Organisatorische chaos bij dure Pan Am Games

Ondanks veel organisatorische problemen begonnen vrijdag in de Dominicaanse Republiek de Pan American Games. Een voorbode van `Athene'?

Het is een oude discussie, een hele oude zelfs, maar daarom een niet minder interessante: hoe (on)zinnig is het om een peperduur sportevenement te organiseren in een land waar de meerderheid van de bevolking op of onder de armoedegrens leeft?

De Dominicaanse Republiek staat te boek als een van de armste landen uit de Caraïbische regio. Het weerhield de regering van president Hipólito Mejía er niet van om 209 miljoen dollar opzij te leggen voor de organisatie van de Pan American Games, het vierjaarlijkse sportfestijn dat Noord- en Zuid-Amerika verenigt en afgelopen vrijdag begon in de hoofdstad Santa Domingo. Zo vaak staat de Dominicaanse Republiek niet in het middelpunt van de belangstelling. Dat mag dus wat kosten.

Maar Mejía's spilzucht is vooral ingegeven door het economische succes van de stad die vier jaar geleden optrad als gastheer (en Santa Domingo in de verkiezingen met één stem aftroefde): Winnipeg. Winnipeg'99 kostte de Canadese regering 140 miljoen dollar, maar leverde de stad dankzij een vlekkeloze organisatie met 20.000 vrijwilligers en ruim 100.000 bezoekers een veelvoud van dat bedrag op: 500 miljoen dollar.

Van zo'n economische spin-off kunnen Mejía en de zijnen slechts van dromen. Sterker: het mag al een klein wonder heten dat het evenement überhaupt van start ging. Grote financiële en logistieke problemen kenmerkten de aanloop van de veertiende én duurste Pan Am Games uit de geschiedenis. Donderdag nog, één dag voor de officiële opening, legden bouwvakkers de laatste hand aan de accommodaties, waaronder een hypermodern olympisch stadion voorzien van 30.000 zitplaatsen.

Een voorbode van wat de Olympische Spelen volgend jaar te wachten staan? Het is te hopen van niet. Al menen onheilsprofeten nu al zeker te weten dat `Athene' uitdraait op een organisatorische nachtmerrie, gelet op de trage en stroperige voortgang van het monsterproject.

In Santa Domingo lagen de bouwwerkzaamheden drie jaar nagenoeg stil, als gevolg van financiële problemen en de politieke crisis in Venezuela. Dat land had de machthebbers op het straatarme (deel)eiland toegezegd hen bij te staan. Maar door de revolte in het nabijgelegen Zuid-Amerikaanse land bleven de schepen met bouwmaterialen aan de ketting liggen. Uit voorzorg legde de organisatie onlangs enkele noodaggregaten aan.

Sinds de electriciteitsvoorzieningen vijf jaar geleden werden geprivatiseerd, zijn stroomstoringen eerder regel dan uitzondering in de Dominicaanse Republiek, en geregeld aanleiding voor demonstraties.

Maar aan het installeren van airco's en een deugdelijke tijdwaarneming zijn de organisatoren niet toegekomen. Gevolg: snikhete sporthallen, klagende sporters en mokkende toeschouwers, die tot overmaat van ramp in de eerste paar dagen ook geen water bleken te kunnen kopen. Hetzelfde gold tot vorige week voor de toegangskaarten. Pas op het allerlaatste moment gingen de loketten open in de oudste stad (in 1492 ontdekt door Christopher Columbus) van de `Nieuwe Wereld'.

Ook het vervoer van en naar de verschillende sportaccommodaties verloopt allesbehalve vlekkeloos. Het falende transport roept herinneringen aan het logistieke drama dat de Olympische Spelen van Atlanta (1996) zo in de war stuurde. Symbool voor de ellende in Santa Domingo stond maandag Megan Moulton-Levy. De tennisster uit Jamaïca belandde in de verkeerde bus, arriveerde vijf minuten te laat op de plaats van bestemming en kon toen onverrichterzake naar huis, omdat haar partij krachtens de reglementen verloren was verklaard.

Het organisatiecomité onder leiding van José Joaquín Puello houdt intussen de moed erin. Trots zijn Puello en de zijnen vooral op het deelnemersveld: een recordaantal van 5.325 sporters, afkomstig uit 42 landen, die in veertig verschillende disciplines strijden om de medailles. In acht sporten staat behalve de sportieve eer ook olympische kwalificatie op het spel: boksen, handbal, hockey, moderne vijfkamp, paardspringen, schieten, triatlon en waterpolo.

Dat klinkt mooier dan het is. Zo heeft het hockeytoernooi veel weg van een aangeklede trainingssessie. Zowel bij de mannen als de vrouwen steekt Argentinië met kop en schouders uit boven de rest, wat in de eerste speelronde meteen in de cijfers tot uitdrukking kwam: de mannen vermorzelden het onmachtige gastland Dominicaanse Republiek (30-0!), de vrouwen stoeiden met het arme Trinidad & Tobago: 9-0.

Amerika mag zich graag opwerpen als de beschermengel van de `Nieuwe Wereld', en bedacht daarom in 1951 de Pan American Games als antwoord op de Britse Gemenebestspelen. Maar serieus neemt de grootmacht het evenement niet of nauwelijks.

Ditmaal ontbreken 's lands beste atleten en zwemmers in wat nu niet meer is dan een veredelde B-selectie bestaande uit 653 sporters, waarvan 106 met olympische ervaring. De atleten zijn in voorbereiding op de wereldkampioenschappen die over twee weken in Parijs beginnen, de zwemmers komen bij van de inspanningen van het vorige week zondag beëindigde WK-toernooi in Barcelona.

Opvallende verschijning in Santa Domingo daarentegen is Marcelo Rios, ooit de beste tennisser ter wereld (1998) maar de laatste jaren geplaagd door blessures en vormcrises. In plaats van dollars en computerpunten bijeen te slaan bij de hardcourttoernooien in Noord-Amerika hoopt de flamboyante Chileen in de voetsporen te treden van zijn landgenoot Luis Ayala Salinas. Die won het tennistoernooi van de Pan Ams in 1959 als eerste en laatste Chileen.

Een onverdeeld genoegen is het verblijf op het eiland niet voor Rios. ,,Er zijn geen handdoeken, het is hier een zootje'', mopperde de nummer 43 van de wereld gisteren, na het bereiken van de derde ronde ten koste van de onbeduidende Shane Stone uit Trinidad: 6-2 en 6-2.

    • Mark Hoogstad