Een doelstelling om van te dromen

Nog niet zo lang geleden was meer dan 10 procent per jaar groeien het gemeenschappelijke streven van beursgenoteerde bedrijven. Ook al hadden westerse economieën nooit zulke percentages gehaald. Inmiddels laten de meeste topmannen een financiële doelstelling maar achterwege.

Maar dappere uitzonderingen blijven bestaan. Morgen presenteert ABN Amro haar resultaten over het eerste halfjaar. Twee jaar geleden moest bestuursvoorzitter Rijkman Groenink een aantal financiële doelstellingen inslikken, terwijl die nog maar net waren geformuleerd.

Eén meetbare doelstelling voor de buitenwereld bleef echter behouden, eentje met de blik op de wat langere termijn. ABN Amro wil eind 2004 met haar rendement in de topvijf staan van een zelf gekozen peer group met twintig andere banken. De wedren kan op de website van de bank worden gevolgd.

ABN Amro vergelijkt haar rendement (koers plus dividend) vanaf begin 2001 niet met de minste spelers uit het internationale circuit. Alle toppers zitten erbij, van Merrill Lynch tot HSBC, van Citibank tot BNP Paribas en van Barclays tot UBS.

Inmiddels komt de deadline snel dichterbij. Wat moet de bank de komende anderhalfjaar presteren om haar doel te halen?

Wellicht het onmogelijke. Wil ABN Amro nog in de top eindigen, dan moet de bank de resterende 18 maanden bijna 30 procentpunt méér renderen dan de naaste concurrentie. Als de concurrenten zelf niets meer aan waarde toevoegen moet ABN Amro vanaf nu een jaarrendement van 20 procent maken.

Niets is onmogelijk, maar de laatste weken zakt de bank juist op de competitieladder. ABN Amro bezet momenteel de veertiende plaats op de lijst van 21 deelnemers. Aan de top schitteren nog steeds de pure consumentenbanken, banken die hun geld hoofdzakelijk verdienen met het ingelegde spaargeld van particulieren. Deze tak van bankieren bleek de afgelopen jaren het best bestand tegen de economische neergang.

Grote vraag is met welke activiteiten ABN Amro moet uitblinken. Sinds de beurs wat aantrekt, stijgen de zakenbanken bijvoorbeeld het sterkst in koers. Maar ABN Amro is juist een bank met een gespreid risicoprofiel: geen pure zakenbank, geen pure consumentenbank en geen pure vermogensbeheerder.

ABN Amro heeft van alles een beetje. De bank is niet zonder reden al tijden een middenmoter in de wedren om een plaats in de topvijf. Met haar activiteitenscala val je niet hard en stijg je niet hard. Juist door haar gemengde karakter kan de bank haar doelstelling in theorie eigenlijk niet meer halen. De ambitie is even gezond als onrealistisch.