Hoe een etenstrommeltje het beeld van `Hiroshima' bijstelt

Zelfs `rechtvaardige' oorlogen veroorzaken tragedies die niet luchtig kunnen worden afgedaan onder het voorwendsel dat het maar de vijand was die eronder leed, meent Tzvetan Todorov.

Telkens wanneer we de bombardementen van Hiroshima en Nagasaki herdenken, worden we eraan herinnerd dat het geheugen niet moreel neutraal is. Het neigt naar goed of kwaad, en elk historisch verslag wordt sterk gevormd door vier hoofdperspectieven: dat van de weldoener of zijn begunstigde en dat van de boosdoener of zijn slachtoffer.

Het is minder roemvol om de begunstigde van een daad, dan om de weldoener te zijn, omdat er machteloosheid en afhankelijkheid uit lijkt te spreken. Maar om het slachtoffer van een misdaad te zijn is duidelijk eerbiedwaardiger dan om een misdadiger te zijn. Terwijl niemand slachtoffer wil zijn, willen tal van mensen tegenwoordig slachtoffer gewéést zijn: ze streven naar de status van slachtoffer.

Het slachtofferschap verleent het recht om te klagen, te protesteren en te eisen. Het is veel voordeliger om de rol van slachtoffer te behouden dan om schadeloosstelling te ontvangen. In plaats van een eenmalige genoegdoening te krijgen, behoud je een blijvend voorrecht.

Wat geldt voor personen, geldt nog meer voor groepen. Als overtuigend kan worden aangetoond dat een groep slachtoffer is geweest van een onrecht uit het verleden, verwerft de groep in kwestie een onuitputtelijk moreel krediet. Hoe groter de misdaad uit het verleden, hoe dwingender de rechten in het heden – louter verworven door het lidmaatschap van de benadeelde groep.

Natuurlijk erkennen we nu duidelijker dan ooit dat de geschiedenis altijd is geschreven door de overwinnaars, wat de laatste decennia dikwijls tot de roep heeft geleid om ook de geschiedenis van de slachtoffers en de verliezers te schrijven, in elk geval naast die van de overwinnaars. Dat is een volstrekt legitieme eis, omdat hij ons noodt om vertrouwd te worden met een voorheen veronachtzaamd verleden. Maar het is geen extra ethische verdienste om uit naam van slachtoffers te spreken.

Er is namelijk geen moreel voordeel te behalen als we het verleden doen herleven zonder de tekortkomingen of fouten van onze groep te beseffen. Maar dat valt niet mee. Zo probeerde in 1995 de Smithsonian Institution in Washington bijvoorbeeld een frisse blik te werpen op de Enola Gay, het vliegtuig dat de atoombom op Hiroshima afwierp.

John Dower, Amerikaans historicus en gespecialiseerd in het hedendaagse Japan, verdiepte zich uitvoerig in het onderwerp. Hij liet zien hoe de geschiedenis op volstrekt verschillende manieren gepresenteerd en gewaardeerd kan worden: uit Amerikaans of Japans gezichtspunt, ook al worden er door niemand feiten verzonnen of bronnen vervalst. De selectie en combinatie van gegevens is genoeg.

Voor de Amerikanen was er een ,,heldhaftig of triomfantelijk relaas waarin atoombommen de genadeklap betekenden voor een agressieve, fanatieke en barbaarse vijand''. Uit Japans oogpunt was er een ,,slachtoffersverhaal'', waarin ,,de atoombommen het symbool zijn geworden van een bepaald soort lijden – tamelijk vergelijkbaar met de holocaust voor de joden''.

In het Hiroshima-museum zelf is de slachtofferrol dusdanig uitgebuit dat de herinnering ook daardoor wordt vertekend. De verantwoordelijkheid van de Japanse regering voor het beginnen en voortzetten van de oorlog, en de onmenselijke behandeling die krijgsgevangenen en onderworpen burgerbevolkingen onder Japans bewind ten deel viel, worden geen van beide naar behoren erkend.

Iedereen kiest het gezichtspunt dat hem beste uitkomt. Of we ons nu vereenzelvigen met de helden of de slachtoffers, met de piloten van het vliegtuig dat een einde maakte aan de Tweede Wereldoorlog of met de lijdzame bevolking die werd onderworpen aan de hel van de atoomvernietiging, we kiezen altijd de kant van de `onschuldigen' en de `good guys'.

Bij de Smithsonian Institution zou de Enola Gay een hoofdrol spelen op een tentoonstelling bedoeld om het bombardement van Hiroshima in al zijn complexe facetten te laten zien. Maar onder druk van verscheidene Amerikaanse patriottische groeperingen werd de tentoonstelling afgelast, omdat ze als een inbreuk op de nagedachtenis werd beschouwd. Doordat de Amerikanen niet werden afgeschilderd in de rol van heldhaftige weldoeners, werd de indruk gewekt dat zij verantwoordelijk waren voor een bloedbad dat niet helemaal te rechtvaardigen was.

Hoe zou een verhaal over het kwaad eruitzien als de schrijver zich met de held noch het slachtoffer wenste te identificeren? Het onderzoek van Dower naar de verschillende manieren waarop Amerikanen en Japanners zich Hiroshima herinneren, verschaft ons een goed voorbeeld. Hij kon zich met beide groepen identificeren: hij behoort tot de ene en is door zijn werk zeer vertrouwd met de andere. De titel die hij zijn versie van de feiten meegaf, nadat hij `Hiroshima als slachtoffer' (het Japanse gezichtspunt) en `Hiroshima als triomf' (het Amerikaanse gezichtspunt) had uitgeprobeerd, was `Hiroshima als tragedie'.

Tragedie: het woord betekent niet alleen leed en ontreddering, maar ook de onmogelijkheid van verlossing. Welke weg ook wordt gekozen, in een tragedie volgen onvermijdelijk tranen en dood. De zaak van de Geallieerde strijdkrachten was ongetwijfeld verheven boven die van de nazi's of de Japanners, en de oorlog tegen hen was rechtvaardig en noodzakelijk. Maar zelfs `rechtvaardige' oorlogen veroorzaken tragedies die niet luchtig kunnen worden afgedaan onder het voorwendsel dat het maar de vijand was die eronder leed.

Het etenstrommeltje van het twaalfjarige kind dat in Hiroshima werd vernield en toevallig bewaard bleef, met zijn rijst en erwten, verkoold door de atoomexplosie, drukt even zwaar op ons geweten als de Enola Gay. Het was dan ook de vertoning van dat trommeltje tussen de voorwerpen die het Hiroshima-museum aan het Amerikaanse instituut had uitgeleend, waardoor de tentoonstelling voor de gewezen `helden' onaanvaardbaar werd.

Alleen als je de moed kunt opbrengen de bommenwerper en het etenstrommeltje tegelijk voor je te zien, is het mogelijk het tragische beeld van de geschiedenis te bevatten dat Hiroshima – evenals andere gebeurtenissen die ons eelt op ons hedendaags geweten hebben bezorgd – zo duidelijk vertegenwoordigt.

Tzvetan Todorov is onderzoeksdirecteur van het Centre National de la Recherche Scientifique in Parijs. Hij schreef onder meer `Hope and Memory' (Princeton University Press).