Bizarre verbroedering op bruggen Monrovia

Regeringssoldaten en rebellen vielen elkaar in de armen, gisteren in de Liberiaanse hoofdstad Monrovia. ,,Mijn broer, waarom vechten we toch?''

Handenschuddend op een brug die geplaveid was met kogelhulzen, ontmoetten rebellen en strijders van president Charles Taylor elkaar gisteren in fel omstreden niemandsland. Geen enkele soldaat van de West-Afrikaanse vredesmacht heeft zijn gezicht nog laten zien in de Liberiaanse hoofstad Monrovia. De eerste paar honderd militairen wachten op het internationaal vliegveld 45 km van de hoofdstad op versterking. Toch zorgde hun aankomst maandag gisteren in Monrovia al meteen voor een fragiele, verdachte rust. Voor het eerst in twee weken zwegen de geweren. Dat leverde dramatische, vaak bizarre scenes op.

,,Mijn broer, waarom vechten we toch?'', vroeg een rebellencommandant die zichzelf generaal Acapulco noemde, terwijl hij legeraanvoerder kolonel George P. Rollins midden op de New Bridge in Monrovia omarmde. ,,Met jou heb ik geen probleem'', verzekerde Acapulco die een T-shirt aan had met het opschrift `Ik wil miljonair worden'. ,,Het gaat ons maar om één man en dat is Charles Taylor.''

,,Alleen door buitenlandse interventie is het mogelijk dat we elkaar nu de hand schudden'', reageerde de kolonel. ,,Anders zouden onze commandanten ons misschien het bevel geven om elkaar te doden. Maar Liberianen zijn we allebei.''

Terwijl de twee officieren met elkaar spraken, leunden twee van hun strijders tegen een leuning van de brug: de 15-jarige rebel Eosalyn Tappeh, in spijkerbroek en bovenstuk van een bikini, en de 17-jarige regeringssoldaat Sah Aruna. ,,Ze is mijn zuster'', zei Aruna. ,,Misschien trouw ik op een dag wel met haar.''

Op een bepaald moment stoven drie rebellen over de brug om de handen te schudden van hun tegenstanders van de regering waarna ze snel weer terug renden. Op een andere brug vlak in de buurt, de Old Bridge, leek het wel een schoolfeest. Overal rook het naar marihuana en wapens dienden alleen maar als modieuze versiering. Regeringssoldaten, niet ouder dan tien, twaalf jaar en nauwelijks groter dan het geweer dat ze droegen, wuifden naar de rebellen aan de andere kant, terwijl ze indruk probeerden te maken. Vriendelijke gebaren die door de rebellen op dezelfde manier werden beantwoord.

Maandag nog had niemand zich in de buurt van de bruggen durven wagen waar al dagen om gestreden wordt. ,,Onze broeders aan de andere kant zijn het vechten duidelijk moe. Net zoals onze mensen'', zei Prince Hilton, een 27-jarige computertechnicus, op veilige afstand, aan regeringskant.

De Amerikaanse ambassadeur John Blaney was een van de mensen die naar rebellengebied reisden in een konvooi met vertegenwoordigers van de West-Afrikaanse vredesmacht. In een gebouw waar de kapotgeschoten ramen waren bedekt met lappen van jute deden hij en de West-Afrikanen een dringend beroep op de rebellen om de haven vrij te geven voor ontvangst van hulpgoederen. In de hoofdstad, waar 1,3 miljoen van de drie miljoen Liberianen zich hebben verzameld, bestaat een groot tekort aan voedsel en medicijnen. Maar de chef-staf van de rebellengroep Lurd, generaal Abdulla Seyeah Sheriff, zei tegen verslaggevers dat de haven van Monrovia gesloten blijft tot president Taylor zijn functie heeft neergelegd en het land heeft verlaten. Later verklaarde de chef-staf van de regeringstroepen, generaal Benjamin Yeaten, dat hij in verleiding zou kunnen komen om het staakt-het-vuren te breken als de rebellen zich niet snel terugtrekken uit het havengebied.

Voor het eerst was het gisteren mogelijk om de schade in ogenschouw te nemen in het deel van de hoofdstad dat door de rebellen wordt gecontroleerd. Veel gebouwen staan op instorten of dragen de sporen van granaten en kogels. In zowel regeringsgebied als rebellengebied is op grote schaal geplunderd. Regeringssoldaten en rebellen dringen 's nachts woningen binnen, verkrachten vrouwen en nemen alles mee wat ze kunnen gebruiken of verkopen: tv's, meubilair, zeep, margarine en anti-muskietenspray. Sommige strijders hebben genoeg van die manier van leven. ,,Ik wil vrede'', zegt de 17-jarige Prince Kollie, die zijn kaalgeschoren hoofd lichtgevend oranje en groen heeft geschilderd. Wijzend naar het notitieboekje van de verslaggever zegt hij: ,,Ik wil naar school. Ik wil een pen en papier.''