Pril optimisme over economie keert terug

Het vertrouwen in de economie leeft voorzichtig op. Het dieptepunt van de recessie wordt mogelijk al deze zomer gepasseerd.

Op zoek naar koelte in deze snikhete zomer? Probeer de economie eens. Die is fris genoeg. Negen kwartalen achtereen valt de economische groei in Nederland nu al tegen, en de laatste twee kwartalen daarvan toonden een lichte krimp. De meerderheid onder economisch analisten houdt rekening met een verdere teruggang in het zojuist afgelopen tweede kwartaal van dit jaar.

De malaise illustreert zichzelf. De detailhandelsverkopen zakten in april volledig in, en elke maand komen er duizenden werklozen bij. Het vertrouwen van consumenten is het laagst sinds de zware crisis van begin jaren tachtig. Het kabinet moet deze zomer nog 5 miljard euro aan nieuwe bezuinigingen zien te vinden. En de voor iedereen zichtbare huis-, tuin- en-keukenindicatoren staan op rood: van het aantal borden `te koop' en `te huur' in het straatbeeld tot de opmars van goede doelen op de billboards van de NS-stations ten koste van commerciële adverteerders. En van het teruglopende aandeel van nieuwe auto's in de ochtendspits tot

het slinkend marktaandeel van Albert Heijn.

Toch raakt een groeiend aantal economen er van overtuigd dat de bodem bereikt is. De zomer van 2003 zou later heel goed aangewezen kunnen worden als het dieptepunt van de huidige laagconjunctuur. De aanwijzingen daarvoor zijn indirect. De aandelenbeurzen geven sinds maart een stijgende lijn te zien. Op de kapitaalmarkt stijgt de rente, hetgeen vaak wijst op de verwachting van toenemende economische activiteit.

Opinie-onderzoeken onder ondernemers wijzen op een terugkerend optimisme, vooral in het buitenland. Vorige week bleek de toonaangevende Duitse Ifo-index voor ondernemersvertrouwen voor de vierde maand op rij te zijn gestegen. Vrijdag nam de leidende Europese PMI-index van inkoopmanagers in de industrie fors toe. En vanmorgen volgde een positief cijfer voor de stemming in de dienstensector.

De Nederlandse index van inkoopmanagers in de industrie veerde eveneens op. ,,De verwachtingen draaien naar boven'', zegt A. Christian van de zakenbank Morgan Stanley in Londen. ,,Nu moet de eerstkomende maanden uit de onderzoeken ook gaan blijken dat bedrijven een hogere productie daadwerkelijk realiseren.''

Ook P. van Doesburg van Kempen & Co is voorzichtig optimistisch. ,,Ik denk dat de bodem wel zo'n beetje bereikt is. Maar het bewijs daarvoor moet uit het buitenland komen.''

Daarmee legt Van Doesburg de vinger op de zere plek. Mocht de conjunctuur inderdaad aantrekken, dan kan het nog lang duren voordat de doorsnee-Nederlanders daar iets van merkt. In de huidige pikorde van de internationale economie zal de opleving het eerst in de Verenigde Staten moeten plaatsvinden, daarna overslaan naar het Europese continent en waarschijnlijk pas daarna Nederland aandoen.

Voordat dan sprake is van een aantrekkende werkgelegenheid, zegt Van Doesburg, gaat er nog makkelijk een jaar overheen. [Vervolg ECONOMIE: pagina 13]

ECONOMIE

Remmende voorsprong

[Vervolg van pagina 1 Christian legt het moment dat er sprake zal zijn van bestendig aantrekkende economische groei in Nederland pas in de loop van het vierde kwartaal van dit jaar. De voornaamste reden waarom Nederland zo laat pas opleeft is volgens haar dat de uitgangspositie hier slechter is dan die bij bijvoorbeeld grote buur Duitsland. ,,De inflatie in Nederland is zoveel hoger en de stemmingsindicatoren liggen in Nederland ver onder de rest. De concurrentiepositie is uitgehold en moet worden hersteld.'' Van haar binnenlandse dynamiek zal de economie het niet moeten hebben. De lasten nemen alleen maar toe, met als allerjongste tijding het stijgen van de AOW-premies met ingang van volgend jaar.

De oude wetmatigheid dat de Nederlandse economie staat of valt bij de ontwikkelingen in de wereldhandel gaat volgens Van Doesburg weer onverkort op, nadat de jaren negentig even de indruk hadden gevestigd dat dat verband niet zo sterk meer was. Aangezien de handel met het Europese achterland domineert, moet vooral daar de hoop op herstel worden gevestigd. Voorzichtige hervormingen in zowel Frankrijk als Duitsland, die er door de regeringen-Raffarin en Schröder doorheen zijn gedrukt, maken Christian optimistisch. Maar de ironie wil dat Nederland soortgelijke hervormingen al achter de rug heeft. De economische impuls die ze opleveren is al geïncasseerd. ,,Nederland heeft een beetje last van de wet van de remmende voorsprong.''

Toch kan er nog van alles mis gaan. Christian wijst erop dat ruim een jaar geleden alle vertrouwensindicatoren ook snel omhooggingen. Maar dat bleek valse hoop. De groei bleef tegenvallen en de échte recessie in bijvoorbeeld Duitsland en Nederland sloeg aan het eind van 2002 alsnog toe.

Bovendien valt het nog te bezien hoe bestendig de Amerikaanse opleving – de conditio sine qua non voor een Europees herstel – is. De opleving van de economische groei in de VS in het tweede kwartaal was voor een belangrijk deel te danken aan de bestedingsimpuls van de oorlogsinspanningen rond Irak. Wat begrotingsbeleid – met een tekort dat oploopt naar 4,2 procent van het bruto binnenlands product – en rentebeleid – een historisch lage rente van 1 procent – betreft is alles uit de kast gehaald om de Amerikaanse economie te stimuleren. Totdat blijkt dat het kruit in de VS niet te vroeg verschoten is, blijft het afwachten of de nieuwe hoop in de Europese economie ook werkelijkheid wordt.

    • Maarten Schinkel