Homohuwelijk 2

Het bewonderenswaardige stukje hersengymnastiek dat dr. Wagemaker met de scheiding van kerk en staat én de natuurwet volbrengt, zou bijna verhullen dat de rk-kerk al enige tientallen jaren terzake van homoseksualiteit en natuurwet in een nog bewonderenswaardiger spagaat zit. De verlegenheid inzake wezen en oorsprong van normativiteit die Wagemaker de dominante cultuur toedicht, kan hij een stuk dichter bij huis vinden.

Volgens traditionele theologische interpretaties die je bijvoorbeeld ook nog aantreft in fundamentalistische kringen in de VS komt homoseksueel gedrag voort uit hedonisme en is het de uiterste consequentie van verlies van controle over affecten. In die zin staat dat gedrag geheel buiten de scheppingsorde en de natuurwetten omdat het de chaos representeert van de eerste dag toen de aarde nog woest en leeg was. In z'n uiterste consequenties doorgedacht, kan in dit soort interpretaties homoseksueel gedrag de schepping ondermijnen, zelfs ongedaan maken, omdat uiteindelijk iedereen tot hedonisme en dus tot homoseksueel gedrag kan vervallen. `Tegennatuurlijk' is in dit universalistische vertoog geen alternatief voor óf naast `natuurlijk', maar de totale negatie van de natuur. Homoseksualiteit is in dit vertoog ook geen reële, laat staan alternatieve seksuele persoonlijke hoedanigheid, maar een verschijnsel dat voor bijvoorbeeld Amerikaanse fundamentalisten en vroeger ook voor de rk-kerk met vele (soms uiterste) middelen bestreden moet worden.

Al dertig jaar geleden heeft de rk-kerk dit vertoog ingeruild voor het zogeheten minderheidsvertoog. Ze verklaarde na onder andere grondige psychologische studie dat homoseksualiteit een `objectieve afwijking' was. Met andere woorden: voor de rk-kerk bestaat sinds enkele tientallen jaren homoseksualiteit in elk geval als reële hoedanigheid van een beperkte groep van mensen. Het maakt het eventuele seksuele gedrag van deze mensen voor de schepping kennelijk niet minder bedreigend, maar daar staat tegenover dat ze door zelfde opgelegde onthouding tot het hogere, zelfs tot spirituele broeder- en zusterliefde geroepen zijn.

Niettemin heeft die kerk een formidabele volte face gemaakt, die de vraag oproept hoe bestendig de natuurwet van Wagemaker is tegen de eeuwigheid. Het feit dat uiteindelijk de emancipatie van homoseksuelen ook haar oorsprong vond in het minderheidsvertoog dat de rk-kerk nu al zo'n dertig jaar met hen deelt, doet hopen dat die kerk haar verlegenheid ten aanzien van wezen en oorsprong van normativiteit ooit te boven komt.