Islamterrorisme

Na de verwoestende bomaanslag die gisteren plaatsvond bij het Marriott Hotel in Jakarta zijn twee vaststellingen mogelijk. Ten eerste is het islamterrorisme allesbehalve uitgeroeid nu de aanslag, waarbij ten minste tien mensen om het leven zijn gekomen en honderden mensen gewond zijn geraakt, is opgeëist door de radicale moslimbeweging Jema'ah Islamiyah (JI). Deze is actief in diverse Zuidoost-Aziatische moslimlanden. Ten tweede beperkt het recruteringsgebied zich niet tot de Arabische regio en vinden acties niet alleen plaats tegen centra van de westerse macht. Ook Indonesië, het land met de grootste moslimbevolking ter wereld, is doelwit. Vorig jaar oktober op Bali en gisteren in de hoofdstad Jakarta en beide keren op locaties waar veel buitenlanders verkeren.

Een JI-activist heeft de aanslag een bloedige waarschuwing genoemd voor de Indonesische president Megawati Soekarnoputri. Zij heeft het moslimterrorisme enkele dagen geleden veroordeeld als ,,blind fanatisme''. Morgen worden de uitspraken verwacht van de rechtszaak tegen de hoofdverdachte van de aanslag op Bali en in Jakarta loopt een rechtszaak tegen de geestelijke leider van JI wegens betrokkenheid bij aanslagen en samenspanning tegen de staat. Beiden kunnen volgens Indonesisch recht de doodstraf krijgen.

Voor Indonesië, met zijn enorme etnische en religieuze verscheidenheid, is de dreiging van het militante moslimradicalisme een regelrechte ramp. Niet alleen economisch gezien wegens wegvallende toeristeninkomsten of buitenlandse investeringen, maar ook door de middelpuntvliedende krachten in delen van de archipel die autonomie nastreven. Politiek separatisme en religieus fanatisme vormen een explosieve mix. Dat alleen al vormt een dwingende reden voor de regering om resoluut op te treden.

Inertie maakt de regering ook nog kwetsbaar voor kritiek uit de strijdkrachten die traditioneel nooit veel op hebben gehad met moslim-extremisme, maar evenmin met respect voor rechten van de mens. Van de Indonesische moslimleiders mag worden verwacht dat ze zich ondubbelzinnig uitspreken tegen het terroristische geweld dat in naam van de islam wordt uitgeoefend. Daar heeft het tot nu toe aan ontbroken. Maar na twee bloedige bomaanslagen kan Indonesië zich niet onttrekken aan de verantwoordelijkheid om in samenwerking met andere landen het moslimgeweld in eigen land te bestrijden en de netwerken van het terrorisme in Zuidoost-Azië te ontmantelen.