Kom eens met argumenten

Geen katholiek kan zich onttrekken aan de morele eisen die zijn levensovertuiging met zich brengt, meent M.A.L. Wagemaker.

De heftige reactie van de homobeweging en anderen op het Vaticaanse document tegen het homohuwelijk geeft te denken. Het is duidelijk dat in Nederland sprake is van een dominante cultuur die kritiek steeds moeilijker kan verdragen en harder stelling wenst te nemen tegen deviant denken en gedrag. Het valt op in de heftigheid van reacties en de registratie daarvan in de media geen gewag wordt gemaakt van argumenten.

De katholieke kerk is geen sektarisch genootschap. In haar verhouding tot de wereld beroept zij zich op waarden die, om waarden te kunnen zijn, een eigen normatief gezag doen gelden. Dit gegeven is ingebed in het concept `natuurwet'. Daarmee wordt het inzicht bedoeld dat de scheppingsordening een leefregel stelt die humaniteit mogelijk maakt en bewaart. Uitdrukkingen van de natuurwet zijn delen van de decaloog en de zogeheten `rechten van de mens'. Wetgeving is gebaseerd op interpretatie van deze natuurwet en ontleent daaraan haar normatief gezag. Sedert de Verlichting is de interpretatie een zaak van de rede die geacht wordt de volksvertegenwoordigers te verlichten in hun wetgevingsarbeid.

De katholieke kerk echter onderkent dat de interpretatie van de natuurwet altijd gebeurt door mensen die leven in de gebroken en verwarde wereld van de zondeval, zodat eenduidigheid en evidentie in de interpretatie ontbreken. Zij roept de goddelijke openbaring te hulp bij de interpretatie die zich vinden laat in de Schrift en de traditie van leer, leven en eredienst. Verder acht zij het een plicht van ieder mens om de morele ordening te beschermen en te bewaren, ongeacht maatschappelijke functie of de persoonlijke offers die dat vergt. Dat de ordening van zo'n essentieel instituut als het huwelijk verankerd is in de natuurwet lijkt evident; het huwelijk is omgeven met een aantal inzichten en begrenzende normen die uitgangspunt zouden moeten zijn voor wetgeving.

In de filosofie van het recht zoals dat in menig faculteit in Nederland onderwezen wordt, wordt echter geen aandacht besteed aan de verhouding tussen natuurwet en wetgeving. In plaats daarvan wordt het normatieve gezag van positieve wetgeving gelokaliseerd in de absolute en soevereine macht van de gekozen volksvertegenwoordiging. Iets is wet, omdat het parlement dat volgens geëigende procedures zo bepaald heeft. In Nederland kan wetgeving niet getoetst worden anders dan door de wetgever zelf. Principieel kan geen discrepantie bestaan tussen morele norm en wetgeving: de wet is altijd rechtvaardig, als zij op de juiste wijze tot stand is gekomen. Menig democratisch geordende staat heeft deze naïeve benadering gecorrigeerd en aangevuld door de instelling van een constitutioneel hof en een grondwet die zich verhoudt tot de overige wetten als normatief referentiepunt. Daarachter ligt de idee dat de grondwet een weerspiegeling is van een objectief normatief gezag.

De overheersende calvinistische/liberale cultuur in de Nederlandse samenleving en politiek heeft weinig op met de natuurwet. Het calvinisme immers leert dat de natuur van God los is, en normen gevonden worden in de nieuwe heilsbedeling in Christus, bijbels positivisme dus. Liberalen hebben een verwarrende verhouding tot de natuurwet. Enerzijds onderschrijven zij dat rationaliteit leidt tot de vaststelling van objectieve waarden met een objectief, niet van voorkeur of willekeur, afhankelijk normatief gezag. Anderzijds is hun rationaliteitsidee filosofisch zo verarmd, dat waarheidsvinding en normativiteit sterk geïndividualiseerd zijn; meer of minder overgelaten aan de krachten van een markt, waarin de grootste vraag de sterkste troeven heeft.

De verhouding die de katholieke kerk heeft tot het morele discours is een fundamenteel andere dan die van de dominante cultuur. Conflict is onvermijdbaar. De wortels van deze verstoorde verhouding gaan terug tot de Franse Revolutie en haar nachwuchs. De heftigheid van de reacties op de verklaring van het Vaticaan roepen de sfeer op van anticlericalisme en antipapisme. Ze verraden ook iets anders: de kennelijke verlegenheid van een dominante cultuur met de vraag naar het wezen en de bron van normativiteit. Deze verlegenheid is niet het kenmerk van de katholieke kerk. Zij weet op Wie zij haar vertrouwen heeft gesteld en aan wie zij verantwoording schuldig is. Geen katholiek kan zich onttrekken aan de morele eisen die zijn levensovertuiging met zich brengt. Moreel handelen veronderstelt verantwoordelijkheid nemen en kwetsbaarheid in keuze en overtuiging aanvaarden. Dat geldt ook voor politici.

Dr. M.A.L. Wagemaker is deken van West-Friesland.