Dokter Harvey

De bioloog Ronald Plasterk, trotse naamgever van het `ietsisme', houdt niet van de kronkelaars die in iedere religie wel iets moois willen zien, maar over het waarheidsgehalte ervan geen gearticuleerde opvattingen hebben. Als hij hun opvattingen weergeeft kiest hij dan ook – al beschikt hij ruimschoots over de gave des woords – de toon van de argeloze huisvrouw, op de markt overvallen voor een straatinterviewtje over het hogere, die in haar schrik weinig meer uit kan brengen dan `mijn naam is haas'.

Geef Plasterk maar een orthodoxe christen, daar kan hij tenminste zijn tanden in zetten. Andersom geldt dat waarschijnlijk ook, want de orthodoxen houden ook van een stevig standpunt. De strijdende partijen zijn aan elkaar gehecht en wie er tussenin gaat staan om te zeggen dat de strijd niet nodig is, kan niet op dankbaarheid rekenen. Maar laat ik het toch proberen.

Waarom kwinkeleren de vogels zo mooi? Wie vroeger het antwoord gaf `ter ere van God', had volgens Plasterk in zekere zin gelijk. De evolutieleer was er nog niet en God was de enige plausibele verklaring.

Vroeger, maar nu niet meer. Sinds de evolutieleer een functionele verklaring gaf, is de religieuze kijk op de vogelenzang overbodig en wie er aan vasthoudt voert een achterhoedegevecht. Zo ziet Plasterk het: de evolutieleer betekende een essentiële breuk. Vóór die tijd was het, bij gebrek aan beter, min of meer rationeel om in God te geloven, maar daarna niet meer.

Je kan hier tegenin brengen dat ook voor de tijd van de evolutieleer functionele verklaringen voor van alles en nog wat bestonden, die het godsgeloof toch niet deden wankelen. In het begin van de zeventiende eeuw werd bijvoorbeeld de bloedsomloop beschreven. Wat zeiden de geleerden toen? ,,Ah, wij dachten altijd dat de mens door goddelijke energie werd bewogen, maar nu dokter Harvey ons laat zien dat het gewoon een pomp is die de voedingsstoffen via het bloed door het lichaam stuurt, hebben we God niet meer nodig.''

Nee, dat zeiden ze niet, want waarom zou een functionele verklaring van een natuurverschijnsel hen verbazen en hun religieus wereldbeeld omverwerpen? Zo vreemd en onverwachts was dat toch niet?

Stel je nu voor dat aan die geleerden op de een of andere manier de resultaten van de moderne wetenschap zouden worden meegedeeld. Ze zouden leren over evolutie en over de oerknal, waarin het heelal in een fractie van een seconde zichzelf schiep uit het niets. Bij dat laatste zouden ze misschien een kruis slaan en mompelen dat Gods wegen waarlijk wonderbaar zijn, maar wat ze volgens mij niet zouden zeggen is dit: ,,Nu we weten dat het heelal zichzelf uit het niets heeft geschapen is het zo klaar als een klontje dat daarbij geen geest of intelligentie betrokken kan zijn geweest.'' Dat zou ook geen wetenschappelijke uitspraak zijn, maar de uitspraak van een wetenschapsfetisjist. Als het eerlijke wetenschapsmensen waren, zouden ze met de nieuwe informatie over evolutie en kosmologie wel het geloof in de letterlijke waarheid van het boek Genesis moeten opgeven, maar niet hun godsgeloof. Toch gebeurde dat vaak wel toen twee eeuwen later de evolutietheorie er echt was gekomen en niet alleen in een gedachte-experiment. Het gebeurde niet omdat de logica dat zou eisen, want die eiste dat niet, maar doordat de mensen anders waren geworden.

Het verband tussen wetenschap en geloofsafval is evident, maar ik denk dat het geen logisch, maar een sociologisch verband is. Wetenschap en techniek hebben een wereld geschapen waarin religieuze ontvankelijkheid slecht gedijt. Alleen al dat je bijna nergens meer een behoorlijke sterrenhemel kan zien, dat doet voor de ontkerkelijking meer dan welke gearticuleerde opvatting dan ook.