Alles loopt mis voor overheid Suriname

Suriname verruilt zijn gulden voor een nieuwe munt. Het is meer een kosmetische operatie van de regering-Venetiaan dan een uiting van daadkracht.

Het is alsof de duvel ermee speelt. Neemt de Surinaamse overheid iets daadkrachtig ter hand, komt het noodlot om de hoek kijken. Maandenlang gingen ambtenaren, huisje voor huisje, het land af om een historische volkstelling te houden. Maar gisteren verwoestte een felle brand het Bureau voor de Statistiek, waar de gegevens van het megaproject lagen opgeslagen. Alle resultaten gingen verloren. En een back-up was er niet. Daarvoor ontbrak het geld.

De brand lijkt een tragische illustratie van een fundamenteel Surinaams probleem: bijna overal waar de overheid de sturende partij is of behoort te zijn loopt het mis. Brandweer en politie klagen steen en been over geldgebrek, ziekenhuizen hebben te weinig medicijnen, scholen kampen met grote problemen, de belastinginning loopt niet efficiënt en een aantal staatsbedrijven staat er beroerd voor.

Macro-economische cijfers positioneren Suriname nog steeds als een van de armste landen op het westelijk halfrond. Maar ondanks de armoede en de deplorabele stand van het overheidsapparaat zijn dure consumptiegoederen in Paramaribo makkelijk te krijgen. De hotels en uitgaangsgelegenheden zitten deze maanden vol met vakantievierende Nederlandse Surinamers, die hun harde euro's laten rollen. Maar ook duizenden lokale Surinamers zijn maandelijks in staat de peperdure reis naar Nederland te maken.

Suriname is het schoolvoorbeeld van een land waar naast de officiële economie een bloeiende informele component bestaat. Zwarte tweede baantjes, geld van familieleden overzee en een omvangrijk witwascircuit hebben een `tweede economie' doen ontstaan waarvan niemand de omvang precies kent. Wel zeker is dat die informele component de economie stevig beïnvloedt, bijvoorbeeld op de valutamarkt. De Centrale Bank van Suriname (CBS) kan zo maar moeizaam effectief monetair beleid voeren. Vandaar dat de Surinaamse regering vorige week besloot de eigen gulden in 2004 in te wisselen voor een nieuwe munteenheid: de Surinaamse dollar. Het is voornamelijk een kosmetische operatie, die vooral psychologisch effect beoogt. Door drie nullen te schrappen en muntgeld in te voeren hoopt men dat het vertrouwen in de plaatselijke munt sterker wordt en dat de centrale bank meer grip krijgt op het geldcircuit.

Of het zal lukken is twijfelachtig. Veel Surinamers hebben het vertrouwen in de overheid verloren. De regering-Venetiaan, die in 2000 een failliete boedel van het kabinet-Wijdenbosch overnam, is er nog steeds niet in geslaagd een aantal structurele problemen aan te pakken. Daartoe behoren de alarmerende staat waarin de productiesector verkeert en het veel te grote overheidsapparaat.

Rapporten van IMF, Wereldbank en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank IDB bevelen het keer op keer aan: Suriname zal pas uit het dal klimmen als het ambtenarenapparaat drastisch wordt hervormd en ingekrompen. Daarnaast moet de marktsector worden gestimuleerd tot meer productie en export, met name in het omliggende Caraïbische gebied. Daar ontstaat de komende jaren de vrijhandelszone Free Trade Area of the Americas.

Maar daden laten op zich wachten. Vorige week nog paste het toonaangevende economische bureau Standard & Poor's zijn oordeel over de kredietwaardigheid van Suriname aan. De beoordeling voor langlopende leningen aan het land verslechterde van `positief' naar `stabiel'.

Vervolg SURINAME: pagina 4

SURINAME

Instabiliteit bedreigt regering

Het gebrek aan daadkracht van de regering-Venetiaan geldt niet alleen de economie. Ook de benoeming van functionarissen op belangrijke posten in het justitieel apparaat van Suriname duurt lang. Het onderzoek naar de corruptieve praktijken van Venetiaans voorganger als president, Wijdenbosch, in de verkiezingscampagne luidkeels aangekondigd, is maar mondjesmaat opgestart.

Alleen tegen voormalig minister Alibux loopt tot nu toe, wegens een relatief kleine affaire, een rechtszaak. Van naspeuringen naar verdachte grotere kwesties, zoals de bouw van de twee bruggen, is niets meer vernomen. Ook het onderzoek naar de nasleep van de Decembermoorden, waarin voormalig legerleider en oppositievoorman Desi Bouterse de hoofdverdachte is, sleept zich voort zonder concrete resultaten.

Venetiaan heeft daarnaast te maken met strubbelingen binnen zijn Nieuw Front (NF)-coalitie. De voorman van de Javaanse Pertjajah Luhur, Paul Somohardjo, is verwikkeld in een zedenzaak en hoorde onlangs twaalf maanden gevangenisstraf eisen. De kleine vakbondspartij SPA van wijlen Fred Derby heeft nog steeds geen aansprekende nieuwe leider. En de belangrijkste coalitiepartner VHP heeft moeite het Hindoestaanse electoraat, dat de afgelopen jaren toch al enkele malen uit elkaar viel, verder bij elkaar te houden.

Het komt de stabiliteit van de regeringsploeg allemaal niet ten goede. Die is toch al broos, omdat het NF niet zo'n hechte eenheid is als zij doet voorkomen. De partijen verdedigen vooral deelbelangen van hun eigen achterban.

Intussen stookt oppositieleider Bouterse het vuurtje stevig op. Zijn zoon Dino Bouterse, die momenteel vast zit vanwege vermeende betrokkenheid bij diefstal van wapens uit een overheidsdepot, suggereerde gisteren openlijk maar ongefundeerd dat Venetiaan zelf met deze affaire te maken zou hebben.

Toch is Venetiaans belangrijkste zorg niet het oppositionele tromgeroffel van Bouterse, die zich onlangs nog als presidentskandidaat opwierp, en de zijnen.

Ernstiger is de dreiging dat de NF-coalitie uit elkaar zal vallen, bijvoorbeeld omdat de Javaanse of (delen van) Hindoestaanse partijen `overlopen' naar de oppositie, waardoor er een heel nieuw machtsblok zou kunnen ontstaan. Eigenlijk is er maar één remedie: tastbare resultaten als het gaat om de sturende rol van de overheid en het noodzakelijke economische herstel.

In 2005 zijn er verkiezingen. Venetiaan en zijn ploeg hebben dus nog krap twee jaar.