Zwagermans zenuwen

Nergens zijn de zenuwen van een presentator zo treffend beschreven als in Chaos en Rumoer, de roman van Joost Zwagerman uit 1997. Hij noteert, duidelijk autobiografisch, hoe een schrijver bij toeval de presentatie van een talkshow op de radio moet gaan doen: ,,Inmiddels leek zijn hart veranderd in een ongeleid projectiel dat tegen allerlei cruciale aderen beukte.'' En even later: ,,Misschien viel-ie wel flauw, zometeen.''

Gisteravond, tien over negen: Zwagermans debuut op de televisie, als presentator van Zomergasten, met advocate Britta Böhler tegenover zich. Zijn gezicht staat strak van de spanning. En tot overmaat van ramp heeft de gast aan het begin twee ongelukkige fragmenten gekozen: een nietszeggend stukje uit de huwelijksreportage van Beatrix en Claus (10 maart 1966) waarbij het commentaar ontbreekt, en een aflevering van de Duitse kleuterserie Das Sandmännchen die in zoverre adequaat gekozen is dat je er vanzelf bij wegdommelt.

Maar Joost Zwagerman valt niet flauw. De adrenaline helpt hem zich door de moeilijke fase heen te slaan. Hij raakt gaandeweg op zijn gemak en slaagt uiteindelijk in de opzet die hij tevoren had bekendgemaakt: zijn gast portretteren door haar de ruimte te geven. Hij blijkt voor dat doel voldoende talent voor ondergeschiktheid te bezitten.

Maar daarmee werd het nog geen meeslepende avond. Daarvoor zijn nóg twee ingrediënten nodig: een fascinerende gast en pakkende televisiefragmenten. Britta Böhler bleek fascinerend genoeg, maar ze zadelde de kijker op met een loodzwaar pakket. Juist op het moment dat je twijfelt tussen afhaken en doorzetten laat ze je kijken naar een rechtsfilosofische discussie tussen Foucault en Chomsky op een torenhoog abstractieniveau, gevolgd door haar eigen positiebepaling in dat debat die ik zo gauw niet zou kunnen samenvatten. In dezelfde zone zaten nog een lastig te doorgronden fragment over de keuzes van Thomas Mann en een ook al niet erg toegankelijk interview met voormalig RAF-advocaat Otto Schilly, tegenwoordig minister van Binnenlandse Zaken. Wijlen Godfried Bomans zou zeggen: ,,Je moest met hoofdpijn naar bed, maar het was prachtig.''

De interviewgedeelten werden er alleen maar intrigerender door. Böhler haatte in haar jeugd haar eigen Duitse nationaliteit, ze was veel liever Engelse of Nederlandse geweest. Ze bleek vol van begrip voor de motieven van de RAF-gevangenen, voor wie ze op haar ideale televisieavond opmerkelijk veel tijd inruimde. Als Zwagerman wilde weten of ze afstand nam van het terroristisch geweld van die groep, beperkte ze zich tot de constatering ,,dat ze een stap te ver waren gegaan''. Böhler heeft een groot deel van haar jeugd intensief aan ballet gedaan, en twijfelt af en toe aan haar beslissing daar geen carrière in te zoeken. ,,Ik vond mezelf gewoon niet goed genoeg.'' In haar juridische loopbaan heeft ze wél voldoende zelfvertrouwen opgebouwd. Want ze is bepaald niet verbaasd dat prinses Margarita en Edwin de Roy van Zuydewijn haar als een van hun nieuwe advocaten hebben gekozen: ,,Margarita kiest voor kwaliteit'', klonk het parmantig.

Over haar cliënt Volkert van der G. koos ze, omwille van zijn privacy, haar woorden zorgvuldig. Ze vindt hem niet te vergelijken met de RAF-gevangenen uit de zeventiger jaren: Volkert had het immers niet op de staat gemunt. En ze wilde nog wel eens op de televisie herhalen hoe de eerste ontmoeting met haar cliënt had plaatsgehad. In de ,,zakelijke sfeer'' van het Hilversumse politiebureau had ze kennis met hem gemaakt. Naar zijn motief had ze hem niet hardop gevraagd ,,omdat een politiebureau nu eenmaal niet afluister-proof is''. Ze had het woord `motief' met een vraagteken op een papiertje geschreven, en Volkert van der G. had zijn antwoord (,,Zelfs Zalm vindt hem gevaarlijk, en ik ook'') eveneens schriftelijk meegedeeld.

Concrete verhalen – die doen het in Zomergasten nu eenmaal het beste.

Ad van Liempt is eindredacteur van de televisieprogramma's Andere tijden en Maandag Prinsjesdag.