwin Jongejans (36) (ja, de oud-wereld- en Europees kampioen schoonspringen en huidig bondscoach van de schoonspringers), of die hem de kunst van het saltospringen wilde leren. Want de prachtige achterwaartse salto van Jongejans was goed voor de Nederlandse titel. Zelden zal hij vanaf de duikplank zoveel enthousiasme hebben gewekt. Het bewonderende ,,oooohhh'' klonk gisteren uit 2.000 kelen in het Stadskanaalster zwembad.

Jongejans tikte direct Daalmans 06-nummer in zijn gsm. ,,Kom maar eens trainen in Amersfoort.'' Gisteravond werd in Stadskanaal voor de derde keer het NK Bommetje Springen gehouden. Waterbommen maken is een rage van alle tijden onder jongelui: plons vanaf de duikplank in het zwembad in het water en probeer zoveel mogelijk omstanders nat te spatten. Bij het NK gaat het erom wie de hoogste waterzuil produceert. Een driekoppige jury zit aan een tafeltje tegenover de één- en driemeterplank, waarnaast een acht meter hoge kleurige meetlat hangt. Met het blote oog schatten ze hoe hoog de geproduceerde ,,bom'' of waterfontein omhoog schiet. Badmeester Cor Stuut van Bad Noord wilde een spectaculair publieksevenement organiseren en kwam uit bij het `bommetje'. De belangstelling was gisteravond overweldigend. Maar liefst 160 deelnemers uit het hele land – en zelfs twee Australiërs – deden een gooi naar de titel.

,,Volgend jaar gaan we voorrondes organiseren, want we hadden nu zelfs een wachtlijst'', aldus Stuut. Jongejans verbrijzelde het Nederlands record van zeseneenhalve meter van Ewout Ketelaar (21) uit Stadskanaal. De oud-wereldkampioen (1991) en oud-Europees kampioen (1989 en 1995) schoonspringen produceerde een ,,waterbom'' van 8,90 meter en kan een verrassende en nieuwe titel aan zijn palmares toevoegen. ,,Als geintje'' deed hij mee aan het NK. ,,Dit is gewoon leuk en gezellig'', zei hij. Oefenen had hij nauwelijks gedaan. Is ook niet echt nodig, vindt hij. ,,Je kunt twee of 10.000 bommetjes maken. Een bommetje maken is gewoon een bommetje maken. Het is een momentopname. Je moet ook geluk hebben.''

De vorm van de dag is doorslaggevend. En die had hij. Bommetje Springen mag dan vooral fun zijn, het is in de uitvoering een bloedserieuze aangelegenheid. Een goede ,,waterbom'' is een combinatie van techniek en gewicht, weet Jongejans. Hij sprong hoog op van de drie meter plank, maakte een achterwaartse salto en belandde met een superplons in het water. Zelden zal de oud-Olympiër (1988 en 1992) zich tijdens een wedstrijd in zulk bont gezelschap hebben bevonden. Jong en oud ( de jongste deelnemer was zes jaar, de oudste 44), jongens en meisjes, verkleed of niet, liepen gisteravond de duikplank op. Een klein jochie in een militair pakje en met een geschminkt gezicht gooit voor zijn sprong achteloos zijn petje weg. Hij neemt een aanloop, maar lijkt te struikelen. Er zijn er die naar voren duiken of die hun ene been vastpakken en met het andere schuin in het water vallen terwijl ze hun rug achterover kantelen. Weer anderen maken een koprol. Buschauffeur Paul Hensen (42) uit Tilburg laat zich heel eenvoudig en ontspannen recht naar beneden vallen, terwijl zijn armen omhoog reiken. ,,Je moet zorgen dat je relaxed bent en goed in balans'', zegt hij. De Australiër Michael van Loenen (24) is ,,een jaar op vakantie'' in Nederland en werkt in de detailhandel in Stadskanaal. Zo'n gek kampioenschap kennen ze niet Down Under. Met zijn kameraad Jawen Nawodycs schreef hij zich in. ,,Ik heb vandaag flink wat broodjes gegeten en Heineken en Grolsch gedronken'', grinnikt hij, terwijl hij op zijn bescheiden buikje wijst.

Voormalig titelhouder Daalman was als kind al fervent bommetjesmaker. ,,Aan baantjes trekken had ik een hekel. Ik wilde gewoon mensen natspatten.'' Het NK vindt hij fantastisch. ,,Je maakt zoveel vrienden.'' De lange en stevige metselaar (120 kilo) hoopt door een salto aan zijn sprongrepertoire toe te voegen, volgend jaar meer waterdruppels te doen opschieten. ,,Omdat je om je as draait, kom je sneller beneden en spat het water meer op. Jongejans gaat het me in een dag leren. Zelf durf ik het niet. Voor ik een dwarslaesie oploop, kan ik beter eerst les krijgen van een professional.''