Felix Mendelssohn schrapte fors in Bach

In het jaar waarin al veel bijzonders gebeurde rond de Matthäus Passion vindt zondag een uitvoering plaats van Mendelssohns versie van Bachs meesterwerk. Het wordt een korte uitvoering, het stuk kan in twee uur worden gespeeld.

Het curieuze hoogtepunt van het merkwaardige Matthäus Passion-jaar 2003 is zondag in het Amsterdamse Concertgebouw de uitvoering van het werk van Bach in de versie van Felix Mendelssohn. Hij `herontdekte' in 1829 de Matthäus bracht die – in sterk verkorte vorm – voor het eerst na een eeuw weer tot klinken. Het jaar 2003 was al een hoogst bijzonder Matthäus-jaar met een house-Matthäus en allerlei opmerkelijke cd-opnamen. Paul McCreesh legde Bachs Matthäus vast met in totaal slechts acht zangers voor soli, koren en koralen. Verder verschenen op cd versies van de Matthäus Passion van Telemann, Homilius en Carl Philipp Emanuel Bach.

De nog maar net 20-jarige Mendelssohn zorgde met zijn Berlijnse uitvoering op 11 maart 1829 voor het fundament onder de populariteit van de Matthäus Passion die in de volgende 175 jaar geleidelijk aan steeds groter is geworden. De Matthäus, in de periode 1727-1736 de culminatie van Bachs cantate-oeuvre, geldt nu als een van de allerbelangrijkste werken uit de muziekhistorie.

De gehele Berlijnse bestuurlijke en culturele elite was aanwezig bij die Berlijnse uitvoering, van koning Friedrich Wilhelm III tot de schrijver Heinrich Heine. Mendelssohns Matthäus klonk niet in een kerk maar in de concertzaal van de Sing Akademie. De publieke belangstelling was overweldigend en het succes was groot. Er waren in Berlijn herhalingen op 21 maart en 17 april. Tweeëneenhalve maand later klonk de Matthäus in Frankfurt. Pas in 1841 was het de beurt aan Leipzig, de thuisstad van de Matthäus Passion waar Bach van 1723 tot zijn dood in 1750 werkte als cantor in de Thomaskirche.

Nederland, tegenwoordig toch hèt Matthäus-land, liep veertig jaar achter. De Nederlandse première van de Matthäus was in 1870 in Rotterdam. Willem Mengelberg begon bij het Concertgebouworkest zijn Amsterdamse Matthäus-traditie in 1899. Vanaf 1922 was er de Naardense Matthäus van de Nederlandse Bachvereniging, een protest tegen de `vervalsing' van Bachs muziek door Mengelberg met willekeurige moderniseringen in de instrumentatie, reusachtige bezettingen van koor en orkest en allerlei `opera-achtige' effecten.

Wat Mendelssohn in 1829 vanachter de vleugel dirigeerde, was ver verwijderd van de `authentieke' of complete Matthäus, zoals we die tegenwoordig kennen. Mendelssohn kwam met toenmalige eigentijdse middelen tot een sterk verkorte uitvoering, enigszins te vergelijken met de Matthäus Passion zoals Willem Mengelberg die van 1899 tot en met 1944 in Amsterdam uitvoerde. Ook in Naarden klonken overigens de eerste jaren nog gecoupeerde uitvoeringen.

Mendelssohn bracht de instrumentatie in overeenstemming met de orkestpraktijk van destijds en – nog belangrijker – hij stroomlijnde het werk met 22 coupures. Mendelssohn schrapte recitatieven, koralen en elf van de vijftien aria's. Over bleven slechts Ich will bei meinem Jesu wachen, So ist mein Jesus nun gefangen, Ach, nu ist mein Jeus hin en Erbarme dich. Merkwaarig genoeg klonken af en toe wel de voorspelen van die geschrapte aria's.

De Matthäus won zo aan snelheid en drama, het koor kreeg een relatief groter aandeel. Mendelssohns Matthäus lijkt daarmee op de veel kortere Johannes Passion, die een uur en vijftig minuten duurt en acht aria's telt. Voor de Matthäus-liefhebber van nu is het achterwege laten van al die geliefde aria's, waaronder zelfs Aus Liebe onvoorstelbaar. Vooral voor die aangrijpende contemplatieve aria's komen we immers tegenwoordig naar de Matthäus, niet zozeer voor de stichtende koralen.

Mengelberg ging later met zijn coupures lang niet zover als Mendelssohn. Zijn `definitieve' Matthäus-versie telde acht aria's, nog dubbel zoveel als bij Mendelssohn. Ondanks zijn `romantische' instelling klonk vanaf 1921 bij Mengelberg ook een klavecimbel, toen bespeeld door de legendarische Wanda Landowska. Maar verder was Mengelbergs houding dezelfde als die van Mendelssohn: er moest worden gewerkt ,,uit den geest en de techniek van den tijd, waarin de uitvoering plaats heeft.'' Een reconstructie van de originele Matthäus Passion, zoals die tegenwoordig in de algemeen geaccepteerde `authentieke' uitvoeringen, zou volgens Mengelberg ,,elke levende schoonheidservaring missen en slechts geschiedkundige waarde hebben.''

Opmerkelijk is dat de lengtes van de zo langzaam uitgevoerde gecoupeerde Matthäus van Mengelberg en die van de snelle complete versies van nu nauwelijks van elkaar verschillen. Ongeveer twee uur en drie kwartier blijkt de `natuurlijke' lengte van de Matthäus te zijn, al deed Otto Klemperer er een uur langer over. Het Concertgebouw voorspelt dat de uitvoering van de Mendelssohn-versie van de Matthäus zondag twee uur zal vergen.

Matthäus Passion van J.S. Bach in de versie van Mendelssohn: 10/8 Concertgebouw Amsterdam door Das Neue Orchester, Chorus Musicus Köln en solisten o.l.v. Christoph Spering. Res: (020) 6718345