Vier cederhouten stokjes meten droogte Veluwe

De brandweer op de Veluwe is dezer dagen extra alert. Met cederhouten stokjes, een computerprogramma en een bosbrandweerwagen worden branden voorspeld en bestreden.

Het is warm weer in Nationaal Park de Hoge Veluwe, 30 graden of meer. Op het plein voor het Museonder brandt de zon genadeloos. Een vijftal bezoekers zoekt verkoeling onder de bomen. Sommige bieden meer dan schaduw. Naast een berk achter de museumgebouwen zijn enkele constructies geplaatst: een trechtertje en vier stokjes in een vierkantje van kippengaas. Op deze plaats wordt dagelijks het brandgevaar in het park gemeten.

De brandweer op de Veluwe is dezer dagen extra alert. Iedere middag worden er metingen gedaan. ,,We onderzoeken de neerslag, de temperatuur, de windrichting en de vochtigheid'', vertelt Martin Nouwen, officier van de brandweer op de Veluwe. ,,Daarvoor gebruiken we eenvoudige toestelletjes. De luchtvochtigheid bijvoorbeeld wordt gemeten met vier stokjes van rode ceder. Die wegen exact honderd gram en registreren gewichtsverschillen tot op een tiende gram. Regen en vocht verzwaren de stokjes. Een uitstekende luchtvochtigheidsmeter.''

De brandweer heeft vier meetstations: drie op de Veluwe en één op de vliegbasis Twente. Eind maart, begin april, worden de eerste metingen gedaan. Alle resultaten worden ingevoerd in een computerprogramma, overgenomen van het Amerikaanse Yellowstone National Park, dat vervolgens een indexcijfer berekent, de zogenoemde M8-index. Die loopt van 0 tot 200. ,,Nu zitten we aan 70'', zegt Nouwen. ,,Vanaf 50 beginnen we alert te worden, 200 betekent een windsnelheid van meer dan 20 meter per seconde en een extreme warmte en droogte. Dat hebben we hier nog niet meegemaakt, gelukkig.''

De laatste grote brand op de Veluwe was in 1995. De index stond toen op 110. Je kan de littekens van het vuur nog altijd zien langs de snelweg bij Kootwijk. Toen werden preventief enkele nabijgelegen campings ontruimd. Dit jaar waren er wel tientallen kleinere brandjes, maar die konden meestal snel geblust worden. De brandweer heeft twee meldingsvliegtuigen die continu over de Veluwe vliegen en met hun GPS-systeem de exacte locatie van iedere brand kunnen bepalen en doorgeven. Ook gebeurt het steeds vaker dat wandelaars een brand doorbellen.

Twee weken geleden was er nog een brand, veroorzaakt door bliksem terwijl er geen regen was. Nouten: ,,Gelukkig was er een boswachter die ons onmiddelijk belde. Aan de hand van de gegevens uit de meettoestellen konden we voorspellen hoe de brand zou evolueren. Zo konden we de schade beperken tot 25 hectare.''

De verantwoordelijkheid voor de Veluwe wordt gedragen door verschillende brandweerkorpsen. Een kilometer van de hoofdingang van het park is een post van de Apeldoornse brandweer. Daar staat een van de speciale bosbrandweerwagens die de korpsen tot hun beschikking hebben. Anders dan de gewone brandweerwagens beschikt deze over vierwielaandrijving, een tank van drieduizend liter (in plaats van 1.500) en een tweede motor (om te rijden en tegelijkertijd te spuiten). Verborgen onder het chassis zijn voor iedere band `nozzles' geïnstalleerd, kleine sproeikopjes. Nouwen: ,,Die zijn nodig als er een heidebrand is. Zo'n brand rijd je achterna. Op de nasmeulende heide kunnen je banden smelten of in brand vliegen.'' Al deze snufjes maken dat de wagen het dubbele kost van een gewone brandweerwagen. Nouwen: ,,We gebruiken de wagen ook voor `gewone' branden. Zo is-ie zijn geld meer dan waard.''

    • Thomas Compernolle