Het is erg heet, maar 1947 is nog niet verslagen

Het regent records en iedereen denkt dat klimaatsverandering vanwege het broeikaseffect de oorzaak is. Het KNMI blijft nuchter.

Deze zomer mag erg heet zijn, maar de zomer van 1947 – de warmste ooit gemeten in De Bilt – is nog niet verslagen. Die recordzomer had een augustusmaand met een gemiddelde temperatuur van 19,8 graden Celsius, wat duidt op veel zwoele nachten. Toch is die extreem hoge gemiddelde temperatuur te overtreffen. Dat gebeurde al eens in 1997, toen de gemiddelde maandtemperatuur van augustus voor het eerst boven de 20 graden kwam. In het rijtje warmste zomers van het KNMI in De Bilt staat 1997 op de vijfde plaats, omdat juni en juli toen niet bijzonder waren.

Dit jaar is warm sinds de meteorologische zomer op 1 juni begon. En dat is in heel Europa het geval. Het midden-Europese Zwitserland had de heetste junimaand in zijn 250-jarige meetreeks. De gemiddelde maandtemperatuur lag 7 graden boven het langjarig gemiddelde.

In Genève steeg de temperatuur íedere junidag boven de 25 graden, wat nog nooit was voorgekomen. Overal in Zuid-Europa sneuvelen inmiddels records van de hoogste ooit waargenomen temperaturen, zowel maxima als daggemiddelden.

Van over de hele wereld melden de weerstations extremen. In India heerste een hittegolf met dagtemperaturen van vaak meer dan 45 graden die aan 1400 mensen het leven kostte. Later trok een tropische cycloon over Sri Lanka, waarbij 300 mensen de dood vonden. Ook het orkaanseizoen in de Verenigde Staten verliep onstuimig, met een recordaantal van 562 tornado's. Delen van de VS beleefden een zeer natte en koude junimaand, maar nu is het er droog en heet.

Het regent records en iedereen denkt dan dat het komt door de klimaatveranderingen vanwege het versterkte broeikaseffect. Maar KNMI-klimatoloog Rob van Dorland blijft nuchter: ,,De klimaatmodellen voorspellen warmere zomers, maar individuele gebeurtenissen, zoals deze warme maanden, kun je eigenlijk niet in verband brengen met het door mensen veroorzaakte versterkte broeikaseffect.''

De modellen voorspellen hetere en tot 20 procent drogere zomers in Zuid-Europa, maar meer regenval in het ook warmere Noord-Europa. Van Dorland: ,,De vraag is nog waar Nederland bij hoort. We liggen in het grensgebied en het is moeilijk te zeggen welke kant het op gaat.''

,,Deze Nederlandse zomer hoort nog niet bij de 5 procent droogste zomers,'' zegt KNMI's getallenman Albert Klein Tank. Hij wijst op de forse verschillen: in delen van de Achterhoek is bijna net zoveel regen gevallen als er door de gewassen verdampt is. Maar in Midden- en West-Nederland had ongeveer 200 millimeter meer regen moeten vallen om de verdamping te compenseren.

Een zomer heeft drie mogelijkheden om recordzomer te worden: de warmste, de zonnigste en de droogste. De zomer van 1947 heerst als de warmste en zonnigste; die van 1921 als de droogste, met 85 mm neerslag in drie zomermaanden. In juni en juli viel in de De Bilt 64 millimeter. De temperaturen van 2003 zijn sensationeler: juni had een gemiddelde temperatuur van 17,8 graden (normaal is 15,2). Juni 2003 was daarmee 0,3 graden warmer dan 1947. Juli kende in 2003 precies dezelfde gemiddelde temperatuur als 1947: 18,8 graden. Gemiddeld ligt 2003 dus voor, gerekend met de methode die het KNMI volgens internationale afspraken hanteert om de heetste seizoenen te berekenen. Dat komt neer op het middelen van om het uur gemeten tempreaturen tot daggemiddelden; dan daggemiddelden middelen tot maandgemiddelden en vervolgens de drie zomermaanden middelen tot een zomergemiddelde. In augustus 1947 heerste een hittegolf die duurde van 11 tot 28 augustus. De eerste en laatste dagen waren echter duidelijk minder, dus augustus 2003 heeft kansen met het hete begin.

De trend van het warmere klimaat werd eind vorige eeuw duidelijk. Onder de zes `hete' zomers in de twintigste eeuw zijn er drie (1994, 1995 en 1997) uit de jaren negentig. Het KNMI noemt een zomer `heet' als de gemiddelde temperatuur over de zomermaanden juni, juli en augustus boven de 18 graden uit komt. In de top van warmste zomers die De Bilt sinds 1901 mat, komt 1992 (17,8 graden) op de zevende plaats. Ook de zomers van 2001 (17,4) en 2002 (17,6) waren erg warm.

Topzomer 1947 verschilt duidelijk van de zomer die we nu meemaken. In 2003 is het steeds warm, terwijl 1947 meer warmtepieken had, afgewisseld met koudeperioden. Dat is duidelijk te zien aan het aantal hittegolven: 1947 had er vier, terwijl de eerste van 2003 voortdurend in de maak is, maar tot nu toe steeds mislukt. In een hittegolf komt minstens vijf dagen achtereen de maximumtemperatuur boven de 25 graden en drie dagen moeten bovendien tropisch zijn (warmer dan 30 graden). De reeks van vijf zomerse dagen heeft De Bilt al voor elkaar, omdat na 30 juli iedere dag een 25-plusdag was. Maar met de tropische dagen wil het niet erg lukken. Wellicht komt vandaag en de komende dagen de temperatuur in De Bilt boven de 30 graden.

Hittegolven zijn niet alleen plezierig. Smeltende asfalten en klemmende bruggen hinderen weg- en treinverkeer. En de zieken en bejaarden hebben het zwaar. In Spanje kwamen enkele door oververhitting overleden wegwerkers in het nieuws, maar de sterfte onder bejaarden en hartpatiënten is er vele malen groter geweest.

Verpleeghuisarts V. Borst ontdekte in 1996 dat in verpleeghuizen anderhalf keer zoveel bejaarden overlijden bij een binnentemperatuur van 25 tot 30 graden als bij een binnentemperatuur van 15 tot 20 graden.

Onderzoekers van de Rotterdamse Erasmusuniversiteit berekenden dat er 40 mensen per dag meer overlijden in Nederland bij een temperatuur boven de 30 graden dan op een `normale' dag. Het zijn meestal zieke bejaarden die dan extra sterven, maar ze zijn niet zo ziek dat ze al op sterven liggen, want in de dagen na een hittegolf daalt de sterfte niet opeens.