Justitie wees asielverzoek ongegrond af

Het ministerie van Justitie heeft onvoldoende gemotiveerd en daarmee ten onrechte het verzoek van een uitgeprocedeerde Somalische vluchtelinge om een verblijfstitel afgewezen.

De vrouw mag voorlopig niet uit de opvang gezet worden of het land uitgezet. Dat heeft de kortgedingrechter in Maastricht besloten in een spoedprocedure die de vrouw tegen Justitie had aangespannen.

De vluchtelinge had op 30 juni een verzoek ingediend bij minister Verdonk (Vreemdelingenzaken) om op grond van `schrijnende omstandigheden' in aanmerking te komen voor de zogenoemde `inherente afwijkingsbevoegdheid' van de minister. Die bevoegdheid geeft de minister het recht uitgeprocedeerde asielzoekers in individuele gevallen toch een verblijfstitel te geven, hoewel daar juridisch geen gronden voor zijn.

De Somalische is een van de duizenden uitgeprocedeerde asielzoekers die reageerden op een toespraak van de toenmalig minister van Vreemdelingenzaken, Nawijn, op 14 januari van dit jaar. Nawijn zei toen dat hij in schrijnende gevallen gebruik zou maken van zijn inherente afwijkingsbevoegdheid.

Vorige maand stuurde de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) volgens Vluchtelingenwerk enkele honderden standaardafwijzingsbrieven naar asielzoekers die in aanmerking willen komen voor een individuele beoordeling van hun situatie. De rechter oordeelde in het geval van de Somalische vluchtelinge dat de afwijzing door de IND onvoldoende inhoudelijk was getoetst. In het vonnis wordt verwezen naar een brief van Nawijn waarin stond dat ,,beëindiging van de opvangvoorzieningen, dan wel verwijdering uit Nederland niet kan plaatsvinden alvorens er een inhoudelijke beoordeling heeft plaatsgevonden''.

Volgens de Utrechtse asieladvocate N. Hennipman en Vluchtelingenwerk schept het vonnis een precedent voor de ,,enkele honderden'' andere asielzoekers die een dergelijke ongemotiveerde afwijzing hebben gehad. Hoger beroep tegen de uitspraak van de rechter is niet mogelijk. De IND moet een bodemprocedure aanspannen, dan wel een nieuwe, beter gemotiveerde afwijzing opstellen waartegen vervolgens beroeps- en bezwaarprocedures mogelijk zijn. Volgens een woordvoerder van Justitie zal de IND juridische vervolgprocedures aanspannen. De Somalische vluchtelinge wordt voorlopig niet uit de opvang gezet. Justitie wacht af hoe de rechter in die andere aangespannen procedures zal oordelen.

Naast een beroep op een individuele beoordeling door de minister, hebben duizenden asielzoekers een beroep gedaan op de beperkte `pardonregeling' die in het regeerakkoord is opgenomen. Die geldt voor asielzoekers die langer dan vijf jaar in Nederland verblijven en nog steeds wachten op een definitieve uitspraak over een mogelijke verblijfstitel. De asielzoekers die voor deze regeling in aanmerking willen komen, mogen niet uit de opvang gezet worden zolang de Tweede Kamer nog niet beslist heeft over de exacte criteria waarbinnen een verblijfstitel kan worden verleend.