Plan-Waterman: van 7 pagina's naar 158 koffers

Den Haag produceert aan de lopende band rapporten en plannen. Wat komt er van terecht? Deel vijf in een serie: het plan-Waterman (1981) voor landaanwinning en economische impulsen.

Zou minister Veerman van Landbouw, tijdens de ongetwijfeld moeizame discussies in de ministerraad over bezuinigingen, het plan-Waterman aan zijn collega's hebben voorgelegd als oplossing van de economische recessie? Negentien jaar geleden, toen nog hoogleraar aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam, zag Veerman in het kustuitbreidingsplan van Waterman nog ,,een welhaast ideale mogelijkheid'' om door overheidsinvesteringen de kwakkelende economie een impuls te geven.

Het rapport Naar een integraal kustbeleid voor Zuid-Holland, zag in oktober 1981 het daglicht. Op eigen initiatief betoogde het Zuid-Hollandse Statenlid Ronald Waterman (VVD) in een rapport van zeven bladzijden tekst dat zijn provincie meer ruimte nodig had voor wonen, werken, recreëren en natuur. Twee nieuwe landaanwinningen, één voor de kust tussen Scheveningen en Hoek van Holland en één schiereiland verbonden aan de eerste Maasvlakte, boden daarvoor volgens Waterman een ideale mogelijkheid. Bouwen met de natuur en integraal kustbeleid waren de motto's. Dammen en dijken moesten plaatsmaken voor duinen en stranden. Door een natuurlijke ligging zou de nieuwe kustlijn zich grotendeels zelf in stand houden. Nieuwe natuur, recreatie, wonen en werken, alles kreeg een eigen plaats.

Veerman was trouwens niet de enige die in het plan de oplossing zag voor allerlei problemen. Ook Pim Fortuyn sprak zich uit als fervent voorstander. In 1995 merkte hij, in een column in het blad Europoortkringen, op dat het plan ,,prachtige oplossingen biedt voor het nijpende gebrek aan ruimte in de Randstad.'' Hij maakte zich wel zorgen over de haalbaarheid. Op de van hem bekende wijze veegde hij de vloer aan met de daadkracht van de overheid, die niets durfde dat tot de verbeelding sprak. ,,Grijze muis Kok zou het allemaal binnen de kortste keren heel zorgvuldig dood overwegen!''

Voorlopig lijkt Fortuyn gelijk te krijgen. Volgens oud-Hollands gebruik leidde het eerste plan tot een vervolgonderzoek, in opdracht van Rijkswaterstaat, provincie en gemeenten. Een stuurgroep onder leiding van ingenieur G. Tjalma, een hoge ambtenaar bij de provinciale waterstaat, moest de technische haalbaarheid en mogelijke varianten onderzoeken. In 1983 bood Tjalma de lijvige rapporten aan de toenmalige minister Smit-Kroes van Verkeer en Waterstaat aan. Technisch bleek alles mogelijk te zijn, maar het was een beetje te duur, 160 gulden per vierkante meter.

Smit-Kroes, verwelkomde het rapport-Tjalma, noemde het ,,in potentie een goede overheidsinvestering'' en stelde direct voor weer vervolgonderzoek te doen. Nu moesten vooral de ruimtelijke noodzaak en financiële haalbaarheid van het plan onderzocht worden. De Zuid-Hollandse gedeputeerde Borgman, inmiddels overleden, zou het onderzoek leiden.

Nadat Borgman in 1985 een positieve tussenrapportage deed, kwam het plan opeens vol in de politieke schijnwerpers. De Tweede Kamer zorgde ervoor dat het rijk het plan in de planologische kernbeslissing opnam, om ruimte voor woningen te scheppen. Baggeraars maanden de regering het plan uit te voeren, er was na de Deltawerken een nieuw baanbrekend waterstaatkundig plan nodig. Ingenieurs pleitten voor een nieuwe luchthaven op het aan te winnen land.

Maar tegelijkertijd rezen de twijfels. Bewonersgroepen vreesden voor de gevolgen van de landaanwinning. Minister Smit-Kroes kwam in het geweer tegen haar eigen VVD, dat vond dat het plan-Waterman gerealiseerd moest worden, en de inpoldering van de Markerwaard afgeblazen. Collega Winsemius van Ruimtelijke Ordening maakte duidelijk dat hij voor geen van beide landaanwinningen geld over had. Een volgende regering moest maar beslissen. Begin 1987 kwam Borgman met zijn conclusies. De prijs per vierkante meter was tot de helft van Tjalma's schatting gezakt, maar in vergelijking met bestaande bouwlokaties toch nog ,,te duur''.

En toen werd het een paar jaar stil. Tot begin jaren negentig, toen publiek-private samenwerking in de mode kwam. Een groep vastgoedbedrijven, adviesbureau's en banken verzamelde zich in de stichting Nieuw Holland, die zich in zou zetten voor de kustuitbreiding. En er kwam weer een nieuwe studie, met medewerking van rijk en lokale overheden.

De ingehuurde stedebouwkundige Ashok Bhalotra presenteerde zijn visie in 1995. Van het oorspronkelijke plan-Waterman was weinig overgebleven, de natuurlijke duinwering had deels plaatsgemaakt voor harde zeewering. De uitbreiding stak verder de zee in en kreeg veel meer bebouwing dan in het oorspronkelijke plan. Er tekende zich een ,,Manhattan voor de kust'' af. Bewoners, milieubewegingen en lokale overheden schrokken wakker en protesteerden, daarin bijgestaand door Wim de Bie, die in een vurig betoog voorstelde dat de beste kwaliteitsimpuls voor de kust zou zijn ,,het plan op te bergen in de onderste laden'' van de provinciale bureaus. Geschrokken besloten de plannenmakers het even rustig aan te doen.

Maar het plan leeft. Zuid-Holland nam kustuitbreiding vorig jaar als mogelijkheid in het streekplan op. Nieuw Holland overlegt sinds kort met de afdeling kustverdediging van Rijkswaterstaat. Het plangebied is een zwakke schakel in de kustdefensie, en een kustuitbreiding is een mogelijke oplossing. Maar dan wel, belooft voorzitter Zegering Hadders van Nieuw Holland, in een natuurlijke vorm, met veel ruimte voor natuur, en minder bebouwing dan Bhalotra bedacht had.

Waterman, nog steeds statenlid, is er nog van steeds overtuigd dat zijn ,,levensproject'' gerealiseerd zal worden. Het schiereiland bij de eerste Maasvlakte en een kleine kustuitbreiding bij Hoek van Holland liggen er tenslotte al. Gewapend met 158 koffers documentatie en adviseurschappen bij twee ministeries, twee gemeenten en drie onderzoeksinstituten, overtuigt Waterman iedereen van de haalbaarheid en schoonheid van zijn plan. Zolang zandopspuiting goedkoper blijft worden en de grondprijzen blijven stijgen is de toekomst verzekerd. Het plan komt er, weet hij. Is het niet nu, dan zeker rond 2010.