Verzilting bedreigt Groene Hart

Door de aanhoudende droogte moet mogelijk zeewater helpen het grondwaterpeil op peil te houden. Hierdoor kunnen glastuinders en kwekers schade lijden.

Als de droogte nog enkele weken aanhoudt, bedreigt verzilting het Groene Hart van de Randstad. De alternatieve waterinlaat uit kleinere wateren houdt het zoetwaterpeil dan niet meer zodanig op peil dat de houten paalkoppen waarop huizen in oude stadscentra rusten, onder water blijven. Om te voorkomen dat die paalkoppen droog komen te staan en gaan rotten, zal het nodig zijn met zeewater het grondwaterpeil op peil te houden.

Dat zegt hoogheemraad John Steegh van het hoogheemraadschap van Rijnland. Rijnland is verantwoordelijk voor het waterbeheer in grote delen van het Groene Hart in de Randstad. Onder normale klimatologische omstandigheden zijn in dit gebied de Rijn en (in mindere mate) de Hollandse IJssel bepalend voor de toevoer van zoet water.

Door de lage stand van de Rijn komt via de Hollandse IJssel echter meer zout water binnen dan anders. Deze verzilting bestrijden de hoogheemraadschappen en waterschappen nu door het inlaten van zoet water uit de Lek en het Amsterdam-Rijnkanaal, die daar anders niet voor worden gebruikt.

Volgens hoogheemraad Steegh is deze alternatieve inlaat bij langdurig aanhoudende droogte echter onvoldoende om te voorkomen dat de houten paalkoppen van de oude stadscentra droog komen te staan.

Steegh: ,,De aanvullende inlaat via Lek en Amsterdam-Rijnkanaal is kleiner dan de inlaat via de Hollandse IJssel. Dus als de droogte nog lang aanhoudt, zakt het waterpeil wel degelijk. En wanneer die houten koppen eenmaal boven water hebben gestaan, is het moeilijk om het rotten te stoppen. Dan moet je dus van duizenden huizen de palen vervangen. Er is dan dus eigenlijk geen keuze: in dat geval moeten we kiezen voor meer zout water - en dus voor verzilting.''

Steegh spreekt in dit verband van een ,,uiterste consequentie''. Steegh: ,,We willen de mensen geen rampscenario voorspiegelen. Het is niet gezegd dat dit gebeurt. Maar het kán wel gebeuren.''

De mogelijke verzilting zal volgens hem in de eerste plaats de kassen, de boomkwekerijen en de bollenteelt treffen. ,,Daarna de natuur, met name de plassen, en dan de akkerbouw en de veeteelt.''

Voorlopig is van dit zwarte scenario nog geen sprake, onderstrepen hoogheemraadschappen en waterschappen. Om de alternatieve inlaat van zoet water mogelijk te maken, zal zaterdag voor het eerst sinds de bouw in 1988 het gemaal De Aanvoerder bij De Meern in werking worden gesteld.

Dit gemaal pompt water uit het Amsterdam-Rijnkanaal via de Leidsche en de Oude Rijn naar Bodegraven. Het gemaal is gebouwd om de hoogheemraadschappen van Rijnland, Delfland en Schieland bij aanhoudende droogte van zoet water te voorzien.

Om deze alternatieve inlaat mogelijk te maken, gelden vanaf zaterdag op een aantal plaatsen vaarverboden. Het gaat om de Leidsche Rijn, de Oude Rijn, de Lange en de Korte Linschoten en de Montfoortse Vaart. Ook zijn vanaf dat moment een aantal sluizen gestremd.

Het vaarverbod is nodig omdat er door het extra bemalen meer stroomsnelheid ontstaat, wat voor de recreatievaart gevaar op kan leveren. Ook is het in theorie mogelijk dat het water door het bemalen zo hoog komt te staan dat schepen niet meer onder bruggen door kunnen.

Intussen gelden in verband met de aanhoudende droogte voor de landbouw beregeningsverboden in grote delen van Noord-Brabant en Noord-Limburg, bij Nijmegen, in het grensgebied van de Gelderse Vallei en de Veluwe. Vanaf vrijdag geldt er ook een beregeningsverbod in Twente. Het gaat bij de beregeningsverboden vooral om hoger gelegen gebieden, waar het water snel wegtrekt. De waterschappen gaan ervanuit dat in Noord-Holland, Zeeland en Friesland voorlopig geen beregeningsverboden nodig zijn. Een beregeningsverbod voor (delen van) Drenthe wordt niet uitgesloten.