Turkse paren hebben voorkeur voor zonen

Turkse paren in Nederland die kinderen willen, hebben een duidelijke voorkeur voor zonen. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Autochtone Nederlanders en Surinamers hebben geen duidelijke voorkeur voor een van de twee geslachten, maar krijgen het liefst zowel een zoon als een dochter. Marokkanen willen liefst meer kinderen, van welk geslacht maakt niet uit.

Het CBS heeft van alle moeders die in de afgelopen achttien jaar hun eerste kind kregen, onderzocht of zij daarna nog meer kinderen kregen. Van de autochtone moeders kreeg 50 procent in de onderzochte achttien jaar nog een tweede kind. Bij de keuze voor een tweede kind speelde het geen rol of het eerstgeboren kind een jongen of een meisje was.

Of er ook een derde kind komt, blijkt wel af te hangen van het geslacht van de eerste twee kinderen. Van de ouders die al twee jongens of twee meisjes hadden, koos 25 procent voor verdere gezinsuitbreiding, in de hoop ook een kind van het andere geslacht te krijgen. Van de moeders die al een dochter én een zoon hadden, kreeg 20 procent nog een derde kind.

Surinamers hebben eveneens een voorkeur voor een gezin met een zoon en een dochter. Van de moeders die twee jongens hadden, kreeg 35 procent een derde kind, van de moeders met twee dochters 39 procent.

Turken willen het liefst een zoon. Van de Turkse paren die eerst twee meisjes hadden gekregen, kreeg 50 procent nog een derde kind. Als er al één of twee jongens zijn geboren, kiest slechts 35 procent voor verdere gezinsuitbreiding.