Het oude Italië op z'n slechts

Als democratisch gekozen leider, met serieuze en moeilijke verantwoordelijkheden tegenover het volk, mocht Berlusconi niet aan de vernedering van een proces worden onderworpen, zo stelde hij. Zijn minister van Justitie Roberto Castelli ging nog verder en zorgde twee weken geleden voor ophef in de regeringscoalitie toen hij probeerde een stokje te steken voor een gerechtelijk onderzoek naar de vermeende belastingfraude bij het grootste mediabedrijf van Berlusconi. (Vorige week werd hij gedwongen in te binden.) Het is beneden de waardigheid van de premier om zelfs maar voorwerp van onderzoek te zijn. Maar hij mag niet immuun zijn voor het volk.

Een zittend premier dient op dit punt verantwoording af te leggen tegenover de publieke opinie, niet tegenover een rechtbank. In een poging Berlusconi publiekelijk ter verantwoording te roepen, daagt The Economist hem deze week uit. Wij hebben een aanzienlijk dossier over zijn vermeende wandaden aangelegd, dat ondersteund wordt door bewijsstukken. Vooral in de strafzaak die leidde tot aanvaarding van de immuniteitswet, betreffende de vermeende omkoping van rechters teneinde de verkoop te beletten van het overheidsbedrijf in voedingsmiddelen SME, staan de bewijzen die wij hebben verzameld in scherpe tegenstelling tot de zogeheten feitelijke beweringen waarmee Berlusconi op 5 mei dit jaar voor de rechtbank zijn onschuld betuigde.

Wij zijn van mening dat de heer Berlusconi uitspraken heeft gedaan die niet lijken te stroken met de bewijzen en dat hij daarom publiekelijk moet uitleggen waarom die bewijzen onjuist zijn. [...]

De SME-zaak, waarin Berlusconi als zittend premier nu immuniteit heeft verkregen, biedt een blik op zijn zakelijke technieken. De zaak betrof een geslaagde poging van Berlusconi om in 1985 de verkoop te beletten van het staatsbedrijf in voedingsmiddelen SME aan een andere Italiaanse zakenman, Carlo De Benedetti [...]. Afgezien van de beschuldigingen over feitelijke handelingen is misschien het opmerkelijkste aan de SME dat Berlusconi en zijn bedrijven niet rechtstreeks profiteerden van de verijdelde verkoop. Het was niet zo dat zij het bedrijf kochten of dat ze dat naderhand nog hebben gedaan. Toch gingen ze heel ver om te verhinderen dat De Benedetti het kocht.

Waarom? Naar Berlusconi's eigen zeggen omdat het hem gevraagd werd door de toenmalige premier Bettino Craxi. Was dat op ideologische gronden? Nee: wijlen Craxi was leider van de Socialistische Partij en als vrije-marktkampioen mag Berlusconi als voorstander van privatisering worden beschouwd. De ware reden is dat Craxi een decreet had uitgevaardigd dat Berlusconi's televisiebedrijven in staat stelde de nationale zenders op te bouwen waardoor ze nu nagenoeg een monopolie op commerciële uitzendingen hebben. In een andere zaak, die werd afgesloten in 2000, bleek dat Berlusconi's bedrijven in 1991-'92 clandestiene stortingen tot 23 miljard lire (toen zo'n 16 miljoen euro) hadden verricht op bankrekeningen die onder controle van Craxi stonden. Met andere woorden: de politiek is voor Berlusconi een middel tot zijn zakelijk succes geweest.

En zo is het nog. De regering-Berlusconi heeft een nieuwe communicatiewet ingediend waaronder de staatstelevisie zodanig zou worden geprivatiseerd dat ze geen concurrent meer is voor zijn eigen tv-bedrijf en hem zou toestaan zijn krantenimperium verder uit te breiden. Dit is geen kwestie van een rijke zakenman die nu zijn talenten aanwendt om Italië te hervormen en het een grotere stem in de wereld te geven, al is het ongetwijfeld wel gemeend als Berlusconi zegt hij dat zou willen. Het is een kwestie van een rijke zakenman die zijn politieke macht gebruikt om zijn zaken te behartigen, zowel door gerechtelijke onderzoeken tegen hem te verijdelen als door nieuwe wetten en verordeningen in te voeren die zijn eigenbelang dienen.

The Economist maakt zich dus ongerust over Berlusconi als schande voor het Italiaanse volk en zijn rechtsstelsel, en over het meest extreme Europese geval van misbruik door een kapitalist van de democratie waarin hij leeft en werkt. Hij is in de verste verte niet, zoals hij beweert, de man die een nieuw Italië schept, maar een primair vertegenwoordiger, en bestendiger, van oud Italië op zijn slechtst. [...]

Passages uit het hoofdartikel in

The Economist van 2 augustus.