Zaak Willem M. steunt op kasstortingsbewijs

De rechtbank besloot de belangrijkste verdachten in de witwaszaak van Willem M. in voorarrest te houden. Toch bleek het een kwetsbare strafzaak.

Willem M. had besloten in zijn cel te blijven. De NAVO-medewerker (50), volgens justitie ,,het brein'' van een witwasbende, liet zich gisteren op een voorbereidende terechtzitting van zijn zaak, waarin alleen werd beslist over de verlenging van zijn voorarrest, vertegenwoordigen door zijn advocaat P. Reitsma. Daarmee ontliep hij de spiedende blik van publiek en journalistiek. Maar zo miste hij ook dat nu al zwakke plekken in het strafdossier werden blootgelegd.

M. is in februari met drie medeverdachten aangehouden op verdenking van criminele samenzwering en valsheid in geschrifte met als doel 200 miljoen dollar misdaadgeld in de legale economie te pompen. Zijn medeverdachten zijn z'n boezemvriend en vastgoedhandelaar Willem van V. (50), de Italiaanse cocaïnesmokkelaar Pietro F. (64) en de Marokkaan Mohamed K. (51). De laatste is nooit veroordeeld maar zou volgens politie-informatie een vermogende drugscrimineel zijn. In de zaak zijn negen andere betrokkenen ook als medeverdachte aangemerkt; zij zitten niet in voorarrest.

Justitie is de vier hoofdverdachten op het spoor gekomen, aldus het strafdossier, na een onderschepping 10 oktober 2002 van een envelop uit Colombia. Hierin trof de douane, na te zijn verwittigd door de pakketdienst Fedex, een kasstortingsbewijs aan ter waarde van 200 miljoen dollar. Dit bewijs was verzonden aan Pietro F. in Uithoorn en moest daarna door naar Roemenië, waar Willem M. vorig jaar voor de NAVO veelvuldig met bewindslieden en zakenlui sprak. Hoewel het kasstortingsbewijs vals was, probeerden M. en Van V. het toch te gelde te maken. Ook vond justitie aanwijzingen dat M. en Van V. bezig waren criminele miljoenen van de Marokkaan K. in de legale economie te brengen. Nog voordat ze aan witwassen toekwamen, zijn ze opgepakt.

Cruciaal in deze hele geschiedenis, zo benadrukte de verdediging gisteren, is de toevallige onderschepping van het kasstortingsbewijs. Zonder dat `gelukje' zou er nooit een onderzoek zijn gestart.

De vraag is nu of die onderschepping toeval was, zoals in het strafdossier is gesuggereerd. Advocaat J.P. Plasman van Pietro F. wees er gisteren op dat douaniers ,,tegenstrijdig'' hebben verklaard over het openen van de Fedex-post. De opening van het Fedex-karton, om de envelop heen geplakt, is te verdedigen op grond van een vermoeden van drugsinvoer. Maar de opening hierna van de envelop zelf moet ,,onrechtmatig'' zijn geweest, aldus Plasman, aangezien er geen machtiging van de rechter-commissaris was het briefgeheim te schenden.

Officier van justitie H. Dijkstra wuifde het punt weg. Er was een stuk papier geopend dat fungeerde als envelop, zei hij. Daar zat helemaal geen pakketje omheen. ,,Ik geloof dat u een verkeerd beeld hebt van een Fedex-pakket'', zei Dijkstra tegen de advocaat. Waarna Plasman een proces-verbaal aanhaalde om zijn gelijk te onderstrepen: er was eerst een omhulsel geopend, pas daarna de envelop. De rechtbank onder leiding van R. Toeter besloot hierna de betrokken douane- en Fiod-ECD-medewerkers alsnog te laten horen, zoals Plasman had gevraagd.

Het lijkt een formaliteit - maar het kan verstrekkende consequenties hebben. De hele strafzaak kan in duigen vallen, ook die tegen Willem M., als blijkt dat justitie onjuist over de vondst van het kasstortingsbewijs, het startpunt van het onderzoek, heeft gerapporteerd, zei Plasman vanmorgen.

En er zijn meer aanwijzingen dat er op dit vlak iets niet klopt, zo bleek gisteren al. Zo is in het strafdossier een opmerking van 12 september vorig jaar terug te lezen, waarin staat dat Citibank Istanbul - die zijdelings met het valse waardepapier te maken kreeg - aangifte in de VS had gedaan inzake het vervalste stortingsbewijs. Advocaat Reitsma van Willem M. wees er gisteren op dat dit bericht een kleine vier weken vóór de onderschepping is verstuurd. Was het, suggereerde Reitsma, misschien geen toeval dat het Fedex-pakketje een paar weken later werd geopend?

Zo blijkt deze strafzaak - los van het werk van de hoofdverdachte - vol te zitten met curiositeiten. Advocaat I. Weski van Mohamed K. maakte er melding van dat maar liefst zes medeverdachten verdachte zijn in andere strafzaken. Zo zijn er de Belgische adviseurs Van R., De V. en D. (in België verdacht van oplichting van vermogende beleggers), alsmede drie Nederlanders die verdachte zijn in forse fraudezaken. Volgens Weski werden vrijwel al deze mensen al door de politie gevolgd en getapt toen het pakketje op Schiphol werd onderschept. ,,Ik zet hier grote vraagtekens bij'', zei ze. ,,Wie zegt mij dat niet één van deze figuranten - die allemaal vrij rond lopen - het spoor naar deze zaak heeft gelegd?'' Weski behaalde overigens een succesje voor haar cliënt: de rechtbank laste extra beraad in, tot dinsdag, om te beslissen over het voorarrest van K.

Intussen bleef ook gisteren het grote vraagteken in deze zaak onbesproken - de beweegredenen van Willem M. om zóveel geld in Roemenië te investeren. Dat immers is in strafrechtelijke zin niet relevant. Wel was er een tegemoetkoming aan M.'s advocaat Reitsma. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) zal op zijn verzoek onderzoek doen naar de wereld van het money trading. M. zegt daarmee bezig te zijn geweest, en niets met witwassen te maken te hebben. Justitie noch medeverdachten geloven M., maar mogelijk dat het AFM-onderzoek daarop een ander licht werpt. De inhoudelijke behandeling van de strafzaak staat gepland voor 29 en 30 september - maar betrokkenen achten de kans klein dat dit wordt gehaald.

www.nrc.nldossier Willem M.