Kleurig verstilde rust in weidse polders

Een vlammend rode Amstel stroomt onder een hoge lucht traag voorbij. Enkele huizen en boerderijen staan verdwaald in het lege landschap. Dat rode water spat van het schilderij. Rode Amstel heet het doek, gemaakt in 1992 door de Noord-Hollandse kunstenaar Dirk Breed (Kolhorn, 1920). In Museum Kranenburgh in Bergen (N.H.) is een overzichtsexpositie gewijd aan Breed, de schilder bij uitstek van het weidse polderlandschap rondom zijn geboorteplaats Kolhorn. De nu 83-jarige schilder is zijn onderwerp trouw gebleven, al woont hij al bijna veertig jaar in Waverveen.

Oorspronkelijk is Dirk Breed opgeleid tot huisschilder, maar een beenmergonsteking beperkte zijn bewegingsvrijheid. Hij wijdde zich vanaf zijn twintigste aan de schilderkunst en volgde de opleiding aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. Het waren ongelukkige jaren voor Breed, die alleen in de ruimte van het lege polderland zijn inspiratie kon vinden. Maar hij was geen plein air schilder die met de ezel het veld introk. Hij is een pur sang atelierkunstenaar. De tentoonstelling biedt een weelde aan sterk met elkaar contrasterende kleuren: felgroen naast dieppaars, giftigrood tegenover pril violet. De doeken van Breed zijn ruim bemeten. Het is of je door de vensters van een stolpboerderij naar het landschap kijkt. De weiden zijn scherp afgebakende, geometrische vlakken. De oude, middeleeuwse Omringdijk in West-Friesland beschrijft in tal van zijn werken een lusvormige, lyrische lijn door het land. Verstilling en een intense rust vormen Breeds kenmerk.

Hij schildert de horizon laag, als op het schilderij Boerderij bij de Waddenzee (1994), waarboven de luchten dreigen en de wolken zich steeds hoger lijken te stapelen. Ooit, in zijn begintijd, is Breed ingedeeld bij de naïeve schilders, maar dat is ten onrechte. Eerder overheerst een surrealistische sfeer. In zijn vroegste werk sluit hij aan bij het donkere expressionisme van de Bergense School. Later is hij zich gaan bedienen van een beheerst pointilé, waardoor het werk meer adem en ruimte krijgt. De figuratie heeft hij nooit losgelaten. Een korte tijd, begin jaren negentig, legde hij zich toe op industriële artefacten als transformatorhuisjes, bruggen, graansilo`s. Met deze schilderijen, waarover een onbestemd licht valt ergens tussen dag en nacht in, leunt hij aan tegen de Nieuwe Zakelijkheid uit de jaren dertig.

Die gelaten stilte geeft uitdrukking aan een nauwelijks benoembaar drama. Zijn werk ademt eenzaamheid. Soms is de symboliek te nadrukkelijk, dan zien we een zielige boom in het land of een bushalte die nutteloos lijkt. Of gaat daar opnieuw een eenzame man dolend over de dijk. Te duidelijke betekenis, zoals het doek De Tijd (1983), verstikt de schilderkunstige brille. De klok staat als een tempel in het land, het is vijf over half elf. Links staat een boer afgebeeld die maait met de zeis. Voor hem strekt zich een eindeloze weg uit. Alles heeft met dood en vergankelijkheid te maken, en juist daarom is het te veel. Het sterkst is Dirk Breed als schilder van rode rivieren, huizen met groene contouren, slingerende dijken en polders als meetkundige vlakken. Daarboven de Hollandse wolkenluchten, zoals ook Ruysdael die kon schilderen. Breed staat met zijn liefde voor het lage Nederlandse land in een eerbiedwaardige traditie. En dan zijn kleurgebruik, dat getuigt van puur individualisme en een unieke waarneming.

Tentoonstelling: Dirk Breed: Een levenswerk. Schilderijen en tekeningen. Museum Kranenburgh, Bergen. T/m 15/9. Di-zo 13-17u. Catalogus door Aart van der Kuijl: €10,00.