Mijn generatie (slot)

Een aantal generatiegenoten liet mij weten zich niet te kunnen vinden in de analyse die Florian Illies in zijn Generation Golf en Generation Golf zwei geeft van de mensen die rond 1968 geboren zijn. De dertigers die op mijn vorige column reageerden, vonden het vooral verschrikkelijk om als onpolitiek te worden gekenschetst. Vreemd genoeg gingen zij bijna allemaal voorbij aan het feit dat Illies zelf in 1970 geboren is. Die ene Duitse generatiegenoot is niet schuldig aan het negatieve beeld dat van onze generatie bestaat, schreef iemand mij. Het is de generatie der babyboomers die daar verantwoordelijk voor is. Is het niet opvallend, vroeg een andere generatiegenoot, dat de generatie van babyboomers, de enige generatie is met een vrolijk klinkende naam en daarbij behorende positieve connotaties? De babyboomers hebben terwijl wij zowat nog in de luiers lagen al zurige aanduidingen voor ons verzonnen, dit in de veronderstelling dat er na hen nooit meer zo'n vernieuwende generatie zou komen, wist weer een andere dertiger te vertellen. Illies zou dit negatieve beeld slecht geïnternaliseerd hebben zoals dat nu eenmaal gebeurt bij slachtoffers van een dominante cultuur.

Het gaat me te ver om, bij wijze van alternatief voor Illies' Generation Golf, mijn generatie als de `Slachtoffers van de babyboomers generatie' te typeren. Dat klinkt tamelijk onzelfstandig en is me toch echt iets te dramatisch. Maar hoe moet mijn generatie dan wel getypeerd worden? In ieder geval bestaat er onder mijn generatiegenoten de behoefte aan een karakterisering. Vooral in Duitsland. Daar werd mijn generatie recentelijk niet alleen door Illies maar ook door zijn landgenote Katja Kullmann beschreven.

Kullmann plaatst het opgroeien van haar generatiegenoten in de context van een dominantie middenklassencultuur, een cultuur die vormgegeven werd door ouders en opvoeders die zich gedurende onze jeugd voorstonden op het revolutionaire elan dat zij in de jaren zestig ten toon zouden hebben gespreid. Zeer herkenbaar. Wie van mijn generatie herinnert zich niet die slecht geklede leraar met lang haar en een wijkende haargrens die er maar geen genoeg van kreeg om tijdens de een of andere les geschiedenisbeelden van Woodstock te vertonen om daarbij de opmerking ,,dat was nog eens muziek, mensen'' te plaatsen, alsof hij aldaar zelf op het podium de show van de (vorige) eeuw had gegeven of anders wel hoogstpersoonlijk het hele gebeuren in de Verenigde Staten georganiseerd. En wie van mijn generatie heeft zich niet ooit net als ik afgevraagd hoe groot dat Maagdenhuis nu eigenlijk was. Groter dan de Amsterdam Arena zou men vermoeden want hoe zou het anders al die mensen hebben kunnen herbergen die tegen mijn leeftijdgenoten en mij gezegd hebben dat ze bij de bezetting van dat gebouw aanwezig waren.

Het waren dergelijke, althans in hun herinnering revolutionairen die, stelt Kullmann, uiteindelijk ergens in de jaren tachtig hebben besloten dat onze generatie niet deugde. Tegen die kritiek hebben we nooit geprotesteerd. Wij zouden onze eigen weg wel gaan en luisterden niet naar onze moeders die zichzelf dan misschien wel feministisch noemden maar ondertussen het huishouden braaf en degelijk deden zonder de hulp van vader daarbij zelfs maar te overwegen. Wij luisterden niet naar onze vaders die dan wel ooit in hun blote bast met een stickie in de hand zouden hebben rondgedanst maar ondertussen nu wel van negen tot vijf voor een ongelooflijk dom bedrijf werkten. Wat konden dat soort mensen ons nu vertellen over politiek en idealen terwijl het ons, volgens Kullmann, allang duidelijk was dat de wereld beheerst werd door enge oude mannen die wanneer zij daar behoefte aan hadden, een rode knop konden indrukken om de gehele wereld op te blazen. Het verwijt dat we onpolitiek waren is onterecht. We waren gewoon heel wat pessimistischer over de constellatie van de wereld en de mogelijkheden om die te veranderen. En daarin heeft Kullmann gelijk.

Zo lijkt de mythe van een onpolitieke generatie afdoende ontkracht. Lijkt, want Kullmann doet er tegelijkertijd alles aan om diezelfde mythe weer in het leven te roepen. In haar vorig jaar publiceerde Generation Ally kenschetst zij, anders dan Illies, uitsluitend de vrouwen van haar generatie. De naam Ally in de titel verwijst naar Ally McBeal, de vrouwelijke hoofdfiguur uit de gelijknamige Amerikaanse televisieserie. Deze personage zou het levensgevoel van de vrouw van rond de dertig verbeelden: een beetje neurotisch, tussen single en gebonden, tussen emancipatie en nieuwe vrouwelijkheid. Met deze typering als uitgangspunt geeft Kullmann vervolgens wel een erg triest beeld van het leven van hedendaagse vrouwen van rond de dertig. Alsof die niets anders doen dan trendy drankjes drinken, zeuren over mister Right, het nieuwste dieet of de laatste mode. Alsof ze slechts op zichzelf zijn gericht en uiteindelijk zo apolitiek zijn als hen ooit werd verweten.

Zou het dan toch zo zijn dat mijn generatie zich niet maatschappelijk kan engageren? Het antwoord luidt bevestigend. Maar, zo zou ik daar onmiddellijk aan toe willen voegen, hetzelfde geldt voor de babyboomers. Die generatie speelt het alleen slimmer dan de mijne. Babyboomers beroepen zich bij het vormgeven van hun herinnering aan hun jeugdige politieke elan namelijk maar al te graag op het door de vrouwen van hun generatie aangeduide verband tussen het persoonlijke en het politieke.

Het persoonlijke is politiek, dat is een nuttige slogan geweest en nog. Maar wanneer je hem maar vaak genoeg herhaalt en ook van toepassing acht op je vroegere adoratie van John Lennon, dat lullige stickie of die demonstratie waar je als student aan meedeed, dan herinner je jezelf natuurlijk al snel als een revolutionair. En dat, babyboomer, terwijl je het alleen maar deed om indruk te maken op dat ene meisje. Dat meisje waar je jong mee trouwde, waar je jong van scheidde. Dat meisje uit wier schoot mijn generatie geboren werd. De generatie die de dingen die jij toen deed nu ook doet.

Alleen die generatie, mijn generatie, noemt dat geen politiek. Die noemt het precies wat het nu is en toen ook voor jou was: een lifestyle.