De Olympische Spelen van 1928

Zo'n drieduizend atleten uit 46 landen namen deel aan de Olympisch Spelen die op zaterdag 28 juli 1928 door Prins Hendrik in Amsterdam officieel werden geopend – al hadden de hockeyers en voetballers toen hun toernooi al bijna twee maanden achter de rug.

Uit de Marathontoren kwamen rook en vuur waarmee de olympische vlam zijn intrede op de Spelen deed. De bijna 32.000 toeschouwers zagen in het nieuwe stadion maar 45 ploegen aan het defilé deelnemen: Frankrijk ontbrak. De Franse atleten maakten bij de poort van het stadion rechtsomkeert toen de suppoost, die een aantal van hen daags ervoor hardhandig de toegang had geweigerd toen ze een kijkje in het nieuwe stadion wilden nemen, hen opnieuw lastig viel. De bezoekers waren toch al woedend en hadden vrijdag excuses van de Nederlandse organisatie en ontslag van de man geëist. Het eerste kregen ze, het tweede kon niet binnen 24 uur worden geregeld - en dat merkten de Fransen toen ze voor de opening naar binnen wilden. Ook op andere fronten zorgden de Spelen voor primeurs: 8 procent van de deelnemers was vrouw, een record. Het vrouwenturnen was niet langer demonstratiesport maar opgewaardeerd tot een volwaardige discipline. Maar bovenal: vrouwen mochten voor het eerst meedoen aan het atletiektoernooi, zij het aan maar aan vijf nummers, waaronder hoogspringen waarop de Nederlandse Lien Gisolf zilver won. Het toelaten van de vrouwen was een noviteit die nogal wat afkeer wekte, onder meer in deze krant die meende dat deze vrouwen zich daarmee als moeder, zuster of bruid diskwalificeerden. Het zou niet de laatste strijd zijn die vrouwen moesten en moeten voeren om in de olympische wereld voet aan de grond te krijgen. De grondlegger van de Spelen, Baron Pierre de Coubertin, vond al dat vrouwen daarin niet thuishoorden, veel van de latere IOC-voorzitters waren dat met hem eens.

Eerste deel van een korte serie over de Olympische Spelen die 75 jaar geleden in Amsterdam werden gehouden.