Weidereus

De Achterpagina brengt lelijk Nederland in kaart. Vandaag de Megastores in Den Haag, een doos die slechst op een paar punten kan worden betreden.

De jaren negentig van de vorige eeuw waren het decennium van het shoppen. Nederlands beroemdste architect, Rem Koolhaas, overdreef zeker toen hij een paar jaar geleden shopping omschreef als de `laatste sociale activiteit in de westerse wereld' – de Nederlandse voetbalbond heeft nog altijd een miljoen leden en elk weekeinde geven tienduizenden zich over aan een nacht housen maar het was ontegenzeggelijk waar dat het vorige decennium in het teken stond van het ongebreidelde `consumentisme'. Zelfs in het calvinistische Nederland, bekend in het buitenland om `kijken, kijken, niet kopen', deed het fenomeen shopping mall zijn intrede.

Natuurlijk kende Nederland al lang winkelcentra en meubelboulevards, shopping malls in embryonale vorm, maar reusachtige overdekte ruimtes met een keur aan winkels en horecavoorzieningen die gemakkelijk bereikbaar waren met de auto verschenen hier pas aan het einde van de twintigste eeuw.

Een shopping mall met een oppervlakte van 20 voetbalvelden kwam in Den Haag terecht in het Laakhavengebied. Hier werden in 2000 op een in onbruik geraakt haven- en industriegebied de zogeheten Megastores Den Haag gebouwd. Deze shopping mall, op een steenworp afstand van het spoorwegstation Hollands Spoor, die vooral meubelwinkels herbergt, heeft de vorm gekregen van een lange overdekte winkelstraat, een passage dus, met aan weerszijden drie etages winkels. Aan het begin en einde van de passage zijn, als een soort pleinen, grote ronde ruimtes gelegen. Zoals het hoort bij een shopping mall, zijn de Megastores Den Haag vooral voor automobilisten bedoeld. Bovenop het dak bevindt zich een kolossaal parkeerterrein dat via spiraalvormige hellingbanen kan worden bereikt.

De ontwerpers van Haaglanden, de architecten van O III, hebben hun best gedaan om de passage op een gewone winkelstraat te laten lijken: op verschillende plekken liggen klinkers. Maar anders dan een winkelstraat als de Kalverstraat in Amsterdam, is de nieuwe Haagse passage privé terrein. Her en der hangen in de Haagse Megastores vellen papier met de huisregels. Shoppers mogen heel veel niet, zo blijkt daaruit. Zo mogen ze niet op de vloer en trappen zitten en ook het meenemen van `wapens in de meest ruime zin des woords' is niet toegestaan. Artiesten zijn niet welkom in de Megastores en zelfs het maken van foto's en filmopnamen is verboden, net als in de omgeving van de woning van prins Willem Alexander en zijn Máxima.

Zo'n gecontroleerde en met vele camera's bewaakte privé ruimte hoort bij het tijdperk van het shoppen. Het is zo'n modern fact of life waarover, zo leert Koolhaas ons, treuren zinloos is. Toch is het rampzalig wat de Haagse shopping mall met zijn omgeving doet. Zoals alle shopping malls is die in Den Haag eigenlijk niet meer dan een doos die slechts op een paar punten kan worden betreden. Voor de rest hebben de gekromde Megastores eindeloos lijkende, volstrekt gesloten gevels gekregen. Er zitten wel deuren in de donkere stenen onderkant van de gevels, maar daar gaan technische installaties achter schuil of ze zijn bedoeld voor laden en lossen.

Nu zouden zulke honderden meters lange gesloten gevels nog niet zo erg zijn, als de Megatores op een bedrijventerrein of in een Amerikaanse suburb zouden staan. Maar deze shopping mall staat midden in de stad. De Laakhaven was een haven- en industriegebied vlakbij het oude centrum. Amsterdam en Rotterdam hadden ook zulke in onbruik geraakte oude havens bij de oude stad. Rotterdam is nu op de Kop van Zuid hard bezig om hiervan een aantrekkelijk stadsdeel van te maken, Amsterdam is er al in geslaagd om de oude oostelijke haveneilanden te veranderen in geliefde nieuwe woonwijken. Maar Den Haag koos er voor om in het gebied dat een mooi nieuw stuk stad had kunnen worden een asociale weilandreus voor automobilisten neer te zetten.