Heel Portugal ruikt naar rook

Bosbranden hadden het Portugese dorp Chamusco bijna in de as gelegd. Vier bewoners zijn omgekomen. Zo erg heeft de burgemeester het nooit eerder meegemaakt.

Het is vooral de geur die de omvang van de Portugese branden illustreert. Niet de verwoesting van het landschap die bergruggen heeft achtergelaten als grillige houtskooltekeningen. Niet de stilte, veroorzaakt doordat mens en dier op de vlucht zijn geslagen voor het vuur. Maar de geur van rook die na een half uur rijden vanaf de Portugese hoofdstad Lissabon niet meer is uit te bannen. Het ruikt alsof iemand heeft staan barbecuen, en niet alleen het vlees heeft gegrild, maar ook de verpakking heeft laten meeschroeien.

In 15 van de 18 Portugese districten woeden branden. De dikke rook belemmert in veel gevallen het bluswerk. De harde wind, droge grond en temperaturen van 40 graden wakkeren het vuur verder aan.

Het dorp Chamusca, in het district Santarém, is ternauwernood aan het vuur ontsnapt. Aan drie kanten werd het dorp met zijn 12.000 inwoners door het vuur bedreigd. Twaalf huizen zijn in vlammen opgegaan, 35 mensen zijn dakloos geworden, vier dorpsbewoners gestorven. Gisteren meldde de brandweer dat de branden onder controle waren. Maar vanochtend laaide het vuur weer op.

De kerk zit deze ochtend vol. Ook hier hangt een doordringende rooklucht, die met iedere beweging van de kerkgangers opnieuw opstijgt. Meneer pastoor wil een kaarsje aansteken, maar bedenkt zich op het laatste moment. Een vlammetje is genoeg om droge, en nog smeulende grond opnieuw in brand te doen vliegen.

Beeldend beschrijven moeder en zoon Pais hoe het dorp er afgelopen dagen uitzag. ,,Al om drie uur leek het alsof het nacht was'', zegt João . ,,Overal rook, en een oranje gloed.'' ,,We konden niet meer ademen'', vertelt moeder Teresa. De familie Pais heeft geluk gehad. Hun boerderij lag aan de goede kant van Chamusca en het vuur is aan de andere kant van de weg gestopt.

In de pastelaria praten de mannen over het vuur. Kleine kopjes koffie worden geschonken. De boosheid is groot, al weet niemand op wie ze boos moeten zijn. Want zijn de branden rond Chamusca aangestoken, of is de bliksem zondag ingeslagen? En kon de, voor een groot deel vrijwillige, brandweer het werk wel aan? Oliveira de Melos slaat met zijn vuist op de toonbank. Hij duldt in zijn winkel geen kritiek op de brandweermannen, die vier dagen achtereen in touw zijn geweest om het vuur te blussen.

Ook burgemeester Sergio Morais da Conceição Carrinho wil niet van kritiek op de brandweer weten. ,,Ze hebben hun best gedaan.'' De gemeente schat dat 40.000 hectare, 60 procent van de bossen rond het dorp, is afgebrand. Landbouwgrond is goeddeels gespaard gebleven. De burgemeester denkt bijna 70.000 euro nodig te hebben voor het herstel en eventuele schadevergoedingen.

Vermoeid zit hij achter zijn bureau. Vannacht heeft hij voor het eerst weer geslapen, zegt hij. De dorpsbewoners heeft hij gevraagd om te helpen bij het geldinzamelen. Ook heeft hij een beroep gedaan op de regering die al hulp van de Europese Unie heeft gevraagd. Meer kan hij niet meer doen.

En nee, hij weet niet of de branden zijn aangestoken. Wat hij wel weet is dat hij het in de 25 jaar dat hij burgemeester is nog nooit zo erg heeft meegemaakt.

De burgemeestersvrouw staat onderwijl in haar bloemenschort met een verbeten gezicht te schrobben. Vier paar gordijnen liggen in een tobbe, met flink veel zeep. Ze trekt een vies gezicht en wrijft ter verduidelijking met een vinger over de vensterbank : roet.