Tragedie Liberia

Het drama dat zich afspeelt in Liberia heeft een nieuwe absurdistische wending gekregen. In New York heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties dit weekeinde ingestemd met een resolutie om een vredesmacht te sturen naar het West-Afrikaanse land dat is weggezakt in een moeras van burgeroorlogen. Tezelfdertijd verklaarde Charles Taylor, de belaagde president van Liberia die zich in zijn paleis heeft verschanst, dat hij op 11 augustus zal aftreden na een plechtige ceremonie in het Liberiaanse parlement waarbij zijn opvolger zal worden ingezworen. Hij zal als `vrij man' zijn land verlaten en heeft bedongen dat hij in Nigeria politiek asiel krijgt. Althans, zo heeft hij het beloofd aan een delegatie van West-Afrikaanse ministers die naar Monrovia waren gekomen om over een uitweg uit de crisis te onderhandelen. Maar Taylor heeft zijn woord al zo vaak gebroken dat afgewacht moet worden of hij zich aan deze toezeggingen houdt. De Verenigde Naties beschuldigen hem van oorlogsmisdaden en willen dat hij wordt uitgeleverd aan een tribunaal in Sierra Leone.

Intussen gaan in de hoofdstad Monrovia de gevechten tussen regeringssoldaten en rebellen onverminderd voort en beperkt de feitelijke macht van de president zich tot de regeringswijk van de hoofdstad. De rest van het land is na veertien jaar burgeroorlog overgeleverd aan de wetteloosheid van elkaar bestrijdende gewapende bendes. De economie is

geruïneerd, openbare voorzieningen zijn lang opgehouden te functioneren en de bevolking is teruggeworpen op vormen van primitieve zelfvoorziening.

Nu de VN-resolutie is aangenomen, is vandaag het eerste contingent van driehonderd Nigeriaanse militairen in Monrovia aangekomen om de strijdende partijen te scheiden. De ECOWAS, het samenwerkingsverband van vijftien West-Afrikaanse landen, zal op korte termijn meer troepen inzetten. Over enkele maanden zullen er VN-vredestroepen komen. De Verenigde Staten hebben drie marineschepen naar de Liberiaanse kust gedirigeerd met 2.300 mariniers aan boord. Maar over de inzet van Amerikaanse troepen houdt de regering-Bush zich op de vlakte. Liberianen smeken om Amerikaanse interventie, maar de terughoudendheid in Washington, ook in het Congres en onder zwarte lobbygroepen, is groot. Al bestaat er een historische band tussen de Verenigde Staten en Liberia – het land werd in 1824 gesticht door vrijgelaten Amerikaanse slaven en werd in 1847 onafhankelijk – er is geen direct Amerikaans veiligheidsbelang in het geding en de risico's zijn in alle opzichten aanzienlijk.

Liberia geldt als voorbeeld van een mislukte staat, een verwaarloosde enclave-economie die is overgeleverd aan plunderaars en elkaar bestrijdende gewapende bendes. De burgeroorlogen, met onder meer als inzet de controle over de lucratieve diamantensmokkel, beperken zich niet tot Liberia, maar hebben de afgelopen jaren ook andere landen langs de West-Afrikaanse kust verscheurd. Voor de krijgsbendes zijn op ruime schaal jongeren beschikbaar, arme sloebers met een uitzichtloos bestaan die zich met beloftes van geld, drugs, wapens, handel en de geneugten van de overwinning laten ronselen. Kindsoldaten van de rebellen bevechten tienersoldaten van het regeringsleger. Waar maatschappelijke instituties zijn gedesintegreerd, is de menselijke tragedie onbeschrijfelijk.

De stemming over de VN-resolutie die de interventiemacht goedkeurde kende nog een principieel politiek element. Drie landen – Mexico, Frankrijk en Duitsland – onthielden zich van stemming. Niet omdat ze tegen hulp aan Liberia zijn, maar omdat de Verenigde Staten hebben bedongen dat eventuele misdrijven door leden van de VN-interventiemacht dienen te worden berecht door rechtbanken in het land van herkomst van de militairen. Aldus wil de Amerikaanse regering de inzet van Amerikaanse troepen vrijwaren van mogelijke berechting voor het Internationale Strafhof, waarvan de VS geen verdragspartner is. Het elementaire beginsel van internationaal strafrecht wordt hiermee ondergraven bij een interventie in een land waar als geen ander misdaden tegen de menselijkheid zijn begaan. De diplomatieke ironie hiervan zal de arme Liberianen die smachten om vrede ontgaan. Herstel van een minimum aan openbare veiligheid is nu de prioriteit.