Israël stemt in met vrijlating van 443 Palestijnen

Het Israëlische kabinet heeft gisteren ingestemd met de vrijlating deze week van 443 Palestijnen. Dat zijn er minder dan de 540 die Jeruzalem vorige week beloofde naar huis te laten gaan.

De Palestijnse beschieting gisteravond van een Israëlische familie zal geen invloed hebben op de vrijlating, verklaarde vandaag de Israëlische minister van Openbare Veiligheid, Tzachi Hanegbi, in een gesprek met de radio.

Tot de groep die waarschijnlijk woensdag vrij zal komen, behoren Palestijnen die illegaal in Israël hebben gewerkt, kleine criminelen en zogeheten administratieve gevangenen, die zonder proces maandenlang vast hebben gezeten. Vorige week besliste premier Sharon dat ook 210 leden van de militante groepen Hamas en Islamitische Jihad, voor zover zij niet verdacht werden van aanslagen, vrijgelaten worden. Daar wordt nu niet over gesproken.

De Israëlische regering zei dat het aantal lager uitvalt omdat een deel van de gevangenen al vrijgelaten is. Verder zou de binnenlandse veiligheidsdienst Shin Bet nog geen toestemming gegeven hebben voor twintig gevangenen die op de lijst van 540 staan. Met de vrijlatingen komt Israël in beperkte mate tegemoet aan de eisen van de Palestijnse Autoriteit.

Die tegenzin werd gisteren versterkt door Al Aqsa Martelarenbrigades die de verantwoordelijkheid hebben opgeëist voor de aanslag op een auto die van Jeruzalem naar Bethlehem en bij een militaire controlepost moest stoppen. Een 39-jarige vrouw en drie kinderen van haar raakten daarbij zwaar gewond. De Palestijnse Autoriteit veroordeelde de beschieting.

Eerder deze maand trok het Israëlische leger zich terug uit Bethlehem. Tijdens zijn bezoek aan Washington vorige week suggereerde Sharon dat het leger ook uit andere Palestijnse steden zou vertrekken. Maar minister van Defensie Shaul Mofaz verklaarde vandaag dat het plan om het leger terug te trekken uit Jericho en een niet nader genoemde stad zijn opgeschort. Pas als de daders van de aanslag van gisteren zijn gearresteerd wil Mofaz terugtrekking uit andere steden overwegen.

De Al Aqsa Martelarenbrigades, die behoren tot de Fatah-beweging van president Arafat, doorbraken met de beschieting het staakt-het-vuren, waartoe de militante Palestijnse organisaties een maand geleden hebben besloten. Sinds 29 juni is het geweld ingrijpend verminderd, maar volgens Mofaz gebruiken de militante organisaties deze tijd om zich te reorganiseren en nieuwe wapens te maken.

Isräel eist dat de Palestijnse Autoriteit daadkrachtig optreedt tegen de militante organisaties. De Palestijnse Autoriteit zegt daar op de Westelijke Jordaanoever geen mensen en middelen voor te hebben.