Dorpsfeest verliest onschuld

Zakkenvullers en koopjesjagers bedreigen de idyllische traditie van het Engelse dorpsfeest.

Geen typisch Engelser gebeuren dan het jaarlijkse village fête. Bijna elk dorp heeft er een, een soort kruising tussen een landdag en een dorpsfeest, als het kan op de green of anders op het cricketveld of op het weiland van een plaatselijke boer. Wie in de zomer als toerist over het Engelse platteland rijdt en op zo'n feest stuit, waant zich in een landelijke idylle. Daar is de bric-à-brac-kraam met afgewerkte serviezen en licht-beschadigde huisraad. Dan is er de plant-stall met opgepotte stekken en overgeschoten eenjarigen, de cake-stall met in doorzichtig folie gewikkelde jamtaarten en muffins en geglazuurde chocoladecakes en natuurlijk althans in mijn dorp de bottle bank. En alles van de boeken in de boekenkraam tot de pruimenjam in de jamkraam is voor een krats te koop. Het aardige van het village fête is echter niet dat alles er zo goedkoop is, maar dat iedereen aan de voorbereidingen en de uitvoering ervan meedoet. In ons dorp, waar de dominee een belangrijke sociale figuur is gebleven, ook al wiegt hij met zijn heupen, steekt de dokter op de dag van het feest zijn hoofd door een schandpaal en laat zich voor 30 pence per worp met natte sponzen bekogelen. De ene City-bankier staat bij de santenkraam, de ander laat kinderen rondjes rijden op een ezeltje. En er is altijd wel een aanvallige 17-jarige uit het dorp bereid zich in de ,,tip the lady''-stand in haar bikini op een soort wip boven een opblaasbad te draperen, van waar ze spectaculair in het water plonst als toeschouwers erin slagen haar steunpunt met een bal onderuit te halen. Traditioneel schijnt natuurlijk de zon, het koperblazersorkest speelt een deuntje, middelbare dames-linedancers geven een demonstratie en voor de kraam met thee en cakes zitten amechtig de bezoekers met hun nieuwe aankopen in lang opgespaarde plastic zakken.

Zo was het tenminste tot nu toe. Maar hoe lang nog? De klad in ons dorpsfeest kwam toen enkele cakebaksters werden betrapt op oneerlijkheid. Onder de tientallen taarten en cakes voor de verkoop ontdekte het hoofd van de kraam klaargekochte produkten. Van Sainsbury, maar uit de verpakking gehaald en als ,,eigengebakken'' gedoneerd. De bric-à-brac-kraam kwam in opspraak omdat een aantal jaren geleden opeens een oude computer tussen de serviezen en boodschappenmandjes opdook. En de planten- en stekjeskraam werd twee jaar geleden voor het eerst geconfronteerd met een groep kopers ,,en niet eens uit dit dorp'' die al voor de feestelijke opening door de dominee in de rij voor de kraam gingen staan en alle delphiniums en andere meerjarigen voor de herbaceous border wegkochten voor er iemand anders aan te pas kon komen. Daar is vorig jaar een stokje voor gestoken (,,ik heb die baardige irissen gewoon weggehouden tot een uur of vier''). Maar toen waren het de professionele opkopers die zich voor iedereen uit op de bric-à-brac-kraam wierpen en er met de leukste en waardevolste zaken vandoor gingen.

De opbrengst van het fête gaat naar goede doelen: in de eerste plaats de plaatselijke kerk met al zijn vertakkingen in de padvinderij en de toneelgroep en het kerstkoor en de maandelijkse lunch voor bejaarden. In die zin doet het er weinig toe wie de door ons allemaal afgestane spullen koopt, als de opbrengst maar zo groot mogelijk is. Maar wat voor de meesten de deur dicht deed, was die familie die vorig jaar het merendeel van de lootjes voor de flessenkraam opkocht met het duidelijke doel relatief goedkoop naar huis te gaan met de beste flessen: cognac, whisky, goede wijn, Pimms, gin. Vijf lootjes voor een pond, elk nummer eindigend op een 5 of een 3 een geheide winnaar. Dezer dagen kwam een dorpsgenoot onze bijdragen voor deze kraam ophalen. Ik gaf haar twee flessen wijn uit de voorraad. ,,Ha!'', zei ze, ,,wijn! Ik kan je niet vertellen hoeveel blikjes cola en pakken ice tea ik dit jaar heb opgehaald. Veel meer dan andere jaren. Gek hè?''

Wij vinden het helemaal niet gek. Wij staan op de dag van het fête om twee uur precies op het cricketveld, naast de dominee. En als iemand het waagt om voor zijn kwezelig uitgesproken openingswoorden ook maar één transactie te proberen, dan gaan we protesteren. Door heel, heel afkeurend te kijken in de richting van de boosdoeners.