Vredesmacht met slechte reputatie

De West-Afrikaanse vredesmacht kampt met grote organisatorische, politieke en financiële problemen. Een voorhoede arriveerde gisteren in Liberia.

Het hoofdkwartier van de West-Afrikaanse vredesmacht in Abidjan is een met marmer betegeld hotel. Onder de met zandzakken bedekte balustrade van de entree staat een Togolese soldaat touwtje te springen. De lederen leunstoelen in de receptie zijn ingenomen door soldaten uit Benin. In een kamer boven, achter een gloednieuw bureau met een gloednieuwe computer, zit de tweede man van de troepenmacht, kolonel Robert Sackey. Hij is een Ghanees. Voor hem ligt een Engels-Frans woordenboek. De vredesoperatie in Ivoorkust is de eerste waaraan zowel Engelstalige als Franstalige landen meedoen, zegt Sackey. ,,Dat we het eens zijn geworden, beschouw ik als een groot succes. Helaas: Onze voertuigen zijn oud, we beschikken niet over een eigen hospitaal en we hebben te weinig faxen en computers.''

De missie in Ivoorkust is vakantie vergeleken met wat de vredesmacht in buurland Liberia te wachten staat. Gisteren landde een Nigeriaanse voorhoede van de West-Afrikaanse troepen op het internationaal vliegveld Robertsfield, 45 kilometer van de Liberiaanse hoofdstad Monrovia. Voorlopig doen de bijna 200 soldaten niks anders dan het vliegveld beschermen. Uiteindelijk zal de missie bestaan uit ruim 3.200 militairen die orde op zaken moeten stellen in het door burgeroorlog verscheurde land.

Het is de vijfde interventie sinds de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (Ecowas) in 1990 het besluit nam een eigen vredesmacht op poten te zetten. Destijds was de burgeroorlog in Liberia nog maar net begonnen. De beslissing om soldaten naar Liberia te sturen werd genomen door de Engelstalige lidstaten. Op één na alle Franstalige landen waren tegen. Die eerste operatie kostte honderden Nigeriaanse soldaten het leven en was geen onverdeeld succes.

De West-Afrikaanse vredesmacht die meestal opereert onder de naam Ecomog (Ecowas Cease-fire Monitoring Group) heeft aan die eerste ingreep een slechte naam overgehouden. Corruptie en partijdigheid waren de zwaarste verwijten. Nog steeds kampt de West-Afrikaanse vredesmacht met grote problemen. In organisatorisch opzicht: Ecowas heeft geen vaste afdeling voor crisispreventie en crisismanagement. Ieder militair ingrijpen gebeurt ad hoc. In politiek opzicht: het kost de lidstaten moeite en tijd om overeenstemming te bereiken over de wijze waarop een interventie moet worden aangepakt. De verdeeldheid tussen Franstalige en Engelstalige landen is legendarisch, net zoals de argwaan en bittere rivaliteit tussen Afrikaanse leiders. In financieel opzicht: de West-Afrikaanse vredesmacht is afhankelijk van donaties van rijke westerse landen. Als daar de politieke wil ontbreekt om steun te geven aan een vredesoperatie, gebeurt er niets.

Toch is de vredesmacht gegroeid in zijn rol van regionale brandweer. Zo slecht voorbereid als dertien jaar geleden zijn de soldaten allang niet meer. De druk op westerse landen om in te grijpen in bloedige Afrikaanse conflicten is de West-Afrikaanse militairen ten goede gekomen. Het Westen heeft ingezien dat het riskante klussen beter door volledig uitgeruste en goed getrainde West-Afrikanen kan laten opknappen.

Met de oorlog in Sierra Leone als aanleiding zetten de VS drie jaar geleden een opleidingsprogramma op voor Ghanese en Nigeriaanse militairen die meedoen aan vredesoperaties. Veel Nigeriaanse militairen die deze week naar Monrovia gaan hebben les gekregen van Amerikaanse officieren en gaan aan de slag met door Amerika betaalde wapens, pleisters en verrekijkers. Het mes snijdt aan twee kanten. Nigeria, waarvoor de interventie leuke pr is, kan zijn leger beter uitrusten en trainen en houdt waarschijnlijk nog geld over ook. Amerika kan een oogje in het zeil houden zonder zelf in actie te komen.

Frankrijk traint en financiert vredestroepen in Franstalige landen, waaronder Mali, Senegal, Togo en Benin. Tijdens de vredesoperatie in Ivoorkust komt die samenwerking goed van pas. De 1.200 West-Afrikaanse militairen doen weinig anders dan het door 4.000 Fransen ingestelde niemandsland tussen regering en rebellen bewaken. Ze opereren officieel onder toezicht van de Verenigde Naties, maar onderhouden voortdurend contact met de Franse legerleiding. West-Afrikaanse vredeshandhavers zijn bij de lokale bevolking veel populairder dan Franse militairen. De economische belangen van Frankrijk in Ivoorkust staan de neutraliteit van de voormalige koloniale grootmacht in de weg. Hier wordt Ecowas eindelijk als onpartijdig gezien.