Een legendarische kist

IJslands oudste vliegtuig is zestig jaar in gebruik. Over de historie en techniek van een Dakota, een model waarvan het laatste in Nederland in 1996 boven de Waddenzee verloren ging.

Tomas Dagur Helgason, chef-piloot van Icelandair, begint vrijdag aan een zevendaagse rondvlucht over heel IJsland. Helgason vliegt gewoonlijk met een Boeing 757, maar ditmaal zit hij achter de knuppel van het oudste vliegtuig van het land, een Dakota DC-3. Met de rondvlucht en bezoeken aan zeven stadjes en dorpen in de uithoeken van het eiland, wordt een opmerkelijk jubileum gevierd: de IJslandse Dakota is zestig jaar in gebruik en, wat ook bijzonder is, heeft het land nooit verlaten sinds hij eind 1943 als US Air Force C-47A, serienummer 43-300710, in IJsland aankwam.

Tomas Helgason, chef-piloot van de Dakota is trots op de `oude dame' die de laatste jaren maar twee of drie weken per jaar, in mei en juni, in de lucht was. Het vliegtuig, een van de zes luchtwaardige Dakota's in Scandinavië en IJsland, is sinds 1972 eigendom van de IJslandse Grond Conserveringsdienst. De `Landgraedsla' werd in 1907 opgericht ter bestrijding van erosie, het grootste milieuprobleem van IJsland. De Landsgraedsla gebruikt het toestel om zaden en kunstmest uit te strooien 35.000 ton in de afgelopen dertig lentes. De Dakota was de afgelopen dertig jaar 4.750 uur in de lucht, gratis bestuurd door IJslandse piloten die zo hun steentje bijdragen aan het werk van Landsgraedsla. De conserveringsdienst, de eerste van die aard in Europa, heeft nog veel te doen: een derde van IJsland bestaat uit barre woestijnen.

De DC-3 is een legendarisch vliegtuig. Het geldt als het populairste in de geschiedenis van de luchtvaart de Douglasfabrieken in Californië bouwden er ruim 13.000. Over de gehele wereld zijn naar schatting nog ruim duizend Dakota's in gebruik. In Europa zijn er maar enkele luchtwaardige DC-3's overgebleven. De Nederlandse Dakota-club verloor in september 1996 zijn enige, zorgvuldig gerestaureerde Dakota boven de Waddenzee, 32 passagiers kwamen daarbij om. De IJslandse DC-3 van Landsgraedsla ontkwam twee jaar later ternauwernood aan hetzelfde lot. Helgason: ,,Het was een close call. Er brak brand uit in een vleugel naast een benzinetank. De piloten kregen geen waarschuwing, het systeem voorzag daar niet in. Een passagier zag rook en sloeg alarm. De piloot schakelde de bedreigde motor uit, dropte de lading kunstmest en landde op een nabijgelegen klein vliegveld. Hij moest, vliegend op één motor, een bocht maken, dat is moeilijk met zo'n tail-dragger, die zijn staart als het ware meesleept. Met een gewone brandblusser werd het vuur bedwongen.'

De IJslandse Dakota was tot 1972 eigendom van Icelandair die het toestel in 1946 kocht van de Amerikaanse luchtmacht. Dertig jaar lang werd het toestel voornamelijk gebruikt voor binnenlandse vluchten. Icelandair had toen als logo een gevleugeld paard, als eerbetoon aan de `belangrijkste dienaar' van de mens sinds het jaar 900, toen Noorse Vikingen zich voorgoed op IJsland vestigden. De vliegtuigen kregen namen van paarden de Dakota kreeg de naam Gljafaxi. In de jaren '60 schakelde Icelandair over op Fokker F27's voor het binnenlands verkeer. In 1972 schonk de maatschappij zijn laatste Dakota, Gljafaxi, aan de Landgraedsla, met de bepaling dat het toestel IJsland nooit mag verlaten.

Het toestel kreeg een nieuwe naam Paul Sveinsson (de eerste directeur van Landsgraedsla) en werd in de jaren '70 naar Nieuw-Zeelands voorbeeld verbouwd. De stoelen voor 21 passagiers werden vervangen door een grote tank en een sproei-installatie. Helgason: ,,We gingen aanvankelijk met het maximale take off-gewicht, als in oorlogstijd, (13.514 kilo) de lucht in. De lading kunstmest of zaden bedraagt dan vier ton. In geval van nood kan deze lading in vier seconden worden gedropt. Tijdens het sproeien vliegen we met een snelheid van 120 knopen op slechts 250 voet (ca. 80 meter) hoogte. Om de motoren te sparen en het brandstofverbruik (gasolie 100 octaan) te beperken, nemen we de laatste jaren maximaal drie ton mee.'

Er is een wachtlijst van IJslandse piloten die met de Dakota willen vliegen. Ze hebben weinig kans. Helgason, die ook piloten op de Boeing 757 traint, zegt: ,,Het is een aparte sensatie. Alle techniek is anders. De cockpit is nog zoals zestig jaar geleden. We hebben maar één nieuw instrument aangebracht GPS (global positioning system), om ons strooiwerk nauwkeurig te kunnen doen. Alleen vliegers met Dakota-ervaring mogen het toestel nog besturen. Het trainen van onervaren piloten vergt te veel tijd, zeker nu het vliegtuig zo weinig wordt ingezet.' Nog zeker twee jaar blijft de Dakota bij ons in dienst, zegt Sveinn Runolfsson, de directeur van Landsgraedsla. En daarna? Sveinn: ,,De Dakota-vrienden in IJsland zijn vastbesloten het toestel in perfecte conditie te houden.'

Gerectificeerd

In het artikel Een legendarische kist (5 augustus, pagina 16) staat dat de Nederlandse Dakota-club in 1996 zijn enige Dakota verloor. De Dutch Dakota Association beheert op dit moment twee gerestaureerde operationele Dakota's.